“And I get so tired when I have to explain
When you’re so far away from me
See you’ve been in the sun and I’ve been in the rain
And you’re so far away from me”
In de auto op de A1, terwijl de gillende gitaren van So Far Away van de Dire Straits uit de luidsprekers knallen.
De plaat die ik in de jaren tachtig grijs draaide.
De regen tikt tegen de voorruit, maar dat deert niet. De regel “you’ve been in the sun and I’ve been in the rain” slaat op onbereikbare liefdes. Met de vrouwen lukte het indertijd niet zo, maar ik mikte destijds sowieso op het onbereikbare: ik dacht bij die regel aan de goede God, die woont aan de rand van het ontoegankelijk licht.
Das war einmal — Intussen nader ik Utrecht, mean old town, de stad waar ik bijna dertig jaar thuis was. Na het afleggen van een gepland bezoek besluit ik onverwacht langs te gaan bij de man met de dikke rode gordijnen voor het raam. De man met een bibliotheek waarin geen fout boek staat; die gedichten van Reve uit het hoofd citeert en bij wie Milosz op de leestafel ligt.
Ik bel, bel nog eens bij het huis waar ooit dikke rode gordijnen hingen. Het is donker en er gebeurt niets. Plots is er het geluid van een auto en een raam dat opent. Geen licht, maar wel een stem die zegt:
“Hij is niet thuis. Of houdt de deur op slot”
Breeduit lachend, Reve citerend:
Oost, west
Ik ben wel thuis, maar houd de deur op slot.
Zodoende denken ze, als ze aan de deur komen,
dat ik niet thuis ben.
Maar ik ben er wel.
Het is waarlijk juist en passend
dat ze denken dat ik niet thuis ben,
want ik wil alleen zijn, met U.
En tegen U praten en schreeuwen,
al geeft U geen antwoord.
Gerard Reve
Hij is thuis. Trakteert op koffie uit de Barista Express met zelf gemalen bonen en laat daarna zijn verbouwde zolderkamer zien met het enorme raam dat het buiten naar binnen trekt. We zitten en zwijgen bij dampende koffie. Dichter bij de rand van het naderbare kom je niet.
