In 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Notter | Zwolle
augustus 10th, 2025 by Jaap de Jong

Het Niets als loflied

Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende zojuist een net binnengekomen boekendoos temidden van talloze anderen. Het moest die ene zijn, de doos die krakend openging. Bovenop lagen twee boeken met titels die mij aanspraken, de ene vanwege de titel: De ziekte die mens heet van Ferdinando Camon. Het andere boek, de biografie van Sven Hanuschek (2008) vanwege het onderwerp: Canetti. Ik sloeg de bijna vuistdikke biografie open en belandde, al bladerend, bij het einde dat tegelijk de uitkomst gaf: Canetti en de dood.

Voor Canetti was de dood een obsessie en een onaanvaardbaar feit. Een vijand die bestreden moest worden: bestreden en weerstaan. Hij wijdde er een boek aan: Het boek tegen de dood. Dat hielp hem: zo gaf hij consistent vorm aan zijn verzet. Zijn einde was vrede en heelheid binnen zijn morele universum. Zijn dochter trof hem ’s morgens aan in bed toen hij niet aan het ontbijt verscheen. Daar lag hij, zonder zichtbaar verzet tegen de dood. Iemand schreef dat de dood hem – na zijn grootse intellectuele prestatie tegen die dood – op zijn beurt heel aardig heeft behandeld.

Roerend vond ik niet zozeer het door Hanuschek beschreven einde van Canetti, maar de lezing door zijn vriend Peter von Matt die een wet had gekozen waarnaar een schrijver moet leven. Het was een tekst van Canetti zelf, een moreel kompas, ook bruikbaar voor politici: Ik citeer:

Dat men niemand in het Niets stoot die daar graag zou willen zijn. Dat men het Niets alleen opzoekt om er een uitweg uit te vinden, en die weg voor iedereen aangeeft. Dat men in de droefheid en in wanhoop volhardt om te leren hoe men anderen eruit haalt, maar niet uit minachting voor het geluk dat de schepselen toekomt, hoewel ze elkaar mismaken en verscheuren.

Zo’n kompas helpt bij de behandeling van de ziekte die mens heet.

Het Niets van Canetti, dat vermeden moet worden, lijkt op het eerste gezicht een heel ander Niets dan de spreuk die in ons glas-in-lood-raam staat: Ich habe meine Sache auf Nichts gestellt, maar dat is schijn. Die zinsnede is als Canetti’s schrijven tegen de dood juist een loflied op het leven en de ontvankelijkheid. Voor het bewijs behoef je slechts het gedicht Vanitas! Vanitatum vanitas! van Goethe te lezen. Beiden beschrijven het Niets als een grens: bij Canetti de rand waar je heen gaat om de ander ervan weg te houden, bij Goethe het vertrekpunt om zonder ballast verder te leven.

Het regende flink op die 17e augustus 1994 in Zürich, de dag dat Canetti begraven werd en Peter von Matt zijn toespraak hield. Aanstaande zondag is dat eenendertig jaar geleden. Voor het zover is moeten de boeken beschreven worden en de boekendoos leeg zijn tot er niets meer rest. Ad fundum; op het Niets.


PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com