Ik heb nogal wat boeken over dood, moord en doodslag in mijn collectie: van De biecht van de lustmoordenaar tot Jack the Ripper van A-Z, en wat al niet meer. De vorige eigenaar, Igor Cornelissen (1935-2021), vond het onderwerp fascinerend. Ik denk dat het thema goed en kwaad in het mensenleven hem ook aantrok. Bij wie niet?
Dostojewski experimenteerde in zijn grote romans graag met dat laatste thema. In mijn boekenkast staat een dik werk van de filosoof Popma over het zwart en het wit. Monniken en moordenaars. Het dubbelganger-motief in het mensbeeld van Dostojewski.
Ik praat wel eens met studenten, toekomstige hulpverleners, die de drift hebben om ‘net als Jezus de goede moordenaar van het kruis te helpen’ en in het paradijs te zetten. Die studenten maken vaak de indruk – om bij titel en beeld van de filosoof K.J. Popma te blijven – dat zij meer monnik dan moordenaar zijn. Laatst vroeg ik één van hen wat hij dan met de onboetvaardige, niet-vrezende moordenaar uit dat bijbelverhaal zou willen doen; ik bedoel de derde gehangene aan het kruis. Volgens Augustinus hing hij links van Jezus; een bok, geen schaap.
Anders dan de ‘goede’ moordenaar blijft die gehangene opgesloten in zichzelf, wantrouwig tegen goede bedoelingen, afkerig van moraliserende deugende mensen. Hij heeft geen boodschap aan die boodschap. Ik snap dat wel.
Het antwoord van de student duurde wat langer; er was stilte, af en toe onderbroken door een tikkende vinger. Niet van mij.
Stilte is het beste antwoord.
Eén ding is zeker: ik zou niet gered willen worden door Jezussen met goede bedoelingen die je intussen, in het duister van vermeende deugd en in anonimiteit, een mes tussen de ribben en in de rug zetten. Dan liever in het gezelschap van de derde gekruisigde, meer bok dan schaap. Zijn messen ken ik, het duister van het niet-weten en de stilte ook.
