Het is herfst, dus unruhig wandern, wenn die Blätter treiben. Gistermiddag veegde ik het boerenerf schoon. Er lagen enorm veel eikels en dode takken op het pad. Vallende eikels laten zich horen op het zinken dak van de kapberg. Desniettegenstaande hangen er nog genoeg eikels hoog in de boom, overmits de wind zich inhoudt. De weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan.
Woorden als ‘desniettegenstaande’ ‘overmits’ en ‘nochtans’ zijn tegenwoordig onbruikbaar. Overjarig koren. Ze werken hooguit als het sjibboleth voor de Efraïmiet uit het bijbelverhaal: wie het niet kent of goed uitspreekt, kost het de kop. ‘Overmits’ vind ik een prachtig woord. Hier ook nog eens genadevol in werking: eikels die nog hangen, overmits de wind zich inhoudt. Het doet wat het moet doen. Het kan niet anders. Woord dat duidt en betekent en als een grafsteen op zijn betekenis valt.
Ik was van plan de weg vrij te maken, een pad zonder eikels. Die middag kwamen Liek en Sjoerd W. immers op bezoek en ik wilde de goede boer zijn met een schoon erf. Dus de bezem ter hand genomen en intussen mijmerend over een zin uit de Tao Te Ching die mij ooit had gepakt en waar ik steeds weer naar terugkeer: Hoewel de weg zelf bestendig daadloos is, blijft nochtans niets ongedaan.
Sjoerd W. zag die middag op onze bruine tafel de bundel Zeer kort van A.L. Snijders [pseudoniem voor P.C. Müller] liggen en vertelde over zijn lange vriendschap met de schrijver die tot zijn dood in juni 2021 op een boerderij in Lochem woonde. Lochem is niet ver van hier, zo’n beetje aan de rand van míj́n wereld. Ik kende Snijders niet, maar had mij in de lente van 2021 voorgenomen om hem nog voor de winter te bezoeken. Of ik zou in het plaatselijk café gaan zitten, totdat hij binnenkwam om de ruimte te vullen. Maar Snijders had vleugels gekregen door een nieuwe liefde en ging op een andere, nieuwe hoogte vliegen. Men moet de zon niet uitdagen. De vleugels smolten en zijn val was groot. Het is droef hoe de dingen kunnen veranderen. Eindigen.
We spraken ook over Milosz, zowel over de Nobelprijswinnaar als over zijn oom, wiens gedichten door W.F. Hermans werden vertaald en die Czeslaw Milosz in zijn rede bij de aanvaarding van de prijs in dankbaarheid herdacht. En we praatten over de wens die Milosz uitspreekt op de eerste pagina van zijn Theologisch Traktaat: “Moge de werkelijkheid terugkeren in onze taal. Dat wil zeggen: de betekenis, onmogelijk zonder absoluut referentiepunt.” [vertaling: Gerard Rasch]
Liek en Sjoerd kochten niet alleen de Gedigte van Elisabeth Eybers en ander prachtig werk, maar ook pockets van Simenon over de avonturen van de Parijse inspecteur Maigret om mee in slaap te vallen. Met de verkoop van die pockets zal Martin S., die ze mij in consignatie gaf, blij zijn. Ik blijf een kleine krabbelaar, nochtans lacht de toekomst mij toe. Of beter: niet nochtans, maar juist daarom.
Het pad is weer begaanbaar. Op weg naar Zwolle; voor de tentoonstelling Thuis bij Ter Borch, een stadswandeling en daarna als gasten in ons huis, tussen de boeken van onze thuisbibliotheek. Het is wat Rilke schrijft in Herbsttag: een thuis, een plek waar je kunt wachen, lesen, lange Briefe schreiben.
Gib ihnen noch zwei südlichere Tage | dränge sie zur Vollendung hin, und jage | die letzte Süße in den schweren Wein.
De weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan.
In onze catalogus kunt u de laatste tweehonderd ingevoerde boeken vinden. Klik op de afbeelding hieronder.
