In de zomer van 2023 nam ik Judith mee naar de vrijdagse boekenmarkt op het Spui. Ze was toen honderdvijftig jaar oud en zag er beeldschoon uit. Ik legde haar voorzichtig op mijn kraam: een in goud bestempeld donkerzwart juweel op een rood tafelkleed.
Er waren op die 14e juli meerdere vrouwen en jonge meisjes die het donkere fluweel streelden. Tijdens dat strelen verscheen er niet zelden een glimlach op hun gezicht. Even waren zij koningin. Mannen namen meestal geen notie van Judith, behalve B.W., hooggeleerd in de joodse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, die het frontispies fotografeerde. Hij wist alles van de joodse vrijheidstrijdster Judith die Holofernes een kop kleiner maakte, maar zag vermoedelijk ook in dat hij hier iets bijzonders in handen had. Toch liet hij het liggen. Daar zal hij nu spijt van hebben. Dat is zeker.
Het is niet verkeerd om een feministe in je boekenkast aan te houden. Zelf ben ik een dolle liefhebber.
In mijn onwetendheid wist ik op die dag nog niet dat er van Judith twee speciale exemplaren waren gemaakt. Eentje voor koningin Sophie (1818-1877) en eentje voor de schrijfster van het boek zelf: Mina Kruseman (1839-1922).
In 1873 publiceert Mina Krüseman haar De moderne Judith, met als ondertitel ‘Allerhandebundeltje’. Het titelblad bevat haar pseudoniem Stella Oristorio di Frama en de toevoeging ‘cantatrice’. In de bundel staan de teksten van lezingen (met commentaar) die zij in dat jaar met de feministe Betsy Perk (1833-1906) gaf. De kritieken varieerden van waarderend tot honend en grof beledigend. De titel ontleende zij aan de door haar overgenomen spotprent uit het satirische blad Uilenspiegel. De prent toont Mina ‘Als eene nieuwe Judith, met haar vreeselijk zwaard heel het mannendom bedreigende’.
Het ‘vreeselijk zwaard’, dat zij in haar linkerhand houdt, is het zwaard der welsprekendheid, terwijl ze met haar andere hand de letterkundige Jan ter Brink (1834-1901) stevig in de kuif grijpt. Naast haar staat Betsy Perk met een zak gereed om de slachtoffers in op te bergen. Op de achtergrond brengt een troep mannen zich gehaast in veiligheid. Zij willen geen moderne Judith, noch aan hun zijde, noch in de boekenkast.
In dat jaar weigert koningin Sophie Een huwelijk in Indië dat Krüseman aan haar had willen opdragen. ‘Hier in Holland word ik meedoogenloos gehavend. De Koningin weigert de opdracht van mijn boek’, schrijft zij op 6 december 1873 aan Multatuli. Hoe reageert Multatuli daarop? Hij schreef volgens Krüseman een ‘woordje aan de Koningin (…). Zóó vleiend en brutaal’, zegt Mina, ‘had ik het nooit verzonnen’.
Het lukte Mina Krüseman daarna wel om De moderne Judith aan koningin Sophie te geven. Dat wordt duidelijk uit de brief die Mina op 27 oktober 1874 aan haar uitgever J.P. Revers stuurt.
Uit die brief blijkt dat Mina Krüseman in de winter van 1873 twee speciale exemplaren van De moderne Judith liet drukken. Zij gaf die opdracht door aan haar uitgever. Het ene exemplaar gaf zij tijdens een door haar aangevraagde audiëntie aan koningin Sophie. Dat kwam terecht in de collectie van Vorstelijke boekbanden uit de Koninklijke Bibliotheek. Het andere exemplaar hield zij zelf. Wilde Mina Krüseman met het boek in haar hand toch even dromen dat niet Sophie, maar zij de koningin was?
Het boek dat Mina Krüseman zelf vasthield, bestaat nog. Het fluweel laat zich strelen. Daarna kan het zijn plaats innemen in de boekenkast: uw boekenkast.
