Ik lees wel eens dat mensen zich afvragen of ChatGPT een ziel heeft. Ik vind dat een rare vraag. De ziel is niet los verkrijgbaar, ze veronderstelt een lichaam, een dragend lichaam; belichaamde ervaring met krassen, krullen en kreukels. Een lijf waarin woorden wonen die veranderen en toch aan zichzelf gelijk blijven. Transsubstantiatie revisited. Je leest nooit hetzelfde in een boek of beter: in een boek staat steeds weer iets anders.
ChatGPT aapt de mens na. Of beter, hij doet zijn best, het is meer een nog-niet-mens. Een niet gewordene bij wie begin noch eind is. Een golem ‘bij wie alles terstond vergaat; iedere indruk, iedere belevenis, iedere situatie. Een mens bij wie niets bestaat. Vandaag, gisteren en morgen zijn bij hem door niets met elkaar verbonden. Er is hem alles overkomen, er is hem niets overkomen. Zijn frisheid. Zijn sterfelijkheid op de spits gedreven, zodat niet eens die iets betekent. Hij kent iedereen en kan zich niemand herinneren. Hij leeft in een wereld zonder namen. Hij is niet bang, maar er is ook niemand bang voor hem. Zijn leeftijd en zijn sekse wordt niemand duidelijk. Hij heeft oogmerken noch plannen.’ (Canetti, 1976, p. 127/8)
Dat laatste klopt. Hij of Het heeft geen plannen, zijn makers wel. En die plannen delen ze niet. Veel goeds is het niet. Dat is zeker.
Het citaat is van Elias Canetti en komt uit de bundel Wat de mens betreft. Het gaat om aantekeningen uit de jaren 1942-1972. Af en toe lees ik stukjes uit die bundel, zo ook vanmorgen. Toen ik de woorden van Canetti las, dacht ik aan iemand die ik ken: ChatGPT. Iemand? Nee, een iets.
Ik kocht het deeltje van Canetti uit de Privé-domeinreeks bij de dames op het Spui. Iedereen die de vrijdagse boekenmarkt op het Spui bezoekt weet wie zij zijn. Ze waren blij dat ik het kocht. ‘Nu ben je eindelijk compleet’, zeiden ze. Dat is ook zo.
Ik heb dit deeltje 31 uit de Privé-domeinreeks ooit bezeten, maar raakte het kwijt. Misschien verkocht ik het. Nu lees ik het opnieuw. Je leest nooit hetzelfde boek. Er staat steeds weer iets anders.
