In 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Notter | Zwolle
februari 15th, 2026 by Jaap de Jong

De dichter en het stille vuur. Over H.N. Werkman en Anna Achmatova

De verborgen wegen zijn het mooist, schreef de drukker en verzetsman H.N. Werkman (1882-1945) in een nagelaten notitie die men terugvond tussen andere papieren. Werkman werd in de vroege ochtend van de 10e april 1945 gefusilleerd.

‘De verborgen wegen zijn het mooist, op de onopengesneden bladen, als het stil gedragene leed dat niemand weet, dat niemand ziet, dan na den dood.’ Die tekst – in handschrift met doorstreping van ‘leed’ staat in Brieven van H.N. Werkman 1940-1945 (na het titelblad). Ik vind het een prachtige tekst, ook vanwege de doorstreping van het woordje ‘leed’. Een taalhandeling die zowel precisie als openheid weergeeft. De woorden ‘het stil gedragene’ volstaan. Leed sluit, zoals breed uitgedragen slachtofferschap dat ook doet.

Je kunt ook vreugde stil dragen.

Ik kwam die tekst van Werkman tegen toen ik gisteren een twintigtal deeltjes uit de serie Privé-domein beschreef. Die haalde ik afgelopen vrijdag af in een grachtenpand in Amsterdam. Een mecenas gaf ze me. Die bestaan en ze wonen niet zelden drie, nee vier trappen hoog en zonder lift.

Niet iedere opgang is een neergang, maar deze wel: hij kostte adem. Ik ben nog maar net vijftig geweest, hijgde als een oude man, terwijl ik pas wil vallen onder de winterstorm. Na het voorlezen van een boek als De Waterman aan kleinzoon Boaz. Na het roeien en jagen. Het roer kan nog zes-, nee zevenmaal om. Ik wil gaan met een stil vuur in mij.

Jaja, ik ken mijn Marsman, opdat ik er van af kan wijken.

De oogst uit het grachtenpand was groot. Schitterende boeken van een verzamelaar met smaak die geen enkel fout boek in huis heeft. En in die collectie zitten ook de Brieven van Werkman en Ontmoetingen met Anna Achmatova. Werkman treft altijd doel en dat geldt ook voor de poëzie van Anna Achmatova (1889-1966).

Elke dag word ik aan het werk van de graficus Werkman herinnerd vanwege de twintig beelden (repro’s) die in het antiquariaat tegen de zoldering hangen. Bij het kijken naar de afbeelding van de dansende man en vrouw, die het beginsel van de eeuwige sabbat praktiseren, zie ik de stoel boven hen zweven. Ze hebben al een stoel in de hemel, denk ik dan. ‘Je moet beter kijken’, zegt mijn geliefde. Maar waarom nog beter als het al goed is?

Naast Werkmans brieven las ik in Ontmoetingen met Anna Achmatova en bekeek de daarin opgenomen foto’s waaronder het beeld van een huilende Joseph Brodsky (1940-1996) bij de begrafenis van Achmatova. Hij droeg het leed niet stil, maar huilde om een vrouw, een vriendin en om iemand wiens taalopvatting hij deelde. Bij Brodsky is de taal niet gans het volk, maar groter dan de mens, de politiek, de ideologie. Met poëzie, schrijft hij ergens, bewaak je de eigen innerlijke vrijheid en wordt de tijd vertraagd. Taal stolt de herinnering. Taal is het glazen huis dat je (en jou) bewoont. De dichter is haar dienaar.

Wat de tijd en de geschiedenis nodig hebben is een stil vuur en een dichter die de verborgen wegen openlegt. Spreken kost iets. Een dichter kan dat. En een dichter was Achmatova, zo besluit Brodsky zijn nawoord. Dat is zo.

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com