In 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Notter | Zwolle
mei 17th, 2026 by Jaap de Jong

‘Er is geen andere weg dan de onze’. Over de moordaanslag op Lev Trotski

Opgeborgen in doos 170, beveiligd in een zware kluis, bevindt zich een gesigneerd exemplaar van No hay más ruta que la nuestra van de Mexicaanse beeldende kunstenaar David Alfaro Siqueiros (1896-1974).

Het bundeltje met opstellen over kunst is afkomstig uit de nalatenschap van Albert Helman ofwel Lou Lichtveld (1903-1996). Er staat een persoonlijke opdracht in aan Albert Helman. Eén keer in de vijf jaar blader ik door het boekje en lijkt het net of ik in een onmiddellijk contact sta met Albert Helman, David Alfaro Siqueiros en Lev Trotski (1879-1940). Ja, ook met Lev Trotski.

‘Er is geen andere weg dan de onze’, zo luidt de vertaling van het werk van Siqueiros die in die bundel de principes van het Mexicaans muralisme verkondigt en kunst met politiek verbindt. Onlosmakelijk. Sociaal realisme. De kunstenaar en politiek activist Siqueiros gaf zijn boekje met opstellen in mei 1948 aan Albert Helman die toen Mexico bezocht. “Er is geen andere weg dan de onze.” Ik onderschrijf dat parool wel, maar uitsluitend op het persoonlijke vlak, als de uitkomst van een reeks eerdere beslissingen die tot een onontkoombaar einde leiden. Ik onderschrijf het zeker niet als een collectieve strijdkreet. En dat was het: Siqueiros was een stalinist van de gestaalde kaders voor wie alles in dienst stond van de revolutie.

Kenners van het Trotskisme weten dat Siqueiros het niet bij theorieën alleen liet. Hij – volgeling van Stalin die Trotski haatte – was de man die de eerste, mislukte moordaanslag op Trotski beraamde en uitvoerde. Albert Helman had gans andere sympathieën. Hij had meer met anarchistische arbeiders en minder of niets met communisten. Ik snap dat wel; ik zou ook liever anarchist zijn als ik niet nog liever helemaal niks was.

Gaandeweg was Albert Helman vervreemd geraakt van de NRC-journaliste Fanny Schoonheyt, een grote blondine uit Rotterdam, die zich tijdens de Spaanse burgeroorlog had ontwikkeld tot ‘de koningin van de mitrailleur’. Schoonheyt had in Spanje een relatie met Ramón Mercader (1913-1978) die bij de stalinisten in Moskou een speciale opleiding kreeg, naar Mexico reisde en Trotski vermoordde. Het lukte hem wel wat eerder bij Siqueiros mislukte: de moord op Lev Trotski.

Eind jaren dertig hingen Helman en zijn vrouw Lili rond in Mexico-stad waar zij begin 1938 een woning betrokken aan de Avenida Campestra 15 in Villa Obregon. Die villa bestaat nog steeds. Er waren nogal wat intellectuelen en kunstenaars die daar samenkwamen, zoals Frida Kahlo (1907-1954), haar minnaar Lev Trotski en de ex-partner van Kahlo: Diego Rivera (1886-1957). David Alfaro Siqueiros, die in Parijs bevriend was geraakt met Diego Rivera, was ook altijd in de buurt. In die dagen was Siqueiros in de ban van Cézanne die overigens wél meer dan zeventig perspectieven op de berg Mont Sainte-Victoire in olieverfschilderijen en aquarellen verwerkte.

Self-portrait dedicated to TrotskiFrida Kahlo droeg in 1937 één van haar zelfportretten op aan Trotski. Zij schilderde het in haar atelier dat grensde aan de achtertuin van Helman. Albert Helman maakte wel eens een praatje met Diego bij de lage heg. Michiel van Kempen doet er in zijn vuistdikke biografie verslag van: “Ik kwam weleens bij Frida en Diego over huis, hij had een prachtige verzameling oude Aztekische beeldjes (…). Op een morgen, ik had even tevoren een kras verhaal gehoord, zag ik hem en zei: “Don Diego, is het waar dat de schorpioenen hier zó giftig zijn, dat hun steek meteen dodelijk is?” – “Ja, dat is waar!” zei Diego over het tuinhek tegen mij, “het is me de vorige week nog gebeurd.” – “Maar u bent tóch niet doodgegaan.” – “Nee, de schorpióen.”

Wie ook niet doodging was Lev Trotski. Althans niet op die 23e mei 1940 als Siqueiros aan het hoofd van een Mexicaanse legerpatrouille aan de poort van Trotski’s zwaar bewaakte villa staat. Het venijn zat die nacht niet in een kleine schorpioen, maar in de loop van twintig machinegeweren. Hij verzoekt de wachtpost hem binnen te laten. Argument is dat de autoriteiten besloten zouden hebben Trotski extra bescherming te geven. De toelating van het nepcommando kost de wachtpost het leven. In een oogwenk is de groep de patio binnengestormd, doorzeefd de aangrenzende slaapvertrekken met machinegeweervuur (driehonderd kogels) en gooit brandbommen door de ramen naar binnen. Daarna trekt men zich haastig terug, een grote dynamietbom achterlatend. De overval mislukt. De bom ontploft niet, Trotski is slechts licht gewond en zijn vrouw en zoontje komen er vrijwel ongedeerd vanaf. Ton Crijnen schreef het in januari 1974 in De Tijd allemaal nog eens netjes op.

Siqueiros komt er met een lichte straf vanaf, wordt door de Mexicaanse autoriteiten op borgtocht vrijgelaten en wijkt uit naar Chili om Pablo Neruda (1904-1973) te ontmoeten die hem uitnodigde tot het maken van enige muurschilderijen. Revolutie en kunst maken: Siqueiros deed het. Een paar maanden later slaat Ramón Mercader de 62-jarige Trotski met een pikhouweel de schedel in.

In november 1967 – dan nog zo’n vier jaar verwijderd van zijn definitieve afscheid van het Trotskisme – worstelt de 32-jarige journalist Igor Cornelissen (1935-2021) met de kopij. Hij zit op dat moment in Moskou om de vijftigjarige herdenking van de revolutie mee te maken, had weliswaar een “bijna opwindend avontuur met de dochter van een generaal van het Rode Leger”, maar geen regeltje kopij. En daarvoor was hij op weg gestuurd.

Igor Cornelissen stond op die novemberdag met een vriend op een heuveltje bij een klein park met uitzicht op Moskou. Iets verderop werd een man voor de televisie geïnterviewd. Die oude man zag er met zijn zwarte jas, witte sjaal, grote hoed en bruine gelaatskleur heel karakteristiek uit. Wie zou dat zijn, vraagt zijn vriend. “Siqueiros”, zegt Igor Cornelissen zonder spoor van bewijs, “maar ik had hem in het Spaans iets horen zeggen over de vele bezoeken die hij aan zijn tweede vaderland had gebracht.” Voordat Cornelissen en zijn vriend David Alfaro Siqueiros kunnen spreken wordt hij afgevoerd door potige lijfwachten in leren jassen.

De korte ontmoeting was genoeg voor een voetnoot in Het Parool. Cornelissen beschrijft hoe Siqueiros tijdens zijn proces stelde dat het geen moordaanslag was geweest, maar slechts een protest tegen Trotski’s aanwezigheid in Mexico. Het zou hem zijn gegaan om het toebrengen van een ‘psychische schok’ door het afvuren van een paar honderd kogels. David Alfaro Siqueiros bleef tot op het einde een stalinist. Van het gestaalde kader. Voor hem “geen andere weg dan de onze.” No hay más ruta que la nuestra.

Er is altijd een andere weg en een andere berg.

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com