in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
januari 13th, 2022

Een schouderophalen der eeuwigheid: over Koestler, Benjamin en Lore Krüger

In de nacht van 26 op 27 september 1940, terwijl de Duitse tanks zich door het Franse landschap ploegden, pleegde Walter Benjamin (1892-1940) in het plaatsje Portbou zelfmoord door de inname van een dosis morfine. Hij was nog niet eens vijftig, in de middag van zijn leven, toen het nacht voor hem werd. De morfinepillen had hij eerder gekregen van Arthur Koestler (1905-1983), die eind jaren dertig bezig was met zijn grootse roman Darkness at noon, en net als Benjamin in Frankrijk verbleef. Zijn vriendin Daphne Hardy (1917-2003), beeldhouwster, vertaalde de roman in het Engels.

Walter Benjamin, Arthur Koester, Daphne Hardy en de portretfotografe en de latere vertaalster Lore Krüger (1914-2009) woonden in de Rue Dombasle 10, de straat waar de appartementen zo’n zeven verdiepingen tellen. Arthur Koestler en zijn vriendin Daphne woonden naast Benjamin. Over Walter Benjamin wist Lore Krüger nog wel een en ander toen zij in 2007 door Christian Burkard werd geïnterviewd (NIW, 12 januari 2007, p. 15). Wonen met Benjamin was een “wonen met de woudgeest”. Ze vertelt dat Benjamin nogal een Eigenheimer was. Ik citeer: “Ik wist toen nog niet dat hij een beroemde schrijver en filosoof was. Ik was nog jong, ik wist niet zo veel. Benjamin had de gewoonte om ’s nachts te werken en daarna te baden. Het huis was zo gebouwd dat de afvoerpijp van zijn badkamer door mijn slaapkamer liep. We wisten altijd wanneer hij baadde. En ’s morgens sliep hij lang uit. Wanneer je aanbelde, deed hij de deur open met een roestrode badmantel, met verward haar en verwarde blik, nogal afwezig dus. Hij wist zo te zien geen raad met ons. We noemden hem ‘de woudgeest.’”

Lore Krüger en haar zus ontvingen juist in die tijd een briefje van hun ouders. Het briefje, geschreven op een kladblok (zie foto), is gedateerd op 11 juli 1940 en bevat onder meer de volgende tekst (mijn vertaling, JdJ): “Als je deze regels ontvangt, zijn wij niet meer onder de levenden. Wij willen niet in handen vallen van harteloze politiemensen of ze nu Spaans of Duits zijn. Daarom nemen we nu voor altijd afscheid van jullie. Jullie waren het geluk van ons leven, onze trots en onze vreugde. Ik raad jullie aan, met nadruk: wees dapper als deze regels je bereiken. Jullie zijn jong! Probeer zo snel als mogelijk Europa te verlaten.”

Lore en haar zus vluchten en zo doen ook de Koestlers, maar Benjamins vlucht eindigt in het plaatsje Portbou. Wellicht, zo zegt een bron, was de politie onder de indruk van zijn zelfmoord en laat ze daarom de rest van de groep toch de grens passeren. Voor Walter Benjamin eindigt het. Een monument herinnert aan zijn doodlopende weg in de zee (zie links). Rechts van het monument Passages van Dani Karavan staan de bomen, kromgetrokken door de storm die uit het paradijs waait.

De dood van Benjamin in het badplaatsje Portbou doet mij denken aan de laatste zinnen in Koestlers geweldige roman Nacht in de middag. Ik citeer: “Een vormloze gestalte boog zich over hem heen, hij rook het nieuwe leer van de revolverkoppel: maar welke insignes droeg de gestalte op de mouwen en schouderbedekkingen van zijn uniform – en in wiens naam hief hij de donkere loop van het pistool omhoog?

Een tweede, verbrijzelende slag trof zijn oor. Daarna was alles rustig. Daar was de zee weer met haar geluiden. Een golf tilde hem langzaam omhoog. Ze kwam van ver en bewoog zich rustig voort, een schouderophalen van de eeuwigheid.”

Die laatste zinnen maken deel uit van de kroonjuwelen uit de wereldliteratuur. Ze zijn oud en toch altijd weer nieuw: “In wiens naam?” en “een schouderophalen der eeuwigheid”.

Overigens was ook Igor Cornelissen een verzamelaar van het werk van Koestler. Daarover later ongetwijfeld meer, Deo Volente. De boeken van en over Walter Benjamin (zie hieronder) komen uit de collectie van Wessel ten Boom.

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com