in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
december 12th, 2020

Ezau’s linzensoep en de gure wind in de Lange Nieuwstraat

De Dunne Man loopt door de glazen schuifdeuren naar buiten. Daar ligt een groot stuk hout: afgehouwen hout. De Dunne Man associeert plek en hout met de bestseller Wie is van hout van de psychiater Jan Foudraine (1929-2016). Teksten dringen zich als vanzelf aan hem op, zeker als hij het moeilijk heeft. Nog geen vijf minuten terug zat hij op de vierde verdieping in het enorm lelijke, hoog optrokken, gele gebouw aan de Lange Nieuwstraat. Daar, op die vierde verdieping, volgt De Dunne Man in een kale lege ruimte zonder groen – en met medewerkers achter glas – de cursus Ontcijferen. Over het decoderen van taal.  In dat gebouw mag je ook roken, als je even niet wilt praten, leren of breien. Daar, op een binnenplaats, tussen hoog opgetrokken glas met wat smalle kieren verdwijnt alleen sigarettenrook. De Dunne Man kijkt naar boven. Daar, op die vierde verdieping, was hij zojuist bij het Meisje met de Vlecht. Van haar kreeg hij een vel papier. Het is omwikkeld met wat aan elkaar gebreide draden. Restafval van een das: “In die das zit al mijn verdriet”, zei ze bij het afscheid.

De Dunne Man tast in zijn zak om het in elkaar gevouwen papier te pakken Hij wikkelt het uit elkaar en leest. Er staan drie woorden op, in rode letters: liefde is onaantastbaar. Als het moeilijk wordt, denkt de Dunne Man aan de boeken. Hij denkt eigenlijk altijd aan boeken. Is er een betere samenvatting van Paulus brief aan Korinthe dan deze drie woorden, zo vraagt hij zich af.  Nee, Paulus schrijft niet best. Lange, met komma’s doorspekte, onleesbare zinnen. Ja, het zijn vooral de komma’s die de tekst onleesbaar maken voor een vleselijk mens. Maar een kortere weergave van Kor. 13 is onbestaanbaar: liefde is onaantastbaar.

In deze straat waait immer een gure wind. Tranen vriezen er vast op je wangen. De Dunne Man heeft geen tranen meer om vast te vriezen. Wel honger. Hij besluit om iets te gaan eten. In het midden van de Lange Nieuwstraat staat een kraam voor een restaurant. De weg naar binnen is niet meer begaanbaar, maar buiten, bij de houten kraam, is linzensoep te koop: Syrische linzensoep. De Dunne Man denkt onmiddellijk aan de geurige linzensoep van Jakob, die daarmee zijn broer Ezau het eerstgeboorterecht ontfutselde. Hij glimlacht en vraagt zich af hoe vaak hijzelf het eerstgeboorterecht verkocht. De geur is onweerstaanbaar en de Dunne Man krijgt zin. Op de vraag of de linzensoep de prijs van het eerstgeboorterecht waard is kijkt de kok hem vragend aan. Mohammed nam het linzensoepverhaal niet over in de Koran. De Dunne Man besluit het te wagen: een verhaal voor een kop linzensoep ofwel Ezau’s prijs voor het Zintuiglijk Genot. De soep is kruidig, smakelijk ook. En de verkoper-kok geniet van het verhaal. Hij zegt dat hij zijn soep voortaan Ezau’s Linzensoep zal noemen. De Dunne Man tipt hem er een volgende keer kip en koriander in te doen en wandelt tevreden verder. Het woord gods vergaat nimmermeer.

Door de smalle Dorstig Hartsteeg naar de Oudegracht. Daarna langs het huis met het muurgedicht van Ingmar Heytze die schrijft dat vrijheid nooit vanzelf spreekt. Aangekomen bij het antiquariaat Hindericks & Windericks vraagt De Dunne Man of er boeken zijn over locomotieven. “Neen”, zegt de antiquaar en schrijft verder in het Winkeldagboek. Er ligt wel ander prachtigs: Hans van Straten, Multatuli, Ter Braak en wat al niet meer. Desnoods kan Hindericks een tekst van Nescio leveren (in rood-zwarte belettering): “’Ik zit op den berg en kijk in het dal (…). Dat is dor, er is geen water”. Edoch, geen teksten over locomotieven en ook Jan Foudraine wordt niet verkocht. Misschien voor 150 eurocent bij overbuurman Stichting De Arm.

De anti-psychiatrische beweging is dood, het evenwicht tussen Pil en Praat is zoek en Jan Foudraine is uit. Maar De Dunne Man heeft zijn tekst. Drie woorden: liefde is onaantastbaar.


Foudraine, J. (1971). Wie is van hout... Een gang door de psychiatrie. Ambo: Bilthoven. Niet leverbaar, behalve digitaal

Nieuwe oude boeken die wèl te koop zijn bij Cornelissen & De Jong

oktober 31st, 2019

Engelen

De Dunne Man droomde dat hij met zijn zusje met de bal speelde. De bijtjes zoemden en de oranje afrikaantjes waren oogverblindend, ze geurden bovendien naar veel zomer. Plots lag de bal op het dak. De Dunne Man klom omhoog waar de bal op de voor haar bestemde plaats lag. Klimmen was gemakkelijker dan dalen. De Dunne Man dacht dat engelen hem wel zouden vangen als hij sprong. Hij was bang, maar wilde voor alles geloven. De pijn van het gekneusd stuitje was verschrikkelijk. De zielenpijn was erger en ging nooit over. Engelen zijn net mensen. Complex, wist hij nu. (5)

juli 17th, 2019

November in juli

Het is juli en toch is het november. Altijd regen. De Dunne Man zit achter zijn hardhouten tafel. Vierpotig en gedagtekend met 405 putjes. Hij luistert naar Max Richter en denkt aan J.C. Bloem. Niet na te volgen associaties teisteren zijn geest. Buiten regent het gewoon door. Wel denken of niet denken: tegen regen helpt niets. Voor de Dunne Man is er geen onderscheid tussen dove herinneringen, wat geleefd wordt en wat verbeid. Hij loopt naar het raam, prevelt iets over prille wegen en het ontkomen aan de tijd. Het is altijd november, altijd regen, altijd dit lege hart. Altijd. (4).

november 24th, 2018

Stilte op ‘t Janskerkhof

De Dunne Man zit met zijn Leermeester op het Janskerkhof. Aan de wand hangen repro’s van schilderijen van Rubens, Meester van nog net niet vervallen Schoonheid. De Dunne Man denkt aan de herfst die niet zal schitteren. Toch zal ze zijn. Buiten regent het, binnen citeert de Leermeester Rilke. Alles  is als het moet zijn: Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr | Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben | wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben | und wird in den Alleen hin und her unruhig wandern, wenn die Blätter treiben. Dan drinken ze. En zwijgen. (3)

november 20th, 2018

Het lot tarten

De Dunne Man zit bij zijn moeder en vraagt wat zij zou doen als zij opnieuw zou mogen beginnen. “Neem je opnieuw twaalf kinderen of eerder een zeeman, een zendeling desnoods?” Zij giechelt als een jong meisje. Zij lacht zoals hij haar nooit zag lachen. Haar hoofd schudt heen en weer en haar ogen zien de Oneindigheid. Onbezorgd, vrij en open. Alsof er geen God is, geen regel. Even dan. ‘Kinderen neem je niet, jongen. Kinderen ontvang je. Maar voor die zeeman of zendeling tart ik het lot. Ja, een mens moet één keer in zijn leven het lot tarten.’ (2)

november 13th, 2018

De verhalenvlechter

De Dunne Man zit naast het bed en luistert naar het Meisje met de Vlecht. ‘Op de tafel liggen alle verhalen van de wereld’, zegt het Meisje. De Dunne Man kijkt en zegt: ‘Ik zie alleen woordenboeken’. ‘Dat is zo’, antwoordt het Meisje, ‘maar daarin staan alle woorden van de wereld. Als je die in de goede volgorde zet heb je een wereldverhaal’. ‘Dat is zo’, denkt de Dunne Man. ‘Later zeil ik over de wereld en neem ik al die woordenboeken mee, versnipper ze en strooi ze over het water. Zo trek ik een spoor van verhalen. Mijn spoor.’ (1)