in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong
oktober 31st, 2019

Engelen

De Dunne Man droomde dat hij met zijn zusje met de bal speelde. De bijtjes zoemden en de oranje afrikaantjes waren oogverblindend, ze geurden bovendien naar veel zomer. Plots lag de bal op het dak. De Dunne Man klom omhoog waar de bal op de voor haar bestemde plaats lag. Klimmen was gemakkelijker dan dalen. De Dunne Man dacht dat engelen hem wel zouden vangen als hij sprong. Hij was bang, maar wilde voor alles geloven. De pijn van het gekneusd stuitje was verschrikkelijk. De zielenpijn was erger en ging nooit over. Engelen zijn net mensen. Complex, wist hij nu. (5)

juli 17th, 2019

November in juli

Het is juli en toch is het november. Altijd regen. De Dunne Man zit achter zijn hardhouten tafel. Vierpotig en gedagtekend met 405 putjes. Hij luistert naar Max Richter en denkt aan J.C. Bloem. Niet na te volgen associaties teisteren zijn geest. Buiten regent het gewoon door. Wel denken of niet denken: tegen regen helpt niets. Voor de Dunne Man is er geen onderscheid tussen dove herinneringen, wat geleefd wordt en wat verbeid. Hij loopt naar het raam, prevelt iets over prille wegen en het ontkomen aan de tijd. Het is altijd november, altijd regen, altijd dit lege hart. Altijd. (4).

november 24th, 2018

Stilte op ‘t Janskerkhof

De Dunne Man zit met zijn Leermeester op het Janskerkhof. Aan de wand hangen repro’s van schilderijen van Rubens, Meester van nog net niet vervallen Schoonheid. De Dunne Man denkt aan de herfst die niet zal schitteren. Toch zal ze zijn. Buiten regent het, binnen citeert de Leermeester Rilke. Alles  is als het moet zijn: Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr | Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben | wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben | und wird in den Alleen hin und her unruhig wandern, wenn die Blätter treiben. Dan drinken ze. En zwijgen. (3)

november 20th, 2018

Het lot tarten

De Dunne Man zit bij zijn moeder en vraagt wat zij zou doen als zij opnieuw zou mogen beginnen. “Neem je opnieuw twaalf kinderen of eerder een zeeman, een zendeling desnoods?” Zij giechelt als een jong meisje. Zij lacht zoals hij haar nooit zag lachen. Haar hoofd schudt heen en weer en haar ogen zien de Oneindigheid. Onbezorgd, vrij en open. Alsof er geen God is, geen regel. Even dan. ‘Kinderen neem je niet, jongen. Kinderen ontvang je. Maar voor die zeeman of zendeling tart ik het lot. Ja, een mens moet één keer in zijn leven het lot tarten.’ (2)

november 13th, 2018

De verhalenvlechter

De Dunne Man zit naast het bed en luistert naar het Meisje met de Vlecht. ‘Op de tafel liggen alle verhalen van de wereld’, zegt het Meisje. De Dunne Man kijkt en zegt: ‘Ik zie alleen woordenboeken’. ‘Dat is zo’, antwoordt het Meisje, ‘maar daarin staan alle woorden van de wereld. Als je die in de goede volgorde zet heb je een wereldverhaal’. ‘Dat is zo’, denkt de Dunne Man. ‘Later zeil ik over de wereld en neem ik al die woordenboeken mee, versnipper ze en strooi ze over het water. Zo trek ik een spoor van verhalen. Mijn spoor.’ (1)