in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
januari 11th, 2022

“De bevroren zee in ons aan mootjes hakken” Over Brod, Kafka en het boek

Afgelopen week verkocht ik de biografie van Ernst Pawel over het leven van Franz Kafka. Het exemplaar (Pawel, 1986, 1e dr.) kwam uit de bibliotheek van Igor Cornelissen en was hem op 11 september 1986 geschonken door de uitgever Rob van Gennep (1937-1994) met wie Igor goed bevriend was. Gelukkig heb ik nog wel het Duitse origineel en gelukkig verkocht ik het aan een kenner die alles weet over Kafka en de reiziger in scheerapparaten 😉 Twee keer gelukkig! Dat is ook nodig als compensatie, want van het lezen van boeken dien je ongelukkig te worden. Lees maar!

Ik kreeg direct spijt van de verkoop toen ik eens goed lette op de aantekeningen van Igor. Op een apart vel noteerde hij zijn leesobservaties. Hij vond het prachtig hoe Kafka en Brod over hun tijdgenoten spraken en schreven. Zo had Kafka indertijd geen goed woord over voor Gustav Meyrink (1868-1932) en dat leidt tegenover Max Brod tot een betoog over de vraag waarom “we” lezen. Niet omdat het ons gelukkig maakt. Neen, dat niet, boeken die ons gelukkig maken kunnen we desnoods zelf wel schrijven. 

Neen, schrijft Kafka in een brief aan Oskar Pollak (27 januari 1904): “we hebben boeken nodig die ons treffen als een ongeluk dat ons veel pijn bezorgt, als de dood van iemand van wie we meer hielden dan van ons zelf, als wanneer we de bossen in zouden worden gejaagd, van alle mensen vandaan, als een zelfmoord, een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons. Dat vind ik” De woorden van Kafka doen me denken aan mijn oma die mij ooit vertelde dat het goed is als mensen “in hun ongeluk lopen.” Daar kan iets goeds van komen, zo bezwoor ze.

Fantastisch, een boek moet zijn als een bijl voor de bevroren zee in ons. Het moet het hart in stukken snijden, ons leven op het spel zetten, inzichten opnieuw bevragen. Waar hield Kafka van? Welke boeken las hij? Het zijn Goethe, Thomas Mann, Hamsun, Hesse en Flaubert. 

We hebben ze allemaal in huis en dat geldt ook voor een zeldzame editie van Gustav Meyrink wiens Golem indertijd een bestseller was, maar dan zonder de litho’s van Hugo Steiner-Prag. Genoeg bijltjes om mee te zwaaien en – als God het wil en de duivel het niet tegenwerkt – de bevroren zee in ons aan mootjes te hakken. “Mijn idee over boeken”, zo schreef Igor Cornelissen in de marge. Zo is het! 

Bronnen over Max Brod – Franz Kafka – Oskar Pollak ontleend aan Pawel (1986, p. 182-184 [Ned. vert.])

juli 3rd, 2021

Ademhalen in een Kafkaëske samenleving. Aantekeningen bij Kafka

Op Twitter zag ik zojuist dat het vandaag de verjaardag van Franz Kafka (1883-1924) is. Ik dacht onmiddellijk aan zijn notities in een reisdagboek waarin Kafka een aantal uitspraken van een arts noteerde tijdens een bezoek in Jungborn. In die plaats was een sanatorium dat hij bezocht met zijn vriend Max Brod. Men bestookte er de bezoekers met rauwe groenten en even onbekookte ideeën, zo schrijft de biograaf van Kafka.

Franz Kafka beschrijft in dat reisdagboek een aantal van die onbekookte ideeën: “Gisteravond lezing over kleding. Bij Chinese vrouwen misvormt men de voeten opdat ze een groter achterste krijgen (…). Uit de lezing van gisteren: ‘als men zelf helemaal misvormde tenen heeft, kan men ze mettertijd recht maken door aan zo’n teen te trekken en daarbij diep adem te halen (…). Ademhaling vanuit het middenrif bevordert de groei en de werking van de geslachtsorganen, hetgeen verklaart waarom operazangeressen die een dergelijke ademhaling moeten ontwikkelen zo wulps zijn.”

Enfin, dit en andere anekdoten en impressies over het leven en werk van Kafka vind je in de biografie van Ernst Pawel. Ik wilde wel dat ik vandaag de tijd had om door te lezen. Het aardige is dat Igor Cornelissen bij dit exemplaar veel aantekeningen maakte (op apart blad), zoals zijn opmerking bij de speculaties van Pawel over de grootte van het lid van Kafka: “Hier vervalt Pawel zelf in die onzin analyse [psycho-analyse van Freud]”. Over de vriendschap met Max Brod, zijn filmbezoek en wat al niet meer? Veel.

De meest indrukwekkende zin van Kafka is volgens mij de laatste zin uit Het Proces: “‘Als een hond’, zei hij, het was alsof de schaamte hem moest overleven.'” Die zin tekent heel treffend de behandeling (en uiteindelijke terechtstelling) van het individu – dat zich verzet – bij het begin, midden en einde van zijn leven in de Kafkaëske samenleving met haar protocollen, binaire werkelijkheid en formats, gehandhaafd door de vinkjesprofessional; de werknemer die het allemaal inhoudelijk niet zo boeit als hij zijn vinkje maar kan zetten en de tijd kan uitzitten. Het zijn dode zielen of het is de Golem zelf, weggeslopen uit de roman van Gustav Meyrink. Je ademhaling zou er van stokken, ook al komt ‘ie vanuit het middenrif.

De Golem van Gustav Meyrink (1915) verkopen wij overigens ook. En er is meer Kafka bij Cornelissen & De Jong, namelijk de Brieven aan Ottla en andere leden van de familie. Een mooi werkje uitgegeven bij Fischer Verlag.

N.a.v.: Pawel, E. (1986). Het leven van Franz Kafka. Amsterdam: Van Gennep. Goed, met leesvouwen (rug) en (losbladige) aantekeningen van I.C.. Paperback met flappen, 515 pp. Uit de collectie Igor Cornelissen.

Kafka, Franz (1975) Briefe an Ottla und die Familie. Franffurt am Main: Fischer Verlag. I.z.g.st., met als frontispies afbeelding van Franz Kafka als jongen. Ebehard Marhold (omslag), G. Lachenmaier (bandontw.), 248 pp. Uit de collectie Igor Cornelissen.

Beide exemplaren in totaal € 35,00 (incl. pak- en verzendkosten binnen Europa). Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong
mei 4th, 2020

Kafka en de enge poort

Ik droomde vannacht dat ik in een verhaal van Kafka was verdwaald. Een wachter vertelde mij dat de dag aanbrak, maar ook de nacht. Het was een lucide droom die mij benauwde. Ik had minder adem dan zonder dromen en dat is al niet veel.

Het was een miezerige, regenachtige ochtend met zwevende slierten grijze mist. Eerst dacht ik dat die slierten witte wieven waren. Ze schonken geen aandacht aan mij en dat kon ik nauwelijks verkroppen. Het zullen daarom waarschijnlijk wel slierten zijn geweest. Geen witte wieven. Ja, slierten dus. Ik ging door een tunnel. Aan het einde zou er licht zijn, zo was mij verteld. En heus, in de verte zag ik flakkerend licht van een lantaarn. Niet het daglicht dat mij was toegezegd. Zo’n zes, misschien zeven meter achter de lantaarn rezen drie poorten op met hetzelfde opschrift. “Velen zijn geroepen”. Bij het lezen van die tekst geraakte ik in een lichte paniek. Althans, het had iets weg van angst. In mijn wakend leven noem ik zoiets een existentiële crisis. Zover wil ik toch niet gaan. In mijn droom had ik alleen wat maagpijn. Lichtzinnig.

Op zondag ben ik een thuislezer en gisteravond las ik Voor de wet van Kafka. In dat verhaal is er maar één poort met een strenge wachter die je – zo meende ik gisteravond – moest verschalken wilde je niet voor eeuwig het bos te worden ingestuurd. Je moet wel iets leren van de Grote Literatuur. Maar nu had ik te maken met maar liefst drie poorten en geen enkel begin of iets in handen om de wachters te verbidden mij toe te laten. En die wachters gaven geen krimp. Plots wakker en een tong van leer. Er is honger. Er is dorst.

Bovendien ook nog een paar dingen die wachten: een antiquariaat, een webapplicatie en online lessen. Dromen hebben tenminste iets dat op diepzinnigheid lijkt. maar het Echte Leven begint nu. Opgestaan, eten en verhaaltje schrijven. Eén poort door, een hele enge, en de wachter is spoorloos. Wachter, wachter wat is er van de nacht?

Vandaag geen Kafka in de aanbieding. Wel een boek van Martin van Amerongen met de titel Don Juan hield niet van vrouwen: controversen en contrasten. Een bundel essays, onder meer over Kafka.

En nog veel meer andere Grote Literatuur. Om van te leren, zeg maar: essays

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com