in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
oktober 4th, 2021

Dierendag & wachtend op de verlossing

Het is vandaag dierendag. Op die dag denk ik altijd aan Gerard Reve, aan Paulus en aan het zuchten van de gehele schepping, maar ook aan George Orwell. Dat komt omdat ik vanmiddag bij toeval – maar dat is niet anders dan dat het ons toevalt – de omslagen van allerlei varianten van Animal Farm scande èn omdat het daarin om de beestenstal gaat van George Orwell.

Orwell schreef de  wereldberoemde roman Animal Farm in 1945. Hij demonstreerde daarmee ook de machtsmechanismen van ideologische staten uit de laat-moderne tijd zoals Machiavelli dat deed voor de laat-middeleeuwse samenleving. De werking van die macht was eender, maar toch anders. Op de omslagen van de roman van Orwell staan niet zelden dieren, met name varkens: zachte, zielige, aardige, lieve en agressieve varkens, “but – of course – all equal”. De associatie met dierendag ligt voor de hand, als ook die met het beest in ons.

Ik weet niet of George Orwell met Animal Farm zijn doel bereikte – analyseren, ontmaskeren om te kunnen verbeteren (?) – maar hij probeerde het tenminste. Hij schreef het op en deed dat goed. 

De roman is in veel talen beschikbaar. Ik vind dat de varianten van dit item uit de Orwellcollectie best weg mogen geraken voor elf euro per stuk (incl. pak- en verzendkosten). Misschien dat ik dan los raak van Animal Farm. Ik hou van het woordje ‘losraken’, ja ik hecht er aan. Mijn vader was bakker en het ‘los geraken’ van de handelswaar was – naast de verlossing zelve – zijn hoogste dagdoel. Ik wil dat ook.

De Hebreeuwse versie van Animal Farm ben ik overigens al kwijt, die heb ik vergeven: All animals are equal, but some pigs are more equal than other pigs.

Rest mij nu bijna niets meer dan de wens dat u zich vanavond samen met de dieren in het veld in alle rust terneder legt. En ook dat het woud daarna niets dan stilte ademt en dat van de stenen het binnenste wordt geroerd. Houdt u daarbij wel de deur op slot? Zodoende denken ze, als ze aan de deur komen, dat u niet thuis bent. Het is wat Reve zegt: het is waarlijk goed en passend dat ze denken dat u vanavond niet thuis bent. En hoe mooi is het als u op zo’n moment los bent van alle dingen.

Dan kan er immers een wachten zijn, “een wachten op u, een wachten zijn.”

En vanaf vandaag denk ik op dierendag niet alleen aan Reve, Paulus en Orwell, maar ook aan u. Alleen u kunt mij verlossen van Animal Farm.

Interesse in een Nederlandse, Duitse, Italiaanse, Hebreeuwse vertaling dan wel een andere variant of vertaling van Animal Farm van George Orwell? Alle items zijn afkomstig uit de Orwellcollectie van Igor Cornelissen. Interesse? Neem contact met ons op.

juni 27th, 2021

Een verschrikkelijk boek: Nineteen Eighty-Four – Orwell

Orwell publiceerde in 1949 zijn dystopische roman Nineteen Eighty-Four (Londen, Secker & Warburg). In 1950 kwam de eerste Nederlandse vertaling uit, maar Jet [verdere gegevens onbekend] las het boek in het Engels. Dat deed ze in een editie die bedoeld was voor het Europese continent. Na een paar uur lezen stuurt ze een ansichtkaart naar haar vriendin Griet. Ik vind het een aandoenlijk bericht en geef hieronder de volledige tekst. 

“Lieve Griet – Heb zondagavond in dit boek een paar uur gelezen, maar ik ga er niet mee door. Het is een verschrikkelijk boek. Is de tegenwoordige wereld nog niet erg genoeg dan dat we nu al (en volkomen nutteloos) moeten zitten griezelen over wat er (misschien) in 1984 gaat gebeuren? Not me! Groetjes van Jet.”

Het is natuurlijk allemaal nog veel erger dan dat Jet zich in haar stoutste dromen had kunnen voorstellen.

En ook weer minder erg dan anderen dan Jet zich kunnen denken.

Zou het kunnen zijn dat het hier om een schrijfsel van Henriëtte Roland Holst (1869-1952) gaat? Ik sluit niks uit. Het gaat weliswaar niet om het vijfde evangelie, maar wel om de vrouw van de zachte krachten die in het einde zeker zullen winnen.

Ik vraag maar en trouwens ….

“zoo ik zweeg zou alle licht verduistren / alle warmte zou verstarren van binnen.” 

Méér Orwell bij Cornelissen & De Jong. Voor Jet en de anderen.

N.a.v.: George Orwell (1950). Nineteen Eighty-Four. London: Secker & Warburg. I.z.g.st., maar met kwetsbaar stofomslag om licht karton. 312 pp., 1e druk [second reprint]. Star Editions to be sold on the Continent of Europe only. Met beschreven ansichtkaart - een lezersreactie. Uit de collectie Igor Cornelissen. Niet meer leverbaar.

juni 15th, 2021

Een olifant omleggen. Orwell in Birma

Vandaag beschreef ik een aantal titels uit de collectie Igor Cornelissen. Niet zomaar iets, maar een eerste selectie uit zijn zeer grote verzameling Orwell. Zijn vrienden kenden die fascinatie van Igor voor George Orwell (1903-1950) uiteraard en herinnerden hem er aan. Zo ontving Igor van Karel van het Reve een ansichtkaart met de foto van Orwell (voor de BBC microfoon) en op de achterzijde een bedankje. Ik vond de kaart in één van de biografieën over Orwell.

Toen ik Igor eens bevroeg over zijn fascinatie voor Orwell vertelde hij mij dat niet alleen de stijl, maar ook de waarheidsliefde van Orwell hem aansprak: “Anders dan veel journalisten van vandaag, die de waarheid veelal ten onder houden, was Orwell waarheidslievend; ondanks dat hij wist dat het vertellen van waarheid een prijs heeft.”

Aan die waarheidsliefde (en aan de prijs van waarheid) moest ik denken toen ik vanmiddag het titelverhaal van Orwell uit de privedomeinreeks Een olifant omleggen (Amsterdam, 1973) herlas. Daarin vertelt Orwell tot in detail hoe hij – een door de Birmezen gehate politieofficier (want bezetter) in Birma – een olifant doodt onder het toeziend oog van tweeduizend mensen. Niet omdat de olifant op dat moment gevaarlijk was, ook niet omdat het kon; praktisch en juridisch. Maar alleen maar ‘om zich niet belachelijk te maken’.

Hij wilde koste wat kost vermijden dat – als er iets mis zou gaan – tweeduizend Birmezen zouden zien hoe een witte man “achterna werd gezeten, gepakt, vertrapt en gereduceerd tot een grijzend lijk (…) op de heuvel. En als dat gebeurde was het heel waarschijnlijk dat sommigen zouden gaan lachen. Dat nooit. Er was maar één alternatief. Ik schoof de patronen in het magazijn en ging op de weg liggen om beter te kunnen mikken”.

In dit verhaal beschrijft Orwell zijn machteloosheid. Weliswaar met een geweer in de hand, maar toch “machteloos” door de preoccupatie met zijn witheid en stand. Verplicht tot handelen in het zicht van tweeduizend mensen en een gevoel voor eigenwaarde die hem belet anders te handelen.

Gedepriviligeerd door de privileges die hij genoot als witte man tussen tweeduizend Birmezen. De massa als totalitair systeem die het individu vermorzelt. En, door dit precies en op nietsontziende wijze op te schrijven, te demonstreren dat het de keuze is van het individu om dit zo te doen en niet anders. In dit geval zij́n keuze.

Precisie en feitelijkheid zijn een veel dodelijker gereedschap in handen van een goed journalist dan moraliserend gebabbel.

Ergens schrijft Orwell dat er voor hem vier redenen zijn om te schrijven: (1) het pure egoïsme en verlangen om een intelligente indruk te maken; (2) esthetische geestdrift – het zien van schoonheid in de wereld. In woorden en de juiste rangschikking daarvan; (3) de historische sensatie – verlangen om de dingen te zien zoals ze zijn, om de waarheid uit te zoeken en vast te leggen voor het nageslacht; (4) het politieke doel – verlangen om de wereld een bepaalde richting in te drukken.

Hij doet dat goed Orwell, ook in dit verhaal. Juist omdat hij daarin méér dan een olifant neerlegt.

Interesse in de collectie Orwell? Neem contact met ons op. Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong

april 23rd, 2021

George Orwell en het antiquariaat & uitleenbibliotheek

Op de hoek van Pond St. en South End Road in Hampstead is (vlg. Google Maps, 2019) nu een bakkerij gevestigd. Ooit was daar het antiquariaat en de uitleenbibliotheek van Francis en Mary Westrope gevestigd. Zij waren de werkgevers van George Orwell (1903-1950) die op de bovenverdieping kamers huurde en overdag een handje meehielp in het antiquariaat. Hillary Paynter maakte een mooie houtgravure van de plek waar Orwell in de jaren dertig verbleef en werkte.

Die combinatie van antiquariaat en uitleenbibliotheek was een typisch negentiende eeuwse gewoonte waarmee boekhandelaren hun boterham belegden. Natuurlijk, er werd wel eens een boek gejat en – na verwijdering van het eigendomsbewijs – bij een andere uitleenbibliotheek met winst verkocht. Maar het voordeel van de doorlopende klandizie woog daar blijkbaar ruimschoots tegen op. In Zwolle dreef J.C. der Mouw – de vader van de dichter-filosoof Joan Andreas dèr Mouw (1863-1919) – ook zo’n combinatie van antiquariaat & uitleenbibliotheek op de Nieuwe Markt 24. In 1865 verhuist hij naar de Diezerstraat waar zijn vrouw op de bovenverdieping directrice wordt van de lokale meisjes-H.B.S. Der Mouw combineert op de Diezerstraat zijn bezigheden met de muziekhandel die hij overnam van de vorige eigenaar W. Ezerman, zo wordt duidelijk uit de Overijsselsche en Zwolsche Courant van 15 september 1865. Zoiets (en natuurlijk het allerliefst op de Nieuwe Markt 24, waar de latere dichter Joan Andreas zijn eerste indrukken opdeed en de Staphorster vrouwen in klederdracht op de botermarkt zag rondstruinen) wil ik ook wel: BOLAS (als digitale bibliotheek voor het Voortgezet en Hoger Onderwijs) in combinatie met het antiquariaat waar geurig bedrukt papier te koop is. Kortom, een toegang tot het paradijs, een toegang tot kennis. En ook nog eens dicht bij het cafe De Hetebrij ofwel een paradijs zonder dorst. Er zullen wel wat doornen en distels groeien, maar toch. De idee is wonderschoon!

George Orwell, die eigenlijk Eric Arthur Blair heette, heeft minder romantische herinneringen aan zijn tijd bij het echtpaar Westrope. Er kwamen volgens hem voornamelijk oude dametjes die “boeken voor invaliden” zochten: ze weten niet wat ze zoeken, kennen auteursnaam noch titel, maar weten zich wel te herinneren dat het boek een rood omslag heeft. En dan zijn er verlopen types die naar oud brood rieken en je waardeloze boeken pogen aan te smeren.

Het inkopen van boeken vond Orwell daarentegen fantastisch: nergens had hij zo’n plezier in dan op een dorpsveiling een partij boeken te kopen. Liefst voor een paar stuivers. De beduimelde, onverwachte boeken die je in zo’n collectie tegenkomt hebben een heel eigen aroma, schrijft hij. Toch verloor hij op den duur de liefde voor boeken. Hij kocht ze nog wel, maar alleen als hij ze nergens kon lenen. En hij schafte nooit rommel aan. Boeken zijn stofnesten en de aanblik van het papier deed hem denken aan idiote klanten en dode bromvliegen. Die vliegen, niet de klanten (soms vallen dingen mee), gingen bij voorkeur dood op de bovenzijde van een boek.

Het essay Bookshop Memories van Orwell is een buitengewoon amusant stuk en de bibliofiele uitgave van dit essay maakt deel uit van de collectie Cornelissen waarover binnen afzienbare tijd méér.


Orwell, George (1987). Bookshop Memories.[Baarn]: Arethusa Pers. With a foreword by W.E. Butler and a wood-engraving by Hilary Paynter. I.z.g.st., gaaf exemplaar, gedrukt bij de Rampert Lions Press op "Zerkall mould-made paper". Nr. 109 uit een oplage van 150 genummerde exemplaren. € 65,00

Interesse? Neem contact met ons op. Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com