in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
augustus 23rd, 2021

Uit de bibliotheek van Arnold Saalborn

Arnold Saalborn (1888-1973) was een interessant docent. Het zijn niet mijn woorden – al wil ik ze best nazeggen – maar die van zijn leerling Jacques Gans (1907-1972). Saalborn was socialist, bevriend met Jacob Israël de Haan (1881-1924) – die door zijn openlijk beleden homoseksualiteit toch een ietwat controversiële positie innam in de toenmalige Nederlandse letteren – en joods. Geen alledaagse figuur, al stond hij zeker niet aan de zelfkant. De belangstelling van Saalborn in het socialisme uitte zich onder meer in de keuze van zijn proefschrift dat over het ontwaken van het sociale bewustzijn in de literatuur handelt. Maar bovenal was hij een humanist, overtuigd van de zin van een brede en diepe historisch-culturele vorming. Men geloofde nog in de emancipatoire werking van de ‘verheffing’ van de arbeidersklasse.

Mooi is hoe Saalborn zijn leerling Jacques Gans bijkans de adem benam toen hij zwijgend het klaslokaal inkwam, voor de lessenaar ging staan en de eerste zin van De Uitvreter (van Nescio) de klas in slingerde. Met die daad, dat verhaal en die eerste zin trof hij doel als was hij David die met zijn kleine gladde steen de reus Goliath neer maaide. En daarmee bepaalde hij goeddeels ook het verdere leven van Jacques Gans, ook “een uitvreter” (zijn eigen woorden), maar dat is een ander verhaal.

Vandaag werd mij even de adem benomen toen ik het exlibris van dr. Arnold Saalborn tegenkwam: een middeleeuwse monnik, zittend op een krukje, bezig met het beschrijven van een foliant. Op de linkerpagina staat de S, op de rechterpagina een stralende zon. Volgens het handboek over de exlibriscultuur van Aarts & Kooyman (2017, p. 772) illustreert het exlibris zowel de studiezin van Saalborn, als zijn interesse in de middeleeuwen. Hij verzorgde inderdaad een uitgave van Mariken van Nieumeghen. Nu had Saalborn een nogal brede belangstelling en die ging zeker uit naar de moderne tijd (o.a. de Tachtigers en de moderne Duitse literatuur). Onder zijn leerlingen aan het Barlaeus gymnasium zat nogal wat talent: Ik noem naast Jacques Gans, Willem Frederik Hermans, Reina Prinsen Geerlings en Eli Asser. Maar misschien staat de S. uit het exlibris wel voor het socialisme en de zon voor het heilbrengende licht dat zij zou brengen over het volk dat in het duister ligt, gebonden in kluisters. De dichter Herman Gorter maakt in zijn poëzie graag gebruik van dit type, aan de natuur ontleende, metaforen.

In de collectie van Igor Cornelissen zitten tenminste twee boeken met zijn exlibris en eentje waarvan hij de vertaling verzorgde (De twee Tuinen van Salamon Dembitzer (1888-1964) [vertaald vanuit het Jiddisj]). De vader van Arnold Saalborn kwam uit St. Petersburg en wellicht stimuleerde dit de belangstelling voor de Russische letterkunde. Arnold Saalborn vertaalde uit het Duits, Frans, Russisch en Jiddisj. De belangstelling voor het toneel die Arnold en zijn broer Louis van huis uit meekregen – moeder Jeanette de Groot was toneelspeelster, vader Alexander Saalborn was regisseur – zette zich ook voort na hun generatie. Arnold is de oom van de toneelspeelster Liane Saalborn (1923-1989), bekend door haar filmrol in Pastorale 1943 en Kort Amerikaans.

Dit alles geheel terzijde van de oogst van vandaag, waaronder de boeken uit de bibliotheek van Arnold Saalborn.

mei 24th, 2021

Over liefde, goudvissen en de kunst van het versterven

Jacques Gans (1907-1972) was, wat je noemt, een uitvreter. Op het Barlaeus gymnasium kreeg hij les van de Neerlandicus Arnold Saalborn (1888-1973). Saalborn deed – zoals iedere docent die zijn vak verstaat – het coachen erbij, was een liefhebber van het toneel en promoveerde in 1931 op het sociale bewustzijn in de literatuur (tussen 1840-1880). Ik ben wel benieuwd naar dat proefschrift, misschien is het een vroege vorm van ‘woke’, met specifieke aandacht voor de onderliggende partij in het sociale verkeer. Anders en toch eender, maar naar verwachting zonder de verongelijkte toon vanuit het perspectief van de slachtoffers. Die waren indertijd meestal geen penvoerders.

Toen Saalborn voor de eerste keer het klaslokaal binnenging stal hij het hart van Jacques Gans. Saalborn ging voor de lessenaar staan, sloeg een boek open en slingerde daarna de eerste zin het klaslokaal in. Als een fanaal, schrijft Gans, ofwel een seinlicht of vuurtoren. Die eerste zin kwam uit Nescio: “Behalve de man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gezien dan de uitvreter.”

Het leven van Jacques Gans zou nooit meer hetzelfde zijn. Hij zoog het door Saalborn voorgelezen verhaal op met stijgende aandacht. “Dat is het!” dacht hij en “die vent is er achter!”. Het was het verhaal van Japi, die op banken in de regen aan de waterkant zich oefende in het versterven, om onaandoenlijk te worden voor honger en koude en ongrijpbaar voor het verdriet en het gezeur van de maatschappij.

En het verhaal was daarmee niet afgelopen voor Gans: “Nee”, zei Japi tegen de schilder Bavink, “ik ben niks en ik doe niks. Eigenlijk doe ik nog te veel. Ik ben bezig te versterven. Het beste is, dat ik maar stil zit, bewegen en denken is goed voor domme mensen. Ik denk ook niet. ’t Is jammer dat ik eten en slapen moet. Liefst zou ik dag en nacht blijven doorzitten.” Dat was ook voor Jacques Gans wel een pracht van een programma. Het programma van de uitvreter.

Hij voerde het ook uit. In zijn eigen tempo en op geheel eigen wijze. Als een bohemien zwierf hij door Parijs en Amsterdam. Toen hij op een morgen, ietwat aangeschoten, de sleutel in het slot van zijn woning stak, realiseerde hij zich dat er nu wel eens iets mis zou kunnen gaan.

En dat was ook zo.

Het was half vijf en daar zat zij: rechtop in bed, als een beledigde roos met alle lichten op en alle dorens uit en haar woede kwam als een dolkstoot op hem af. Hij realiseerde zich dat geen citaat van Baudelaire of Appolinnaire hem verder zou helpen. Het was over en uit. Of beter, het was een nieuw begin. Hij scheidde van de Deense Ester Margrethe Steffensen en schreef er een roman over: Liefde en goudvissen. Ik pakte het boek zojuist uit een van de dozen. Alleen al de titel is fantastisch! Elke zin is als met bloed geschreven. Ik citeer de eerste zinnen:

Te bedenken, dat ik van deze vrouw gehouden heb – en nog houd – en dat ik haar toch met evenveel liefde het mes tusschen de ribben gestooten had. Zij stond in de portiek van haar atelier, naast den postzegelwinkel.

“Je komt terug!” smeekte ik. Omdat ik niet smeeken kan, klonk het als een bevel.

De mislukking zit er al vanaf het begin ingebakken.

Jacques Gans schreef prachtige columns en deed heel veel andere interessante dingen. Nadat hij in de jaren vijftig voor De Telegraaf ging werken, schreven vele vrienden hem af. Willem Frederik Hermans was onder degenen die met hem afrekenden. Ook hij was een leerling geweest van Saalborn.

Nog steeds bezocht Gans de cafés, maar steeds vaker zat hij eenzaam aan een tafeltje. Als hij al genood werd verjoeg hij door zijn bulderend gelach de klandizie. Een hartinfarct maakte in 1972 een einde aan zijn leven. Hij had intussen wel het woord waargemaakt dat hij zijn vader toevoegde nadat hij van Saalborn het verhaal van Nescio hoorde: “Nu weet ik wat ik later ga worden! Zijn vader Levie vroeg wat dat dan wel zou zijn. “Een uitvreter”, had i geantwoord.

[Over de foto in cafe Scheltema (met v.l.n.r. Jacques Gans, Marlies Scholten, H.J.A. Hofland, Wim T. Schippers en Remco Campert), zie H.J.A. Hofland in De Groene Amsterdammer. Voor het proefschrift van Arnold Saalborn, zie de DBNL].

Gans, Jacques (1946). Liefde en goudvisschen. ‘s-Gravenhage: Daamen’s uitgeversmaatschappij. I.z.g.st., illustraties van C.A.B. Bantzinger, 318 pp., uit de collectie Igor Cornelissen. Gouden belettering op rug en gulden vignet op voorplat. € 25,50 (incl. pak- en verzendkosten). Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong, waaronder ook Het Pamflet van Jacques Gans.

april 15th, 2020

Twee tuinen

Salamon Dembitzer (1888-1964) werd geboren in Krakow en woonde in Berlijn, Lissabon, Amsterdam en Amerika. Vaak op de vlucht zoals voor een jood niet ongebruikelijk. In Nederland schreef hij voor het Algemeen Handelsblad en Het Volk. Dat was in de jaren van de Eerste Wereldoorlog, toen van zijn hand ook meerdere boeken verschenen.

De Twee Tuinen (ca. 1919) werd uit het Jiddisch vertaald door Arnold Saalborn, neerlandicus en zoon van een Russische jood. Saalborn was een geliefd leraar. Onder zijn leerlingen waren Jacques Gans, Willem Frederik Hermans, de verzetsstrijdster Reina Prinsen Geerligs en de dit jaar overleden Eli Asser. Arnold Saalborn zelf zou al een studie waard zijn. Na zijn pensioen ging hij nog les geven op de Kees Boeke School.

Niet minder interessant is de geschiedenis van de uitgeverij Cohen en Zonen die veel uitgaf, maar financieel nooit erg hoog scoorde. Uiteindelijk wint het boek het van de centen.

Méér judaica