in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
februari 3rd, 2020 by Igor Cornelissen

Kunst aan banden

Hans Mulder schreef een uitgebreid en overzichtelijk boek over de kunst in de crisis- en bezettingsjaren. Er komen tientallen namen in voor, maar er is een goed personenregister. Heldere illustraties van het werk van Wichman, Melle, Jan Sluyters, de vervalser Han van Meegeren en de surrealist Moesman (die graag vrouwen met zweepjes sloeg, maar dat staat niet bij Mulder).

Prof. Hans Jaffé merkt in zijn Inleiding op dat er een overeenkomst is tussen de artsen en de kunstenaars tijdens de oorlog. Ook artsen waren in de oorlog vrijwel eensgezind in hun afwijzing van de door de bezetter opgelegde normen en waarden. Maar de kunstenaars waren veel meer afhankelijk van publieke bekendheid en erkenning. Wie niet tekende voor de Kultuurkamer (voor joden verboden), mocht niet meer exposeren of publiceren. Dat zovelen toch weigerden zich voor die Kultuurkamer aan te melden, strekt hen tot eer.

In het boek van Mulder ook nog een interessant lijstje van uitkeringen door het (foute) Departement van Volksvoorlichting en Kunsten aan de meelopers. Karel Appel ontving in 1944 nog 585 guldens. Veel ophef is daar na de oorlog niet over gemaakt. De toenmalige directeur van het Stedelijk Museum, jhr. Willem Sandberg, liep nogal met de schilder weg. Appel was immers vernieuwend. Claartje Wesselink, die in haar recente dissertatie (2014) voortbouwde op het werk van Hans Mulder, legt daar de vinger op. Tijdens de expositie Jonge schilders uit 1946, waar ook Appel te zien was, werd Sandberg er in een brief op gewezen dat de schilder tijdens de oorlog ‘uit den duitschen hand’ had gegeten en ‘van Gerdes z’n duitsche fooi’ had ontvangen. Maar Sandberg weet het niet geheel brandschone verleden van Karel Appel onder het tapijt te schuiven.

Dit geheel terzijde.

Nog meer kunst bij Cornelissen & De Jong