in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
juni 20th, 2021 by Jaap de Jong

Jacques Gans – van de prins geen kwaad

Zojuist viste ik de bundel In andermans handen van de dichteres Anna Achmatova (1889-1966) uit doos 23. Ik kreeg vanmiddag bericht van JB uit het stadje Groningen dat hij de bundel In andersmans handen wenst. Ik ben een boekhandelaar en volg gedwee en die gedweeheid brengt mij niet niks. In doos 23 ligt namelijk ook het verzameld werk van Jacques Gans (1907-1972). Niet in dundruk – zoals eigenlijk verdiend – maar in aparte boekjes. Over Gans schreef ik eerder een blog [over liefde, goudvissen en de kunst van het versterven].

Ik bladerde door Een onaangepast mens (Amsterdam, 1981) en stuitte op de weergave van een intrigerend gesprek dat zich afspeelt in Londen (ca. 1944). Bij dat gesprek is, naast Jacques Gans, ook minister van Justitie Gerrit Jan van Heuven Goedhart (1901-1956) en Bernard van Lippe-Biesterfeld aanwezig. De uitnodiging ging uit van Van Heuven Goedhart en was, zo denk ik, bedoeld om Jacques Gans te ‘sensibiliseren’, onder meer omdat die over gevoelige informatie beschikt over de handel en wandel van het oorlogskabinet. Informatie die wel bekend was bij de leden van het “comité tegen het neofascisme” (waaronder Loe de Jong, Jacques Gans, A. den Doolaard, Henrie Wiessing).

Of de prins zich in tijdens dat gesprek wel of niet van enig kwaad bewust is weet ik niet, wel dat Bernard tijdens dat gesprek plots een vraag stelt aan Jacques Gans: “Is het waar dat u gedreigd heeft in Engelse bladen te schrijven dat ik lid zou zijn geweest van de S.A. of de S.S.?”  Op de vraag van Bernard geeft Gans als antwoord dat hij niet aan dreigen doet en zegt hem vervolgens dat “als u lid van de S.A. of de S.S. bent geweest, dan hadden we elkaar kunnen treffen, want ik ben met die lui in de jaren dertig in de straten van Berlijn op de vuist geweest.” Bernard lacht, maar het gezicht van Van Heuven Goedhart betrekt. “Hoe komt het”, zei hij wrang. “dat u meer weet dan de ministers?” “Is het mijn schuld”, gaf ik terug, “dat de ministers niet intelligenter zijn dan zij blijken te zijn, en dat Gans niet dommer is dan u zich had voorgesteld?”

Daar moet Van Heuven Goedhart het mee doen, evenals alle ministers na hem. Tot op de huidige dag.

Daar komt nog een anekdote bij waarbij Van Heuven Goedhart zuurzoet kijkt en Bernard opnieuw lacht. Bernard stelt Jacques Gans namelijk de vraag of hij in bezet gebied – voor zijn vlucht naar Engeland – inderdaad drie cent aan een Duits matroos gaf. “Jawel, hoogheid”, bekent Gans, “dat is geheel waar. Als ik daarvoor na de bevrijding een proces wegens collaboratie tegemoet mag zien, dan met een gerust hart.” En dan doet Gans zijn verhaal.

Drie matrozen van de U-boten dronken bij de tafel een biertje waar ook Jacques Gans met Ed Hoornik, Bertus Aafjes, Gerard den Brabander en Bob van Kampen zat. Tegen spertijd moest worden afgerekend, maar zij haalden het bedrag niet. Gans ziet het en trekt een van de matrozen aan de mouw: “wieviel fehlt da?” vroeg hij. “Drie cent” zei de matroos beteuterd, waarop Gans, die over de vestzak gaat, betaalt en zegt: “Bitte, vom internationelen jüdischen Grosskapital”. De Duitsers springen in de houding en riepen: “Die Firma Hitler dankt das internationale jüdische Grosskapital.” Zoals ik schreef: Bernard lacht, Van Heuven Goedhart kijkt zuurzoet.

Prins Bernard krijgt het tijdens zijn leven niet moeilijk wat betreft zijn SS-verleden. In de NRC van 2010 (23 januari) (evenals in andere kranten) wordt het als primeur gebracht dat het oorlogskabinet het SS-verleden van Bernard kende. Had men Een onaangepast mens gelezen dan was er misschien iets eerder, iets meer gebeurd. Misschien. Dit alles terzijde uiteraard.

Jacques Gans (1948). Berlijnsch dagboek. Bussum: F.G. Kroonder – Jacques Gans (1946). Liefde en goudvisschen. ’s Gravenhage: Daamen – Jacques Gans (z.j. [1956]. Van ganser harte. Amsterdam: A.J.G. Strengholt – Jacques Gans (1981). Een onaangepast mens. Amsterdam: Peter van der Velden – Jacques Gans (1953). Nonchalante notities. Maastricht: Letier-Nypels – Jacques Gans (1980). Het Pamflet. Weekblad tegen het publiek [fotomechanische herdruk]. Amsterdam: Peter van der Velden. 

Zes keer Jacques Gans - Uit de collectie Igor Cornelissen. I.g.st., zes titels, alles in één pakket, incl. pak- en verzendkosten (binnen Europa): € 73,50