in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
mei 27th, 2021 by Jaap de Jong

De Parelduiker toont zijn parels: over Nescio, Lou en Igor

Gisterenavond vond ik de nieuwe Parelduiker op de salontafel en wie kijkt mij recht in de ogen? Elisabeth Eybers (1915-2007), geschilderd door Marlene Dumas. Ik wilde haar ooit interviewen, maar het plan ging helaas niet door. Haar gedichten vind ik nog steeds prachtig en aan de Dagdroom bewaar ik de beste herinneringen. Over haar wordt in De Parelduiker de vraag gesteld of zij ten onrechte de P.C. Hooftprijs ontving. Natuurlijk niet!

Heel fijn dat binnenkort de biografie van Nescio verschijnt. Lieneke Frerichts was er vele jaren mee bezig. Ik hoop dat ze veel over Rhenen en Nescio schrijft. Nescio kwam daar wel en keek vanaf de overzijde van de rivier naar de Cuneratoren. Hij beschreef dat gezicht op Rhenen ook al op z’n allerprachtigst, door Japi te laten buikspreken over de schilder Bavink: “Jaren had Bavink met tusschenpoozen gewerkt aan zijn gezicht op Rhenen, aan de rivier, den berg, den Cuneratoren, de bloeiende appelboomen, de roode daken van ‘t stadje, de kastanjes met hun witte en roode bloemen en de bruine beuken tusschen de huizen in de hoogte, en ‘t molentje ergens op den berg.”

Later vernietigt Bavink het schilderij. Het kan ver gaan met een mens. Ik ken dat gezicht op Rhenen nogal goed. Uit eigen ervaring. Mijn vader had een bakkerij & specialiteitenzaak op de Molenweg, onderaan ’t molentje van Nescio. Rhenen is vaak bezocht door kunstenaars, maar ook plaatselijk werd de stad bezongen, getekend en geschilderd. Bij mijn ouders hangt tot op de dag van vandaag een knappe tekening van Jo Baars in huis. Hij was een halve eeuw geleden ouderling bij wat kletskousen de zwartekousenkerk noemen en hij was ook een kunstenaar. Dat kan. Ik vraag mij trouwens af wanneer dat standbeeld van Nescio op de brug bij Rhenen wordt geplaatst. De echt belangrijke kwesties worden door politici blijkbaar tot het laatst bewaard. Dit alles terzijde natuurlijk. In dit nummer schrijft Frerichs overigens over de uitvreter en wie daar model voor stond. Toevallig schreef ik afgelopen week een blog over Jacques Gans die zijn leven lang een uitvreter was en ook wilde zijn.

Op vijfentwintigjarige leeftijd werd ik verliefd op Lou Andreas-Salomé of in elk geval op haar geest en intellect. Ik trof haar voor het eerst in een antiquariaat in Ede, in boekvorm natuurlijk. In dit nummer wordt het verhaal over Lou von Salomé opnieuw vertelt. Het oude beeld van de muze en vooral dat van de femme fatale wordt overigens niet doorbroken. Tsja. En helaas zijn er geen bronnen opgenomen in het stuk. Jammer is dat.

De rubriek De laatste pagina is voor kompaan Igor Cornelissen. Het stuk is geschreven door Vic van de Reijt, vriend en uitgever (Nijgh & Van Ditmar). Een mooi en waar portret waarin veel werk van Igor wordt gememoreerd. In de weken voor zijn dood was Igor bezig met een verhaal voor De Parelduiker. Dat moest gaan over het gedicht van Elsschot over Marinus van der Lubbe. Het is er helaas niet van gekomen. Maar we hebben nu wel een beeld van de vriendin van Marinus van der Lubbe: het verkreukelde pasfotootje dat Van der Lubbe altijd bij zich droeg. Vic van de Reijt schrijft niet alleen over het werk en leven van Igor, hij memoreert ook zijn laatste jaren bij antiquariaat ’t Wasdom. Bij veel van zijn aangeboden boeken schreef Igor een lezenswaardig mini-essay. U kunt ze hier nalezen.

Nu maar verder met dozen inpakken. Het nieuwe antiquariaat gaat er komen. Ergens in Twente: met de rode boekenkasten van Igor en andere parafernalia. Als G’d het geeft natuurlijk.


U kunt zich abonneren op De Parelduiker via de website. Oude nummers kunt u hier kopen.