in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
januari 28th, 2021 by Igor Cornelissen

Jan Vrijman, het journaille en De Waarheid

Journaille was het pseudoniem waaronder Jan Vrijman (1925-1997) tussen 1985 en 1997 zijn frisse en vaak verhelderende rubriek schreef in Het Parool. Vrijman was het pseudoniem van de in de Jordaan geboren Jan Hulsebos die tijdens de bezetting het illegale blad De Waarheid rond bracht. Dat gaf hem een entree tot de legale Waarheid die na de bevrijding onder hoofdredacteur A.J. Koejemans korte tijd de grootste krant van Nederland was. Jan was niet de enige die later elders naam maakten: Gerrit Kouwenaar was chef kunst en Jan Brusse was even correspondent in Parijs, maar ging voor andere kranten en de AVRO werken omdat het communistische blad hem te traag, niet of te weinig betaalde. Jan Spierdijk stapte over naar De Telegraaf waar hij boeken besprak en toneel recenseerde.

Jan Vrijman ging naar Vrij Nederland, maar ging ook daar weg toen hij meende gecensureerd te worden. Inmiddels had hij al wel naam gemaakt met zijn reportages over de vetkuiven op de Nieuwendijk die hij nozems noemde. Hij veroorzaakte landelijk gerucht toen hij een TV-uitzending maakte over de rebellie op de Zeven Provinciën en daarbij een muiter aan het woord liet. Juist in de tijd dat er in Nederland weinig mocht of kon, liet Jan van zich spreken. Hij hield in ieder geval niet van stilte en bleef nieuwsgierig. Ook naar de gewone mensen om hem heen. Jan en ik mochten eens bij de KRO herinneringen aan het verleden ophalen en commentaar geven op het heden. We kregen twee uur. Jan was meer met zijn tijd meegegaan dan ik. We mochten onze lievelingsmuziek draaien. Mijn mooiste jazzmuziek stamde uit de zomer van 1927. Jan liet liederen uit de West Side Story uit de speakers knallen.

Toen ons werd gevraagd hoe oud we ons voelden, kwam ik op dertien jaar uit, Jan op zestien. Maar ook Jan Vrijman ging er onderdoor. Hij stierf aan borstkanker. In ieder geval een bewijs dat ik behoorlijk feministisch ben, grapte hij met de moed der wanhoop kort voor zijn dood tegen mij. In zijn laatste stukje voor Het Parool schreef hij ontroerend over het naderende einde. Als jongen van een jaar of tien was hij bang voor de slaap. Hij staarde dan met wijdopen ogen in het duister loerend naar een denkbeeldige havik. ‘Aan het eind van mijn leven, begin van het sterven, kijk ik naar de grote vogel op de rand van mijn bed. Hij loert niet, hij waakt en wacht tot ik hem roep.’

Uit zijn dagelijkse stukjes bleek dat het verleden hem vaker in de greep had. Hij was in een café in gesprek geraakt met een meisje van  tweeëntwintig. Die studeerde aan twee studierichtingen aan de VU en, had ze hem toevertrouwd, ging alleen met domme topsporters naar bed. Dat was dubbel safe: ze hadden geen enge ziektes en van liefde (van haar kant) zou toch niks komen. Toen ze weg ging, vertelde ze dat ze in de Gerrit van der Veenstraat woonde. Als Jan Vrijman antwoordt dat die straat vroeger de Euterpestraat heette ‘terwijl een vloed van herinneringen opwelde’ bleek ze nooit van Gerrit van der Veen te hebben gehoord. “Ik voelde geen spijt toen ze ten slotte “doei” riep en met een taxi naar huis ging.”


Vrijman, Jan (1998). Journaille. Een keuze uit de Parool-columns. Inleiding Felix Rottenberg, samenstelling en verantwoording Tom Rooduijn. Amsterdam: De Bezige Bij. I.g.st., leesvouwtjes in rug. Paperback, 277 pp., 2e druk. Uit de collectie Igor Cornelissen. € 13,00 (incl. pak- en verzendkosten). Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong