in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong

Archive for the ‘Aantekeningen van een antiquaar’ Category

juli 5th, 2020 by Igor Cornelissen

Wij leven niet van maartse wind alleen …

De Russen beschouwen Poesjkin nog altijd als hun grootste schrijver. Hij wordt ‘de zon van onze literatuur’ genoemd. Hans Boland beschrijft zijn leven op een aanstekelijke manier. Poesjkin, de man van Jevgeni Onegin, maar ook van De Kapiteinsdochter dat, als ik mij goed herinner, in de jaren dertig door de jonge Karel van het Reve werd vertaald. Maar Karel kende toen nog helemaal geen Russisch. Hij vertaalde uit het Duits zoals vele Russische klassieken toen uit het Duits werden vertaald. Het aantal slavisten was dun gezaaid. Nu is er een klein legertje met Boland als onbetwiste aanvoerder.

Poesjkin is voor ons westerlingen interessant omdat men door hem de Russische ziel leert begrijpen. Boland zegt het zo: ‘Misschien is de ontdekking van Rusland via Dostojevski in plaats van Poesjkin te vergelijken met de ontdekking van de westerse kunst door de Japanners via Van Gogh en niet via Rembrandt.


Anna Achmatova (1898-1966) geldt nog altijd als een van de grote Russische dichteressen. Haar eerste gedicht in deze bundel stamt uit 1909. Ze maakte alle ellende mee die zich de vorige eeuw uitstortte over de bewust levende Rus. Pas na 1953 (Stalins dood) kon ze iets ruimer ademhalen.

Hans Boland, die terecht prijzen kreeg voor zijn Russische vertalingen, schreef voor de keuze uit haar werk, een korte, heldere inleiding over haar leven. De Noten aan het slot zijn onmisbaar om haar te begrijpen. Want wie weet er hier nou dat de ’Chinese brug’ zich bevindt in Tsarskoje Selo, het ‘tsarendorp’.  Die brug komt voor in haar gedicht:

Voor een geliefde

Je hoeft me niets te zeggen met een duif / Je hoeft me geen bezorgde brief te sturen / Blaas niet in mijn gezicht met maartse wind / Ik ben sinds gisteren in de groene Hof / Onder een schaduwplek van populieren / Alwaar  men rust voor ziel en lichaam vindt.

Wie de rest van het gedicht wil lezen, kan zich de bundel aanschaffen. Of een ander boek. Wíj leven niet van maartse wind alléén.

Meer boeken

juli 4th, 2020 by Jaap de Jong

Willem Elsschot digitaal

Onlangs startte ik met een project over Alfons de Ridder (pseudoniem: Willem Elsschot). Ik ben geïnteresseerd in de ins en outs rond de ontvangst van de roman Kaas van Willem Elsschot, m.n. de uitgave uit 1933 (uitgave Forum). Zo is er bijvoorbeeld de correspondentie met Menno ter Braak over Kaas die mij boeit. Maar hoe kom je nu aan de juiste bronnen om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen?

Mits je de weg weet is het niet enorm ingewikkeld om hoogwaardige en dus relevante digitale bronnen te vinden. Maar je kunt zo iets ook leren. Geleidelijk. Het project – opgezet met de projecttool bolas – demonstreert de mogelijkheden en functionaliteiten van de tool voor het (literatuur)onderwijs in het voortgezet en hoger onderwijs. Voor leerlingen en studenten is het niet eenvoudig om zich een weg door het doolhof te banen. De handleiding bij de onderzoekstool BOLAS (Jong & Avest, 2020) helpt hen daarbij. Hier staat (als voorbeeld) een selectie uit het klikbare projectoverzicht van gebruikte bronnen en databanken.

Via het Biografisch Portaal vond ik materiaal in de DBNL (o.a. de briefwisseling met Menno Ter Braak over Kaas). De krantencatalogus van Delpher geeft toegang tot meerdere recensies. Voor de secundaire literatuur, primaire bronnen en recensies maak ik gebruik van Laelaps, de Online Bibliotheek en de databanken Literom en de Uittrekselbank. De projecttool helpt ook nog eens bij het verwijzen naar bronnen en het opzetten van de literatuurlijst.

Voor biografische details van Willem Elsschot volstaat de biografie van Van de Reijt. De uittrekselbank van NBD Biblion en Literom bieden toegang tot recente recensies, terwijl het zoeken in Delpher vooral oudere recensies (vanaf 1933) van Kaas opleverde.

De projecttool BOLAS – die ik rond 2015 met mijn zoon Thomas opzette en verder ontwikkelde – voldoet nog steeds om snel en effectief een antwoord te geven op dit soort oprispende vragen. Ik ben daar blij mee en dat deel ik.

Antiquariaat Cornelissen & De Jong geeft in samenwerking met BOLAS toegang tot een prachtige onderzoeks- en projectomgeving. Gebruikers zoeken, vinden, delen in die omgeving hoogwaardige bronnen die ze simpel, met één enkele muisklik, kunnen opslaan (vlg. APA-richtlijnen).

Wat wil een levend mens nog meer?

Méér over de handleiding voor BOLAS en méér over de collectie Van de Reijt

Geraadpleegde literatuur [zie BOLAS-rapport voor de klikbare versie (incl. selectie van databanken]

Briefwisseling tussen Menno ter Braak en Willem Elsschot 1933-1938 (2010). Geraadpleegd van https://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=braa002brie23

Dossier Willem Elsschot (2020). Geraadpleegd van https://uittrekselbank-nbdbiblion-nl.kb.idm.oclc.org/auteur-titel?q=willem elsschot

Elsschot, W. (1933). Kaas.  Forum, 2, 497-793.

Faneker, S. (2020). Willem Elsschot & Kaas. Geraadpleegd op 4 juli 2020 van https://uittrekselbank-nbdbiblion-nl.kb.idm.oclc.org/detail/622417/kaas

Jong, J. de & R.J. ter Avest (2020). Handleiding bij het opzetten en uitvoeren van (praktijk)onderzoek. Zwolle: 't Wasdom

Overzicht Willem Elsschot in de DBNL (primaire en secundaire bronnen) (2020). Geraadpleegd van https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=elss001

Reijt, Vic van de (2012).  Elsschot. Leven en werk van Alfons de Ridder. Amsterdam: Athenaeum - Polak & Van Gennep.

Rinckhout, E. (2011, 4 maart). "Elsschot schreef 'Kaas' als boetedoening".  De Morgen. Geraadpleegd op https://literom-nbdbiblion-nl.kb.idm.oclc.org/

Willem Elsschot (2020). In Biografisch Portaal. Geraadpleegd op http://www.biografischportaal.nl/
juli 3rd, 2020 by Igor Cornelissen

Doorn in het vlees

Wat gebeurde er met de collaborateurs en landverraders die na 1945 niet werden doodgeschoten? Ismee Tames van Oorlogsdocumentatie zocht het uit. Sommigen kwamen pas na tien, twaalf of vijftien jaar vrij. Dat waren de zware gevallen.

Ik stuitte in haar boek op Piet Cieraad die Zwolle tot een paar dagen voor de bevrijding van de stad op jacht was naar ondergedoken joden en verzetsstrijders. Ook was hij de lijfwacht van Anton Mussert. Hij werd ter dood veroordeeld, kreeg gratie (hij was een ‘ware christen’ geworden) en mocht zich na vele jaren weer bij zijn gezin voegen. Een dochter vertelde aan Ismee Tames dat hij eigenlijk niet was veranderd. Nog altijd diezelfde autoritaire man die zijn dochter van het gymnasium haalde, want dat onderwijs had hij zelf ook nooit gehad.

Ik kon de gegevens over Cieraad gebruiken voor mijn eigen boekje over de maanden rondom de bevrijding van Zwolle dat in 2015 verscheen. Opmerkelijk hoe de gedetineerde Cieraad predikanten en christelijke kamerleden om de tuin wist te leiden.

Méér nieuwe oude boeken

juli 2nd, 2020 by Igor Cornelissen

Grote tijdgenoten: Churchill over Boris Savinkov

In Grote tijdgenoten beschrijft Churchill niet alleen nu nog bekende staatslieden als Clemenceau, Hitler, Trotsky en Hindenburg, maar ook vrijwel vergeten figuren als John, Morley, maarschalk Foch en de graaf van Rosebery. Churchill schreef, het is bekend, goed en ter zake.

De leukste biografie vond ik die van Boris Savinkov, een Russische revolutionair en anarchist die zich tegen ieder overheersend regiem keerde. En dat met de wapens in de hand. Dus eerst tegen de tsaar en daarna tegen de bolsjewiki van Lenin. Churchill kreeg met hem te maken toen de Britten met een interventie legertje  probeerden de Roden te verslaan. Dat liep op een geweldige mislukking uit. Savinkov keerde op uitnodiging van Kamenjev en Trotsky naar Rusland terug. Zijn verleden zou hem worden vergeven. Wat er daarna met hem is gebeurd, werd nimmer duidelijk. Savenkov stierf kort daarna. Werd hij doodgeschoten of was het zelfmoord? Over zijn ontmoeting met Savinkov schrijft Churchill: ‘Ik had, behalve op het toneel,  nooit een Russische Nihilist gezien en mijn eerste indruk indruk was, dat hij buitengewoon voor de rol geschikt was.’ Nihilist was toen een synoniem voor een anarchist van de daad.

Meer nieuwe oude boeken

juli 1st, 2020 by Igor Cornelissen

Bernard Verduin, volgeling van Herman Gorter

Ik weet dat Bernard Verduin (1900-?) tot de groep van radencommunisten behoorde, een volgeling dus van de dichter Herman Gorter en de astronoom prof. Anton Pannekoek die het met Lenin aan de stok kregen, maar marxist bleven. Verduin ging in de handel en stichtte het eerste Nederlandse bedrijf dat in neon verlichting deed. Hij was jood en zijn boek draagt daar duidelijk sporen van, al is dat wat te zwak uitgedrukt. De beide zonen van Bernard (Bernard jr. en Frits) komen in het boek voor als Joop en Rob die in de onderduik gaan bij een contact onder de radencommunisten op de Kloveniersburgwal 91. Het loopt niet goed met hen af.

Zekere Kalmeyer komt in het boek voor bij wie je een bewijs kunt krijgen dat je géén jood bent. Bedoeld is natuurlijk Hans Calmeyer. Wellicht wist de schrijver van het boek, dat kort na de bevrijding werd geschreven de juiste spelling van deze Duitse ambtenaar en jurist niet. De hoofdfiguren in het boek behoren tot de familie Leonards; de pater familias was een fabrikant. Het autobiografische boek is duidelijk een sleutelroman. Gerrit Kouwenaar (de dichter) schreef in juni 1946 een recensie van de roman in De Waarheid. Hij vond niet alles goed.

Het boek is overigens uiterst zeldzaam. Interessant voor iemand met belangstelling voor de joodse kant van WOII om uit te zoeken. Ik heb er helaas nooit tijd voor gehad. Een uitdaging voor een jonge historicus. Historica mag ook, maar dat geheel terzijde.

Meer nieuwe oude boeken

juni 30th, 2020 by Igor Cornelissen

De Rijksdagbrand

Nog decennia nadat de vlammen waren gedoofd laaide de discussie over brand en Berlijn (1933) op. Herhaaldelijk. Dat de jonge, werkloze metselaar Marinus van der Lubbe de brand had gesticht, moest men wel aannemen. Hij had het bij zijn verhoren en tijdens de rechtszaak herhaaldelijk verklaard: HIJ en hij alleen had de brand gesticht. Het was bedoeld als oproep aan de Duitse arbeiders om in verzet te komen tegen Hitler.

De nazi’s wilden bewijzen dat hier sprake was van een communistisch complot. De communisten wisten zeker dat Van der Lubbe in handen was gevallen van de nazi’s. Hij had zich door hen laten misbruiken. Zo werd de goudeerlijke Leidse arbeider het slachtoffer van een gewetenloze ideologische strijd waarbij leugens, valse verklaringen en meineden niet van de lucht waren. Op een gegeven moment hield die oorlog op. Men nam wel aan dat Van der Lubbe uit eerlijke motieven de brand had gesticht. Toch bleven er vraagtekens. Kon de slechtziende Marinus de brand met zijn beperkte middelen alleen hebben gesticht. Had hij misschien, zonder dat hij het zelf wist, hulp gekregen van de nazi’s die van zijn plannen hadden gehoord?

De Canadese jurist en historicus Benjamin Hett acht het laatste mogelijk en hij gebruikt er materiaal voor dat in 790 voetnoten is terug te vinden. Maar bewijs voor zij vermoeden levert ook Hett niet. Intussen zijn alle tijdgenoten van Marinus van der Lubbe en het proces overleden. Onwaarschijnlijk dat Hett de laatste is die over de Rijksdagbrand schrijft. Het blijft voor velen onbegrijpelijk dat een eenling iets bedenkt en het uitvoert. Daar moet toch een beweging met een financier achter zitten?

Meer nieuwe oude boeken

juni 27th, 2020 by Jaap de Jong

“Waarheid is ons enig anker”. Carolus Verhulst en Mahatma Gandhi

In wat restte van wat ooit een grootse theologisch-filosofische bibliotheek was vond ik onlangs het boek De profeet van Kahlil Gibran (1883-1931), een Libanese dichter, schilder en verhalenverteller. Ik was sceptisch, maar mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld toen ik zag dat Carolus Verhulst (1900-1985) het werk van Gibran had vertaald en uitgaf. Verhulst gaf tot aan zijn dood in 1985 leiding aan de uitgeverij Mirananda (eerder uitgeverij Servire (1921-1977)) en gaf voornamelijk mystiek-religieuze werken taal uit. Zo gaf Servire ook werken van Carl Gustav Jung uit waarvoor ik mij in de jaren tachtig interesseerde. Minder bekend, maar belangwekkend was zijn contact met James Joyce en de door hem ontwikkelde huisstijl van Servire. Die was gebaseerd op de “Nieuwe Typografie” (Theo van Doesburg en De Stijl). Doel was om de ideale harmonie vorm te geven door het precieze gebruik van de basiselementen van de kunst: kleur, vorm, verdeling en lijn (zie ook de foto van het omslag van De Profeet).

Carolus Verhulst groeit op in een gereformeerd gezin in Middelburg. Hij doorloopt de mulo en kweekschool, neemt afscheid van het orthodox gereformeerde milieu uit zijn jeugd en ontmoet als jonge student Kees Boeke (1884-1966) met wie hij rond 1918 door de straten van Utrecht loopt. Onder de schoenen dragen beide mannen rubber stempels met de tekst: “Nooit meer oorlog”. Onder invloed van Kees Boeke bekeert Verhulst zich tot de geweldloosheid – zit om die reden enige maanden opgesloten in de militaire strafgevangenis van Scheveningen – en correspondeert met Mahatma Gandhi (1869-1948). India, de oosterse mystiek en het pacifisme zou hem blijvend interesseren. Met Henriette Roland Holst – wier overtuiging zich ontwikkelde in de richting van het pacifisme – richt hij de Vereniging van Vrienden van India. Met Henriette redigeert Verhulst het tweemaandelijkse bulletin van de vereniging die op het hoogtepunt zo’n 500 leden telt.

Als Gandhi in 1931 in Londen komt wordt hij door Verhulst voor De Groene Amsterdammer geïnterviewd. Verhulst beschrijft hem in het interview in De Groene: ”’n Kleine magere gestalte, gehuld in lendendoek en sjaal. In rust, een van vele groeven doorploegd, melancholiek gelaat, waarin geconcentreerd al de zorgen en moeiten van vele jaren. Maar glimlachend een zielenadel onthullend als in weinig gezichten tot uitdrukking komt.” Gandhi woont tijdens zijn verblijf in Engeland in East End in een tehuis voor daklozen waar Verhulst hem samen met de Javaanse nationalist, dichter en activist Noto Soeroto (1888-1951) bezoekt. Bij een derde bezoek komt Verhulst vanwege de mist te laat aan en treft Gandhi in zijn kantoortje in Knightbridge mediterend aan. Hij is te laat voor een gedachtenwisseling, niet voor meditatie. Bij het spinnenwiel brengen de beide mannen samen een uur zwijgend door. Bij het afscheid krabbelt Gandhi op de achterzijde van zijn foto de tekst die Verhulst een leven lang koestert: “Truth is our only sheet-achor”. Waarheid – ons enig anker.


Geraadpleegde literatuur [zie BOLAS-rapport voor de klikbare versie]

Boon, C. & Harmsen, G. (1992). Schalk, Henriette Goverdine Anna van der. In Biografische Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland (vol. 5, pp. 241-256). Amsterdam: IISG.

Het Aristo-democratische stelsel. Een onderhoud met Gandhi (1931, 3 december). Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad [Avondblad A].

Ruijter, F.G. de (1983, 10 maart). 'Gandhi was een man van liefde, het enige cement dat mensen bindt' [interview met Carolus Verhulst]. NRC Handelsblad, p.2.

Thuring, L. (1983, 19 maart). Carolus Verhulst houdt zijn bedrukte eenmanskruistocht al 82 jaar vol.  Leidse courant [finale], p.16.

Verhulst, C. (1931). Een interview met Mahatma Gandhi. De Groene Amsterdammer, 2843, 2.

Voogd, P. de (2005). Modernisme in de boekdrukkunst: transition en Carolus Verhulst. In J. Baetens, S. Houppermans, A. Langeveld & P. Liebregts (red.), Modernisme(n) in de Europese letterkunde. Een ander meervoud (pp. 77-92). Leuven: Peeters.
juni 24th, 2020 by Igor Cornelissen

Enten, stekken en snoeien

Tuinrubrieken en boeken over meer kleur achter (of voor) je huis zijn niet meer weg te denken. Of het helpt? In de tuincentra verdringen de mensen zich in het voorjaar om veel en vooral bloeiende viooltjes en andere ‘bekende’ bloemen in te slaan. Het liefst spul dat het hele jaar bloeit. Triest, want er komt geen bij of vlinder op af. Allemaal zielloze troep.

De Engelsen waren er al vroeg bij met hun tips en aanwijzingen voor Practical Amateur Gardening. Dat amateur klinkt bescheiden en zo is vast bedoeld, maar zo makkelijk is dat enten en stekken nog niet. Ik heb het wel eens geprobeerd. Het lukte niet, hoewel de tekeningen in dit boek heel duidelijk zijn. Snoeien is eveneens een kunst als je het goed wilt doen. Maar dat geldt (open deur) voor alles.

Bij de bestrijding van insecten en andere pesten staan enkele aantekeningen van de vorige bezitter die ik niet kon lezen. Maar ik spuit toch nooit. Sowieso is dit boek goed om je Engels op te halen. Dus: Met boek (en woordenboek) de tuin. U slaat dan twee vliegen in één klap. Minstens. De foto van de met rozen begroeide pergola (voorblad) gaf me een geweldige kick.

De Plantenwereld is een kruidkundige reis om de wereld en gepubliceerd in 1859.  Er zal dus, is ons sombere commentaar, inmiddels wel veel voorgoed verdwenen zijn. Op de vele houtgravures kan men nog zien hoe het was toen het er nog was. Er zal nog wel suikeroogst op Guadeloupe zijn, maar veel handenarbeid is ongetwijfeld vervangen door machines.

En zou die gigantische drakenbloedboom nog op Orotava (Tenerife) staan? Dat zou ter plekke gecontroleerd moeten worden met dit boek in de rugzak. De ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt mat hem in 1799 nog.

Meer hobby?

juni 23rd, 2020 by Jaap de Jong

Lokkend liefelijk zwart

Alleen in mijn kloosterkamer waar ik mij onnoemelijk verveel. Zit in een elektronisch spreekuur voor studenten, maar uit het digitale heelal komt geluid noch gezicht of anderszins iets dat licht geeft.

Ik besluit een stukje te schrijven over de serie met beste debuutromans (20 delen, compleet en als nieuw, 2011). Gisteren in Dalfsen opgehaald. Daartussen ook het debuut van Arthur Japin (De zwarte met het witte hart). Ik moet bij zo’n titel direct denken aan het Hooglied waarin de bruid haar bruidegom lokt met een zwartheid donkerder dan de woestijntenten van Kedar en de tentkleden van Salomo. U moet weten dat die ontzettend zwart waren. Lokkend liefelijk zwart. Ik geloof het. Ieder woord.

Alsof het niet genoeg is, telt de serie ook titels van Brouwers (Joris Oekeloen en het wachten), Mutsaers (De markiezin), De Jong (Opwaaiende zomerjurken), Mulisch (Archibald Strohalm), Nooteboom (Philip en de anderen). Palmen (De wetten). Dat boek van Palmen vond ik erg prachtig. Er zijn er onder mijn vrinden die suggereerden dat ik mij zou moeten schamen voor dat enthousiasme. Ik weiger dat.

Er zitten ook kunst- en architectuurboeken bij de vracht die ik gisteren ophaalde. Ook veel prachtigs zoals de Rembrandt van de Amsterdamse museumdirecteur B. Haak (met ingeplakte afbeeldingen in kleur). Ik vraag mij af wie degene was die al deze boeken bezat. Hij of zij die bij elkaar hield wat nu uiteen is gevallen: verzamelaar en noodzakelijk verband van datgene wat nu contingentie heet.

Het spreekuur is over en het stukje uit. Ik ga boeken beschrijven. Veel liefs voor nu en ook later. Oh ja, wilt u de serie van 20 debuutromans kopen? U kunt mij bellen (085 30 30 721).

juni 13th, 2020 by Igor Cornelissen

Jacques van Tol, het lied en de roman Een meisje duikt onder

Hoe nu? Een boek met (lichte) waterschade toch in de verkoop. Maar Een meisje duikt onder is dan ook een roman van de geniale liedjesschrijver Jacques van Tol (1897-1969) die voor de oorlog alle succesnummers van Louis Davids schreef. De olieman, Naar de bollen, De kleine man en nog veel meer. In 1939 werd Van Tol lid van de NSB en schreef tijdens de oorlog voor de radio vunzige antisemitische teksten. In 1944 bedankte hij voor de NSB en herbergde zelfs een joodse onderduiker. Bij zijn strafmaat (drie jaar gevangenis) werd er rekening mee gehouden.

Toen hij nog vastzat stonden de zangers bij het prikkeldraad te dringen om teksten van hem. Ome Thijs was niet van Sonneveld zelf (zoals hij beweerde) maar van Van Tol. Hij bleef liedjes schrijven maar die werden heimelijk onder een andere naam uitgebracht. Hij bleef een meester, ook als opportunist. Tegen het einde van de oorlog schreef Van Tol Als op het Leidseplein de lichtjes weer branden gaan. Dat werd tijdens de bezetting als hoopvol ervaren.

De aangeboden roman van Jacques van Tol uit 1937 betreft Een meisje duikt onder. Met voorwoord van Louis Davids en opdracht en sign. van Van Tol aan Max Muchet (Amsterdam, 14 januari 1937, “van den schrijver” die ik in vooroorlogse advertenties tegenkwam als een humorist en iemand die optrad bij de revue (Asta-theater Amsterdam). Een pseudoniem?

Uniek boek, uitgegeven door Literbo. Uit de collectie Igor Cornelissen en niet op de markt. Met enige waterschade (omslag en schutblad, binnenwerk goed). Tegen elk aannemelijk bod.

mei 29th, 2020 by Igor Cornelissen

Zonder trommels of trompetten. De bestsellers van Ab Visser

Ab Visser was een veelschrijver, maar geen slechte. Hij had een nare ziekte waardoor hij steeds krommer ging lopen. Op het laatst hing de neus bijna op zijn navel. Het belemmerde niet het succes bij de vrouwen, noch belette het hem de borrel. Hij wist zich uitstekend te vermaken op feesten. Eén ding bleef hem wel hinderen: Zijn werk verkocht voor geen meter. Jarenlang wachtte hij op ‘het sellertje’. Lag het aan zijn titels? Iemand vroeg hem of er in zijn nieuwe boek trommels of trompetten voorkwamen. Dat moest Visser ontkennen. ‘Dan gaat je nieuwe boek Zonder trommels of trompetten heten.’ Ook dat verkocht niet.

Zijn vriend Hans van Straten zorgde ervoor dat hij in Het Vrije Volk misdaadromans  mocht recenseren. Een paar jaar later deed hij dat in De Telegraaf. Het verhaal gaat dat Visser, gezeten achter een glaasje op het terras van Americain in Amsterdam,  werd aangesproken door een dame die zei dat ze zijn recensies in De Telegraaf altijd met groot plezier las. ‘Mevrouw, ik praat niet met mensen die De Telegraaf lezen,’ zou Visser haar in onvervalst Gronings geantwoord hebben.

In zijn boek Onder de gordel, Erotiek en geweld in de misdaadroman gaat ie niet alleen van jetje (of is het Jetje?). Visser analyseert scherp en legt uit waarom Simenon (Maigret) zo goed valt bij de gemiddelde burger. Commissaris Maigret is niet alleen een gemoedelijke vaderfiguur, hij had zelf ook iets dubbelhartigs, anders zou hij die gedeformeerde misdadigers nooit zo goed kunnen beschrijven. Dat klopt als een bus. En ook Simenon had in de oorlog bedenkelijke sympathieën.

En verder krijgen Havank, John Le Carre en Ian Fleming ook allemaal een beurt.  Binnenkort in onze winkel.

mei 4th, 2020 by Jaap de Jong

Kafka en de enge poort

Ik droomde vannacht dat ik in een verhaal van Kafka was verdwaald. Een wachter vertelde mij dat de dag aanbrak, maar ook de nacht. Het was een lucide droom die mij benauwde. Ik had minder adem dan zonder dromen en dat is al niet veel.

Het was een miezerige, regenachtige ochtend met zwevende slierten grijze mist. Eerst dacht ik dat die slierten witte wieven waren. Ze schonken geen aandacht aan mij en dat kon ik nauwelijks verkroppen. Het zullen daarom waarschijnlijk wel slierten zijn geweest. Geen witte wieven. Ja, slierten dus. Ik ging door een tunnel. Aan het einde zou er licht zijn, zo was mij verteld. En heus, in de verte zag ik flakkerend licht van een lantaarn. Niet het daglicht dat mij was toegezegd. Zo’n zes, misschien zeven meter achter de lantaarn rezen drie poorten op met hetzelfde opschrift. “Velen zijn geroepen”. Bij het lezen van die tekst geraakte ik in een lichte paniek. Althans, het had iets weg van angst. In mijn wakend leven noem ik zoiets een existentiële crisis. Zover wil ik toch niet gaan. In mijn droom had ik alleen wat maagpijn. Lichtzinnig.

Op zondag ben ik een thuislezer en gisteravond las ik Voor de wet van Kafka. In dat verhaal is er maar één poort met een strenge wachter die je – zo meende ik gisteravond – moest verschalken wilde je niet voor eeuwig het bos te worden ingestuurd. Je moet wel iets leren van de Grote Literatuur. Maar nu had ik te maken met maar liefst drie poorten en geen enkel begin of iets in handen om de wachters te verbidden mij toe te laten. En die wachters gaven geen krimp. Plots wakker en een tong van leer. Er is honger. Er is dorst.

Bovendien ook nog een paar dingen die wachten: een antiquariaat, een webapplicatie en online lessen. Dromen hebben tenminste iets dat op diepzinnigheid lijkt. maar het Echte Leven begint nu. Opgestaan, eten en verhaaltje schrijven. Eén poort door, een hele enge, en de wachter is spoorloos. Wachter, wachter wat is er van de nacht?

Vandaag geen Kafka in de aanbieding. Wel een boek van Martin van Amerongen met de titel Don Juan hield niet van vrouwen: controversen en contrasten. Een bundel essays, onder meer over Kafka.

En nog veel meer andere Grote Literatuur. Om van te leren, zeg maar: essays

april 17th, 2020 by Igor Cornelissen

Zonder Goebbels geen Hitler

De Tsechische historicus Zbyněk Anthony Bohuslav Zeman vluchtte in 1948 naar Engeland. Het was het jaar dat Tsjechoslowakije communistisch werd. Zeman beschreef nauwkeurig hoe de nazi-propaganda begon en na 1933 overheersend werd met Goebbels, minister van Propaganda, als de grote én deskundige man.

Zonder Goebbels geen Hitler, is mijn stelling, maar Zeman zou het geschreven kunnen hebben, Onder Goebbels leiding werden de kranten, de radio en de filmindustrie gemodelleerd en gemoderniseerd. Dat Goebbels tot het laatst in zijn waanideeën bleef geloven weet iedereen. In de film Der Untergang wordt dat nog eens sterk geaccentueerd.

Peter Rijser, medewerker van het NIOD, schreef een uitvoerig hoofdstuk over de nazi-propaganda in Nederland, even giftig, maar met minder succes. Rijser laat zien wat de Nederlandse radio op drie dagen in 1941, 1942 en 1943 aan propaganda uitzond. Er werd, geen wonder, meer op de Engelse zender afgestemd. Ik was op bezoek op het NIOD kort nadat daar het bericht doorkwam dat de nogal stille Rijser een einde aan zijn leven had gemaakt. Niemand wist toen waarom. Er was grote verslagenheid. Hij werd als medewerker zeer gewaardeerd.

april 16th, 2020 by Igor Cornelissen

Bouwmeester Berlage

Toen Amsterdam, al weer jaren geleden, uitgeroepen werd tot de Culturele hoofdstad van Europa, vond mijn vriend Eduard Groeneveld, bibliothecaris van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie dat hoogst misplaatst. Hij woonde er en vond het De Pisbak van Europa geworden. Niet alleen dromden hasjrokers en bierdrinkers uit alle delen van het continent er tesamen, ook lag zijn woning midden in de zone waar krakers een verwoestende slag toebrachten aan wonigen en het gezag.

Is het er nu nog erger? In ieder geval is er veel bewaard van wat eens mooi was en wat bleef. Ik doel op de architectonische nalatenschap van de grote H. P. Berlage en niet alleen zijn Beurs. Overal in de hoofdstad staan zijn merktekens in Een bouwmeester in beeld mooi gefotografeerd. Berlage bouwde niet alleen in Amsterdam, maar ook in Bilthoven, Laren, Groningen en Den Haag. Berlage was links, tegen het communisme aan, ging in 1929 zelfs mee op reis naar het nieuwe Rusland en schreef in het kritiekloze boek dat Henri Pieck over die tocht schreef een soort loflied in rijmvorm. Zijn bouwkunst heeft daar gelukkig niets mee te maken. Berlage, een man waar Nederland trots op mag zijn.

Nog meer Berlage in het boek van Marien van der Heijden. Wie nooit in de Burcht van Berlage is geweest, heeft een belangrijk Amsterdams monument gemist. Het was vele jaren het hoofdkwartier van de eens machtige Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond.

De leider van de ANDB, Henri Polak, had voor de joodse arbeiders het gezag wat voordien de rabbijnen hadden gehad. De ANDB bestaat niet meer. De joodse diamantbewerkers werden voor het overgrote deel vermoord. Nu is het een vakbondsmuseum. Ik gaf er eens een lezing en was onder de indruk van het vakmanschap van H.P. Berlage, vele jaren de toonaangevende architect van de hoofdstad.

Méér architectuur

april 15th, 2020 by Igor Cornelissen

Twee tuinen

Salamon Dembitzer (1888-1964) werd geboren in Krakow en woonde in Berlijn, Lissabon, Amsterdam en Amerika. Vaak op de vlucht zoals voor een jood niet ongebruikelijk. In Nederland schreef hij voor het Algemeen Handelsblad en Het Volk. Dat was in de jaren van de Eerste Wereldoorlog, toen van zijn hand ook meerdere boeken verschenen.

De Twee Tuinen (ca. 1919) werd uit het Jiddisch vertaald door Arnold Saalborn, neerlandicus en zoon van een Russische jood. Saalborn was een geliefd leraar. Onder zijn leerlingen waren Jacques Gans, Willem Frederik Hermans, de verzetsstrijdster Reina Prinsen Geerligs en de dit jaar overleden Eli Asser. Arnold Saalborn zelf zou al een studie waard zijn. Na zijn pensioen ging hij nog les geven op de Kees Boeke School.

Niet minder interessant is de geschiedenis van de uitgeverij Cohen en Zonen die veel uitgaf, maar financieel nooit erg hoog scoorde. Uiteindelijk wint het boek van de centen.

Méér judaica

april 14th, 2020 by Igor Cornelissen

Een ambitieuze onderwijzer

Om iets te bereiken moet je wel over enige ambitie beschikken. Johannes van Loon was onderwijzer toen hij rechten ging studeren. Hij kende armoede, kwam niet uit een welgesteld gezin.

Van Loon bleek te veel ambitie te  hebben want hij liet zich door de Duitsers in 1941 benoemen tot president van de Hoge Raad nadat zijn voorganger mr. Visser als jood was ontslagen. Loe de Jong schrijft in zijn geschiedwerk dat Van Loon fout was, maar minder fout dan anderen. Een bewijs, zegt biograaf Herman Hermans, dat De Jong wel degelijk grijstinten erkende.

Hermans leverde een gedegen stukje werk af. Prettig voor hem was dat hij de medewerking kreeg van de zoons van Van Loon. Johannes van Loon vestigde zich na zijn veroordeling in 1948 op de Nederlandse Antillen. Was hij alleen maar naïef geweest zoals zijn vrienden beweerden?

Meer geschiedenis en/of biografieën

april 13th, 2020 by Igor Cornelissen

Japie Groenteman, de kleine orgelman op het Waterlooplein

Jazz spelen is, ik spreek uit ervaring, opwindend, ernaar luisteren een waar genoegen. Er over lezen is goed te doen mits je er een jazzplaat bij opzet. Maar gedichten lezen over die muziek? Het is te doen, als de kunstenaar de goede toon weet te raken. Jan Hanlo kon het: “Het was half vijf ’s morgens in April / ik liep, en floot de St. Louis Blues / Maar ik floot die op mijn eigen wijze…” En dan verder zelf maar lezen.

Leuk vond ik ook Richter Roegholt in zijn gedicht Amsterdam. Hij laat daarin de kleine orgelman voortleven die in de jazztent Casablanca op de Zeedijk grote blonde meiden om en over zich heen liet dansen. Ik heb dat zelf gezien in de jaren vijftig.

Die orgelman, dat kleine kereltje, heette Japie Groenteman en iedereen kende hem want hij ging heel brutaal met zijn centenbakje langs de mensen op terrassen en in café’s. Ik zag hem eens bij Hoppe op het Spui binnenkomen. Hij vroeg eigenlijk niet om geld, maar eiste het op. Een ware nazaat van generatie schnorrers die je de gelegenheid gaven een goede daad te verrichten door iets van je rijkdom af te staan. Die schnorrers bestaan al lang niet meer en het is ook al weer lang geleden dat ik Japie in Amsterdam zag met zijn brutale, maar toch innemende koppie. Ik deed altijd een munt in zijn bakje. Het kwam ook omdat ik van die Amsterdamse draaiorgelmuziek hield. Als ik ‘s morgens een wals hoorde, kon de dag niet meer stuk. Nog bedankt Japie en Richter.

Verder zijn in de bundel natuurlijk Martin Schouten, Simon Vinkenoog, Jan Kal en Lucebert present, Kal hield van Frank Sinatra en Lucebert wist echt veel van jazz en had een uitgebreide collectie platen zoals ik eens zelf kon constateren.

Méér poëzie en/of meer muziekgeschiedenis

april 12th, 2020 by Igor Cornelissen

Versteend Joods leven in Amsterdam

Verhalen uit joods Amsterdam geeft een mooi beeld van hoe het was met verhalen van Grete Weil, Maurits Dekker, Sal Santen, Marga Minco, Bernard Canter (ik vond na jaren zoeken een eerste druk van zijn boek Kalverstraat) en bovenal Multatuli die zijn Woutertje Pieterse door de Jodenbuurt liet dwalen.

Martin van Amerongen schreef een boeiende inleiding waarin hij van de valse romantiek, opgeroepen door een VVV-folder, niets overlaat. Joods Amsterdam bestaat niet meer. Er lopen nog wat individuele joden rond die handel drijven, in kranten schrijven of een rol in het culturele leven spelen. ‘Zij vormen een marginaal verschijnsel in een stad die niet of nauwelijks een joods gezicht meer heeft. Het joodse leven – economisch, maatschappelijk, artistiek – is versteend tot gedenkplaten, musea, bruggen en monumenten.’

Het is een harde constatering die ik niet anders dan bevestigen kan. In 1947 logeerde ik op de Zwanenburgwal in een totaal verwoeste jodenbuurt. Jaren later kwam ik er te wonen om te werken bij kranten. Inderdaad restjes van een vrijwel vermoord volk. En van die monumenten komen er alleen nog maar bij, inclusief de bijbehorende bonjes en debatten. Er zijn altijd bewogen toespraken. Dat dan weer wel.

Meer judaica.

april 11th, 2020 by Jaap de Jong

De Gave Gods

Lezen in De Gave Gods, daarna bezig met een kunstwerk waarin woorden van Rainer Maria Rilke, Max Stirner en het Vita Brevis van Hippocrates samen komen. Dan drie bestellingen (#Elsschottiana) wegbrengen en wandelen met de geliefde.

Een rondje om de Oude Stad. Het is niet druk. Bij Klein Wezenland, aan de oostzijde van de stad, loopt iemand in een lang middeleeuws gewaad met een puntmuts. Hij draagt een gasmasker en grabbelt in vuilnisbakken. Een maanzieke man met een doodskop. Een surrealistisch schouwspel. Hij externaliseert de angst en leent haar zijn gezicht. Fascineert het vanwege de herkenning?

Overal in de stad hangen posters met de tekst Heb lief, een halfhartige tekst in een lelijk lettertype. Gebiedend ook. De woorden doen mij denken aan de veel betere, want vollediger, tekst van Augustinus: heb lief en doe wat je wilt. Een willen gestuurd door liefde. Maar heb lief is lekker kort. Enfin, een stad krijgt de kunst die zij verdient.

Neen dan liever Boeijen. Heb mij lief, bevrij mij en maak mij zo licht van alle lusten los. Nu terug naar De Gave Gods.

april 11th, 2020 by Igor Cornelissen

Van Saulus tot Paulus

Zonder Paulus zouden de volgelingen van de joodse Jezus het nooit tot een wereldgodsdienst hebben kunnen brengen. Daarover zijn christenen en niet-gelovigen het, denk ik, wel eens.

Wie was die man die man die zich, van het ene op het andere moment, bekeerde en daarna een ijveraar werd? Een ‘ruim’ mens aan de ene kant, want besnijden hoefde niet meer van hem en de strenge voedingsvoorschriften lapte hij ook aan zijn laars. Maar ten opzichte van vrouwen was hij minder ruimhartig. Ik heb wel eens gehoord dat sommige christenen hem daarom niet zo ‘mogen’.

Schonfield begint met een indringend beeld van Tarsus, de stad waar Paulus werd geboren. Een stad met een zeer gemengde bevolking destijds. Broeinest of broedplaats? De joodse geleerde Hugh J. Schonfield noemde zich een Nazarener wat betekent dat hij meende dat Jezus inderdaad de Messias was zoals die in het Oude Testament wordt voorspeld.

Méér theologie of méér godsdienstwetenschappen