in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
juli 10th, 2020 by Igor Cornelissen

Rinkelende bellen en klinkende cimbalen – over ‘t vooroorlogse antisemitisme

De bundel Anti-semitisme en jodendom met daarin een aantal thematische opstellen heeft als ondertitel ‘Een bundel studies over een actueel vraagstuk’.

Die ondertitel heeft bijna eeuwigheidswaarde. Het boek verscheen in 1939 toen de jodendiscriminatie in Duitsland al heftige vormen had aangenomen en Nederland werd ‘opgescheept’ met joodse vluchtelingen.

Jacques Presser opent de rij van bijdragen met Het antisemitisme als historisch verschijnsel. Zoals we van hem gewend zijn, dook hij diep in de geschiedenis en kon (en wilde) hij de christelijke wortels van de jodenhaat niet overslaan. De joden waren een ander, vreemd volk, en misoogsten, epidemieën, overstromingen, oorlogen, aardbevingen economische en sociale crises werden toegeschreven aan dat andere volk. Van enkele andere schrijvers, zoals Van Oijen en Joh. van der Spek weet ik niets. Voor wie Menno ter Braak, prof, mr. B.M. Telders (een liberaal die in een Duits concentratiekamp overleed) en de socioloog dr. J. P. Kruijt nog wel een rinkelende bel of klinkende cimbaal is, is dit boek een aardig aanvulling op de collectie.

Er zijn een paar regels in Pressers studie die het overdenken met commentaar waard zijn: Over joodse hoogmoed.

Ik kom er niet meer aan toe.


Fritz Bernstein was geboren in Duitsland maar kwam naar Nederland waar hij een gezaghebbend man werd in de zionistische beweging. Hij vertrok naar Palestina en was in 1948 een van de ondertekenaars van de onafhankelijkheidsverklaring van de staat Israël. Daarna tweemaal minister van Industrie en Handel.

Zijn boekje Over Joodsche Problematiek uit 1935 begint herkenbaar: “Men heeft den Jood weer ontdekt. Boeken over Joden zijn altijd verschenen. Thans [1935 dus] worden wij overstroomd met boeken over Joden.” Uiteraard waren daar voor een deel recente gebeurtenissen de oorzaak van, het aan de macht komen van Hitler.

Die machtsovername van Hitler veranderde veel, maar niet alles, Eigenlijk was het volgens Bernstein altijd zo: ’Het land, waaraan de Jood,  met de sterkste gevoelens van thuis te zijn is gebonden, is het land van een ander volk.’ Vandaar zijn pro-zionisme. Mét de blauw-witte vlag.

En nu? Er verschijnen, lijkt het, steeds meer boeken over joden en vooral over wat hen is aangedaan. Hadden we maar, zullen veel zionisten verzuchten, in 1933 een eigen staat gehad waar we, althans binnenlands, verschoond waren geweest van het antisemitisme dat altijd aanwezig is. Virulent of bedekt.


Boris Raptschinsky was een Russische jood. Toen hij in Amsterdam in 1983 overleed, was hij 96 jaar. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Nederland. Hij promoveerde op de tijd van Peter de Grote in Nederland. Hij had veel leerlingen die Russisch van hem leerden. Hij stelde woordenboeken samen.

Het joodsche wereldprobleem behandelt mogelijke oplossingen voor de overal onwelkome joden. De Guyanas was er een van. Na de oorlog zette hij zich in voor emigratie van joden naar Suriname. Hij correspondeerde er over met minister Logeman en besprak het met premier Willem Schermerhorn Daar kwam, zoals we weten niets van terecht, want het werd Israël. Het jaartal van publicatie van het boekje is vreemd (1941), maar het kon nog net. Jaap Meijer – de vader van Ischa – promoveerde nog op 2 oktober 1941. Daarover schreef ik eerder in De Parelduiker.

Met overlijdensadvertentie van zijn tweede vrouw (uit: NRC Handelsblad).

Méér judaica

Geef een reactie