in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
februari 17th, 2020 by Jaap de Jong

Boeken die “ek gaan nie verkoop nie”: Elisabeth Eybers en oom Manie

Bladerend door de Versamelde gedigte van Elisabeth Eybers stuit ik op Dagdroom. Het bestaan van Eybers werd mij ooit geopenbaard door een Chileense vrijheidstrijdster die mij over haar (en over de Dagdroom) schreef. Ik, onbesneden Filistijn, had toen – ergens einde jaren tachtig – nooit van haar gehoord.

De vader van Elisabeth Eybers, John Henry Eybers (1879-1962), was predikant in de Nederduits Gereformeerde kerk. Tijdens zijn preken nam hij haar meer in met de ogen, dan met het gesproken woord, zoals ze schrijft: “die lang, regop gestalte in die swart toga, die asketiese profiel en die gevoelige skraal hande wat langsaam en liefderik oor die blaaie van die oop Boek beweeg het.”

Oom Manie nam haar met het woord in. Oom Manie, koster en dorpsouderling, moet haast wel onder hen zijn die Eybers “die woordensoet het oor die tong gesprei.” In haar herinneringen schrijft Eybers over hem en zijn preken die ze als een “klein vakansie in die kerk” ervoer. Hij sprak, zo schrijft ze, over het alledaagse en bracht het zo dat “selfs die ‘hemelske’ (…) nooit te ver [was] van die ‘aardske’ nie, ons het sy beeldryke taal geniet.

Ik moest aan die herinnering denken terwijl ik de dagdroom herlas. Op de achtergrond het Kol Nidrei van Max Bruch dat ook al een en al droeve ingetogenheid is.

Dagdroom

Ek het jou brief gelees terwyl ek eet, /die woordesoet het oor my tong gesprei. /Verby die aardse brood het ek gestaar / dwarsdeur die bome in die raam, dwarsdeur die grys / wolkeplafon tot in die paradys / waar alles lig en helder is. En net / soos in die Bybel was ons naak en het ek, aangekla, gou hom die skuld gegee / wat skemerig sis. . . toe ek opeens gewaar / dat ek my halfgerookte sigaret / aftik in my twee-derde koppie tee.

De Versamelde gedichte van Eybers behoort tot de collectie die “ek gaan nie verkoop nie.” Voorlopig niet.