in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong
augustus 2nd, 2020 by Jaap de Jong

Freud en Multatuli: seks, religie en het oceanische gevoel

In de inleiding tot zijn vuistdikke biografie merkt Dik van der Meulen op dat Freud, Mahler en Lenin het werk van Multatuli waardeerden. Bij toeval – maar wat is dat anders dan dat het mij toevalt? – ligt het werk van Freud en Multatuli op mijn werktafel. Freud las ik eind jaren tachtig, tijdens mijn reis door Europa (Wenen, Budapest, Venetië, Rome, Parijs) en ik deed dat vooral omdat ik dacht wijzer te worden van de man. In Wenen bezocht ik Bergasse 19, dronk bier bij de Stephansdom met vrouwen wier lelijkheid mijn begeerte uitdoofde en las ik Freud: De grap en haar relatie met het onbewuste en Die Zukunft einer Illusion en jawel: Das Unbehagen in der Kultur.

Freud had geen gevoel voor religie en Romain Roland kon hem ook niet overtuigen van de realiteit van het oceanische gevoel – die Empfindung der “Ewigkeit” (…). Ein Gefühl wie von etwas Unbegrenztem, Schrankenlosen, gleichsam “Ocenanischem”. Freud kon het bij zichzelf niet ontdekken en legt zelfs een verband tussen de ontdekking van de psychoanalyse en zijn godloosheid: “Overigens, waarom schiep eigenlijk geen godvrezende de psychoananalyse? Waarom moest men wachten op een volstrekt goddeloze jood? (Sigmund Freud aan Oskar Pfister, 9 oktober 1918). Ik betwijfel of het antwoord van Peter Gay in Een goddeloze Jood voldoende bevredigend is, maar dat hangt natuurlijk samen met de definitie van religie.

Met Multatuli kwam ik in aanraking via zijn Ideeën. Die zijn sprankelend. Nog steeds. Later ontdekte ik dat zijn broer Pieter student was aan het Doopsgezind Seminarium en doopsgezind predikant werd. Als zodanig veroverde hij een plek in mijn onderzoeksdatabase over de beroepsontwikkeling van doopsgezinde predikanten (1675-1865). Pieter Douwes Dekker is de broer die als enig familielid een plek veroverde in het oeuvre van Multatuli. Aan Dik van de Meulen, die diep dook in het doopsgezinde milieu van Douwes Dekker, dank ik veel interessante gegevens.

Maar waren komen die twee samen: Freud en Multatuli?

De schitterende index op het werk van Freud brengt uitkomst (deel 11, Boom, 2006). Freud schatte Multatuli hoog. Hij noemt hem “de grote denker en mensenvriend”. Als hem gevraagd wordt naar een lijst van tien ‘goede’ boeken geeft hij de brieven van Multatuli als eerste op. Freud schrijft in een open brief aan zijn collega dr. M. Fürst waarderende woorden over Multatuli. Freud citeert hem uitvoerig in een brief aan Tine (28 okt. 1845) over seksuele opvoeding: “men doet wél de verbeelding der kinderen rein te houden maar die reinheid wordt niet bewaard door onwetendheid. Ik geloof eerder dat het bedekken van iets, den knaap en het meisje te meer naar de waarheid doen gissen. Men spoort uit nieuwsgierigheid zaken na, die ons zonder moeite medegedeeld zijnde, weinig of geen belang zouden inboezemen. Ware die onwetendheid nog te bewaren dan had ik er vrede mee maar dat kan niet: het kind komt in aanraking met andere kinderen, het krijgt boeken in handen, die het tot nadenken brengen; juist de geheimzinnigheid, waarmede het toch begrepene, door de ouders is behandeld, verhoogt het verlangen meer te weten; dat verlangen, slechts gedeeltelijk bevredigd, slechts ter sluik voldaan, verhit het hart en bederft de verbeelding. Het kind zondigt reeds en de ouders meenen nog dat het niet weet wat zonde is!”

Daar is geen woord Frans bij.

Er is nog iets waar de beide schrijvers het eens zijn en dat is het lot in relatie tot rede en noodzakelijkheid. In het geval van Freud en Multatuli komt dat neer op de bevestiging van hun beider atheïsme. Zo schrijft Freud: “Als de Nederlandse schrijver Multatuli het lot van de Grieken vervangt door rede en noodzakelijkheid, valt daar weinig tegen in te brengen. Maar ieder die de leiding van het wereldgebeuren overdraagt aan de voorzienigheid, God of God en de natuur, laadt de verdenking op zich dat hij deze opperste en meest ongrijpbare machten nog steeds – mythologisch – als een ouderpaar ervaart en zich door libidineuze bindingen met hen verbonden waant.”

Inmiddels is de psychoanalyse op sterven na dood, behalve in België.

Voor mijn Vlaamse en Nederlandse vrienden en boekenliefhebbers derhalve onderstaand aanbod. Vier boeken voor €47,50, inclusief verzendkosten.

Freud, Sigmund (1988). De grap en haar relatie met het onbewuste. De humor. Meppel/Amsterdam: Boom. Goed, gebonden in linnen met stofomslag. Vertaling: Thomas Graftdijk & redactie: Wilfred Oranje, 310 pp. Met registers (van namen & grappen) en bibliografie. Met naam en aanschafdatum op schutblad (JJ, augustus '89). 

Freud, Sigmund (1982). Massenpsychologie und Ich-Analyse / Die Zukunft einer Illusion. Frankfurt am Main: Fischer Taschenbuch Verlag. Redelijk. 134 pp. Met naam en aanschafdatum op schutblad (JJ, mei 1989). 

Freud, Sigmund (1974). Abriss der Psychoanalyse / Das Unbehagen in der Kultur. Frankfurt am Main: Fischer Taschenbuch Verlag. Redelijk. 150 pp. Met een rede van Thomas Mann als nawoord. Naam en aanschafdatum op schutblad (JJ, 6 mei 1989). 

Horsman, Annet (1960). Anekdoten over Multatuli. Uit authentieke bronnen bijeengebracht. Amsterdam: G.A. van Oorschot. Redelijk. 173 pp. Met kartonnen omslag.

Méér nieuwe oude boeken

Geef een reactie