in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
maart 28th, 2020 by Jaap de Jong

“Gott ist ein lauter Nichts”. Over Aurelius Augustinus en Angelus Silesius

De Nicolaikerk is zonder enige twijfel de mooiste kerk van Utrecht: daar treffen jeugd, dood, waanzin en ouderdom tezamen. En ook de vroomheid. Het zijn niet mijn woorden, maar die van de Utrechtse schrijfster Clare Lennart. In een gedenksteen gebeiteld en met regelmaat met graffiti besmeurd door hen die voor het eerst of opnieuw in “de ochtend van het leven” zijn aangeland.

Het was op een zondagmorgen ergens aan het einde van de jaren negentig dat ik daar stond: in het portaal van de Utrechtse Nicolaikerk. Alleen. Binnen zong de gemeente: “Ach, dat ik u zo laat herkende/Gij die de schoonheid zelve zijt/dat ik mij eer niet tot U wende.” Het gemeentegezang (lied 430), die ik in het portaal beluisterde, trof mij als de bliksem – niet zozeer door een goddelijke interventie (hoewel ik die niet wil uitsluiten) – maar omdat ik het lied direct herkende als een geslaagde interpretatie van een passage uit de Belijdenissen. Deze thriller van Augustinus is één van de mooiste teksten – zo niet de mooiste – uit de wereldliteratuur.

Ik was nog geen twintig toen ik de Belijdenissen voor het eerst in handen kreeg. Ik spuug niet in de bron waaruit ik dronk, maar kwam er wel achter dat Augustinus er meer geprezen dan gelezen werd. Een genie in taal en in denken, maar zo anders dan ik gewend was. Bij die lezing realiseerde ik mij dat het huis van de Heer inmiddels grondig was verbouwd en dat gold zeker voor het huis waar ik was groot gegroeid; dat was verworden tot een lemen nachthut in de komkommerhof. Ik las de Belijdenissen een kwart eeuw later nog eens. Bij die laatste lezing was ik mij wat meer bewust van het retorisch talent van Augustinus: zijn vaardigheid om in een uiterst persoonlijke stijl de emoties te bespelen. Hij bespeelt niet één toets, maar zet alle registers van de taal open. Ja, hij legt de Schoonheid zelve op tafel, proeft haar en maakt van de lezer een voyeur van een bijkans erotisch spel. Nee, niet bijkans, hij gaat vol op het orgel:

“Te laat heb ik U lief gekregen, o Schoonheid, die zo oud en toch zo nieuw bent, te laat heb ik U lief gekregen! En zie, U waart in mijn binnenste en ik was buiten en daar zocht ik U, en ik, die wanstaltig was, stortte mij op de schone dingen, die U gemaakt hebt. U waart met mij, maar ik was niet bij U. Die dingen hielden mij ver van U, die niet zouden zijn, als ze niet waren in U. U hebt mij genood en geroepen en mijn doofheid verbroken, U hebt geblonken en geschitterd en mijn blindheid verdreven, U hebt liefelijke geur verspreid en ik snoof die in en hijg nu naar U, ik heb geproefd en nu honger en dorst ik, U hebt mij aangeraakt en ik ben ontbrand naar Uw vrede.”

Angelus Silesius, een pseudoniem voor Johan Scheffler (1624-1677) maakte van de passage uit boek X van Belijdenissen een gedicht dat later door Ad den Besten is vertaald. Het werd als lied 430 in het Liedboek van de kerken opgenomen.

Silesius studeerde in de jaren veertig medicijnen in Leiden en promoveerde later in Padua. In Leiden verkeerde hij onder sympathisanten van Jacob Böhme. Ik vond indertijd helaas geen sluitend bewijs van zijn inschrijving als student in Leiden. Angelus Silesius is beroemd geworden door zijn Cherubinischer Wandersman, een verzameling van puntdichten, die blijk geven van zijn pantheïstisch mystieke inslag. Hij was verwant aan Meister Eckhart en de richting die ook wel bekend is als de negatieve theologie.

Gott ist ein lauter Nichts, ihn rührt kein Nun noch Hier; je mehr du nach ihm greifst, je mehr entwird er dir.

Ik geef de voorkeur aan het Duitse origineel. Het is duidelijk zijn dat Silesius God als de onbenoembare, de niet grijpbare voorstelt. Hoe meer je hem tracht te (be)grijpen, hoe meer hij je ontgaat. Ik gebruik het soms als ik per ongeluk in gesprek raak met dogmatische scherpslijpers, met Jehova-getuigen of andere getuigenden. Maar liever niet.

Van Silesius is ook het puntdicht dat mij ieder jaar met kerst in gedachten springt: Ook al is Jezus duizendmaal in Bethlehem geboren, maar niet in u, dan bent u nog verloren. Tja, ik kom er maar niet af. Overigens schreef Silesius later een dogmatisch werk waarvan je in slaap valt. Je ziet dat vaker bij dichters. Gorter die de Ethica vertaalt en later in dogmatisch marxisme verzandt. Je bronnen dichtgooien. Moet je niet doen.

Mijn eigen exemplaar van Belijdenissen is van Alexander Sizoo (1889-1961), classicus en hoogleraar aan de VU die naast Augustinus ook de Institutie van Calvijn vertaalde. Dat exemplaar verkoop ik niet, evenmin als de Cherubinischer Wandersman oder geistreiche Sinn- und Schlussreime. De vertaling van de Belijdenissen van Gerard Wijdeveld is te koop, evenals ander geestrijk werk. Met Salomo zeg ik: koop de waarheid en verkoop ze niet.

Meer theologie