in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
september 22nd, 2021 by Jaap de Jong

Hip Berlijn. Een droom

Ik droomde vannacht dat ik in hip Berlijn was. Niet het huidige Berlijn, maar dat uit de jaren twintig. Er zijn extravagante feesten met veel bloot, jazz en het eten is buitengewoon smakelijk. Obers buigen als knipmessen en ik heb het geld om uit te geven, draai de hand niet om voor een grootse fooi.

Is er bij mij een hang naar feodale verhoudingen en naar andere zaken? In de droom en ook buiten de droom?

Dan verschuiven de droombeelden zich door de tijd heen. De stad Berlijn is ineens het tafereel van fascisten die met communisten op de vuist gaan. Tussen de vechtende massa ontwaar ik de nog ongekroonde prins Bernhard met zijn gesabelde vriend Erik Hazelhoff Roelfzema die beiden op de journalisten Jacques Gans en Nico Rost inhakken. Het is een chaos van bloed, kapotte brillen en sneuvelend glaswerk.

Zelf sta ik inmiddels verscholen achter een boom. Ik schuw het bloed en pas op mijn bril, want die werd tijdens mijn jonge jaren zo vaak van mijn neus geslagen dat ik er nu voor kies mij niet in het gewoel te begeven. Een echte man wacht tijd en gelegenheid af. Wraak smaakt het best als koud gerecht, zo droom ik verder terwijl kille wind mij de adem beneemt. Dat blijkt, na plots ontwaken, een weigerend CPAP-apparaat te zijn.

Dat ik in mijn droom Nico Rost, Jacques Gans en Prins Bernhard met elkaar in verband breng is niet ver bezijden de werkelijkheid. Rost had Gans – toen nog links – beginjaren dertig overgehaald naar Berlijn te komen. Jacques Gans schreef er zijn Berlijnsch Dagboek en Nico Rost vertaalde tal van schrijvers voor de Nederlandse lezersmarkt. Onder hen was de sterreporter Egon Erwin Kisch (1885-1948), wiens verhalen overigens zeer leesbaar zijn. En dat Bernhard onder de vechtenden had kunnen zijn, dàt komt naar voren tijdens een ontmoeting in de oorlog tussen de prins en Jacques Gans.

De journalist Egon Erwin Kisch was populair in die dagen. Rost vertelt dat zijn huis open staat voor iedereen en dat er in de Berlijnse Güntzelstrasse altijd bezoek is. Men treft er bekende politici, ontslagen gevangenen, letterkundigen, arbeiders, professoren en jonge meisjes en steeds weer moet Fräulein Gisl nieuwe koffie zetten en “zoekt Kisch in zijn bibliotheek van 4000 werken over processen en gevangenissen, hoe hij een collega helpen kan, die een reeks artikelen moet schrijven over de sexuele nood onder strafgevangenen, spreken in een hoek van de kamer een paar communisten over het Russische vijfjarenplan, discutereeren proletarische literatoren over het werk van Döblin.”

En wat al niet meer. Zelf zou ik het nog geen vijf minuten volhouden in die drukte bij Kisch. Dan maar liever naar het bos om achter een boom de glazen van mijn bril te poetsen. Maar dit geheel terzijde.

Igor Cornelissen, eerder eigenaar van het boek, schrijft een aardig ironisch commentaar bij de lyrische inleiding van Nico Rost. Uiteraard met potlood: “heel erg veel. Hoe komt ie aan schrijven toe”? Dat zou ik ook wel willen weten.


Kisch, Egon Erwin & Nico Rost (inl.) (1931). Tijdopnamen. Een bundel reportages. Den Haag: De Baanbreker / Servire. I.z.g.st., met originele boekenlegger van De Baanbreker. Enige potl.aant. van I.C., zeer zeldzaam, 49,50 (incl. pak- en verzendkosten).

Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong, ook van Egon Erwin Kisch en/of Jacques Gans.