in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong
oktober 16th, 2020 by Igor Cornelissen

De vestiging van de Marranen in de Noordelijke Nederlanden

In Amsterdam kun je nog wel zo’n exotische naam tegenkomen: Teixeira. Vega, Palache. Meestal komt er dan komt dan nog wat achteraan, bij voorbeeld Rodrigues. Dubbele namen dus.

Het gaat om de nazaten van eeuwen geleden naar Amsterdam (vaak via Antwerpen) hierheen gekomen, onder dwang tot het katholicisme bekeerde, joden die terugkeerden tot het geloof van hun vaderen. Serfardische joden. Hun synagoge, snoge genoemd, is nog net geen museum, want er worden nog diensten gehouden. De snoge is een architectonisch pronkstuk van de hoofdstad waar het verkeer omheen raast: langs het standbeeld De dokwerker dat herinnert aan de Februaristaking van 1941 toen het Amsterdamse proletariaat het werk neer legde als protest tegen de arrestatie van ruim vierhonderd joden. Een solidariteit die volgens sommige geschiedschrijvers uniek is in Europa. Ik heb wel eens mee gedefileerd en keek dan met ontzag naar die enorme synagoge, waar ooit de gelovigen naar binnen stroomden. Daar waren na 1945 alleen nog restjes van over die, nu nog, hun tradities in stand houden.

Izak Prins (1887-1968) heeft de herkomst en eerste jaren van de Portugese joden nauwkeurig geboekstaafd. De bibliografie in zijn studie naar de vestiging van de Marranen in Noord-Nederland is indrukwekkend. Izak Prins was geboren in Dinxerperlo waar zijn vader een tapijtfabriek bezat. Prins studeerde rechten en was tussen 1918 en 1922 advocaat in Amsterdam. Daar richtte hij het Genootschap voor de joodse wetenschap op. Hij verhuisde later naar Brussel om van daaruit beter toegang te hebben voor zijn studies in archieven naar de oorsprong van de Maranen. Zijn studie naar de Marranen dateert uit 1927.

Prins was al jong zionist, kon in de oorlog met zijn vrouw naar Zwitserland ontkomen en overleed in 1968 in Jeruzalem. In het boek staat een opmerkelijke bewering van Prins: ‘De Marraan, voor wien  religie tot middel en zoo tot leugen werd, voor wien leven alleen macht kon betekenen, was de gepraedestineerde Renaissance mensch.’ (…) Zijne hoogere levenswaarden waren bezit en genot, wetenschap en eer.’ Enfin, dat gold wellicht sommige Marranen in Spanje en Portugal. Anderen emigreerden en vestigden zich deels in de Noordelijke Nederlanden. Die vestigingsgeschiedenis wordt door Prins beschreven. Overigens heb ik niet zo lang geleden een nazate van een geleerde met een Marraanse voorgeschiedenis op bezoek gehad. Haar overgrootvader, Samuel Palache, was hoogleraar in de semitische talen aan de Amsterdamse universiteit, maar dit geheel terzijde.

Helaas ontbrak mij de tijd na te gaan of Prins’ opvattingen toen het boek werd geschreven ook tot tegenspraak hebben geleid. Zijn thematiek is intussen boeiend genoeg. Het boek is overigens uitgegeven door Menno Hertzberger, medeoprichter van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren en naamgever van de Menno Hertzbergerprijs.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong, bijv. over judaica.

Izak Prins (1927). De vestiging der Marranen in Noord-Nederland in de zestiende eeuw. Amsterdam: Menno Hertzberger. I.g.st., gebonden in halflinnen band, X, 246 pp. Uit de collectie Igor Cornelissen, zeldzaam, 39,50 euro. Mail ons om te bestellen.

Geef een reactie