in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
oktober 29th, 2020 by Igor Cornelissen

De media en de revolutie: de gouden manchetknopen van Lenin en de sjieke gewaden van zijn vrouw

Het boek waar Stoelinga op promoveerde verscheen in 1967. Het jaar dat de vijftigste verjaardag van de Russische Oktoberrevolutie werd herdacht en gevierd. Het laatste gebeurde in Moskou waar ik op het Rode Plein de marsmuziek hoorde en het defilé inspecteerde. Zo nam ik pas later kennis van Stoelinga’s onderzoek naar de Nederlandse kranten en tijdschriften die hun lezers trachten voor te lichten over de val van het tsarisme, Kerenski die kort aan de macht was en Lenin die met andere bolsjewiki (vooral Trotski werd genoemd) die hem aflosten.

Op de meeste redacties dacht men dat die ‘maximalisten’ maar kort aan het bewind zouden blijven. Over het algemeen waren de kranten slecht geïnformeerd. Alleen De Telegraaf had een medewerker ter plekke. De andere journalisten moesten op hun gevoel (of grote duim) afgaan. Het leverde soms rare stukjes op. Zoals een Lenin die gouden manchetknopen droeg met diamanten erin en een mevrouw Lenin die sjieke gewaden naar de laatste mode droeg. Wie ooit een foto zag van mevrouw Lenin, ofwel Nadezjda Kroepskaja, moet wel in lachen uitbarsten.

Het viel te prijzen dat Stoelinga nauwgezet al die gereformeerde, katholieke en liberale bladen doornam. Nog interessanter werd zijn boek omdat hij de twee uiterst linkse bladen niet vergat: het theoretisch marxistische tijdschrift De Nieuwe Tijd waar Herman Gorter, Willem van Ravesteyn en Anton Pannekoek in schreven en het dagblad De Tribune onder leiding van dezelfde Van Ravesteyn en David Wijnkoop. Met als kritisch medewerker de arbeider B. Luteraan. Zij waren de enigen die begrepen wat er in Rusland gaande was. Wat Stoelinga niet vermeldde (hij wist het niet of vond het niet de moeite waard) is dat Barend Luteraan de ‘maximaalste van de maximalisten’ in Zwitserland Lenin had ontmoet tijdens een internationale conferentie (in 1915). Lenin vroeg bij die gelegenheid naar Gorter: ‘Wie geht’s German Gorter’? want de h kon hij inderdaad niet uitspreken. Lenin had met veel instemming Gorters brochure over het Wereldimperialisme gelezen; een felle aanklacht zowel tegen de Engels-Franse regeringen als tegen de Duitse.

De marxisten spraken dezelfde taal. De Nieuwe Tijd en De Tribune bleven Lenin en Trotski met grote instemming volgen. De barsten in de vriendschap werden al snel zichtbaar, maar dat gebeurde pas na maart 1918.

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam een in Den Haag gestationeerde journalist van het persbureau TASS Luteraan nog eens uithoren over zijn herinneringen aan Lenin. Wat daarvan gekomen is, weet ik niet. Ook dat laatste heeft in het geheel niets te maken met Stoelinga’s werkstuk dat bij mij nog wel een vergelijking oproept met de situatie in Wit Rusland waar we op dezelfde dag dat de oppositie de straten vult de filmpjes kunnen zien en opposanten kunnen horen. Het leven wordt gevuld met terzijdes.

Stoelinga, Th. H. J. (1967). Russische revolutie en vredesverwachtingen in de Nederlandse pers. Maart 1917-Maart 1918. Bussum: Fibula - Van Dishoeck. Redelijk. Paperback, 224 pp., 1e druk. Met bibliografie en noten (€ 12,50, incl. verzendkosten). Mail ons of neem contact met ons op.