in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
december 23rd, 2020 by Igor Cornelissen

Frans Erens over Parijs ‘waar men pronkt met bordeelachtige wansmaak’

Frans Erens (1857-1935) weer zo’n schrijver uit een ver verleden. Een enkeling zal van hem hebben gehoord. Hij kwam uit Limburg en was niet onbemiddeld. Dat maakte het hem gemakkelijk om de juristerij, waarmee hij zijn brood verdiende, in 1901 vaarwel te zeggen en van de pen te leven. Dat was dus in de tijd dat er van staatswege nog geen schrijvers subsidies werden verstrekt en men niet van voorschotten maandenlang op Ibiza kon verblijven om daar na te denken over het beloofde boek dat nimmer zou verschijnen.

Erens behoort tot de Tachtigers en was een gewaardeerd medewerker van De Nieuwe Gids.  Hij was een van de eersten in Nederland die zich goed inwerkte in de Franse literatuur die toen een groter stempel op de Nederlandse schrijvers drukte. Meer nog dan (nu) de Engelse en Amerikaanse. Het werk van Baudelaire en Huysmans had voor hem geen geheimen. Huysmans kon je trouwens alleen begrijpen als je katholiek was of dat was geweest. Erens was katholiek. Maar hij was geen naprater of hielenlikker.

Leuk aan Erens is dat hij ook echt op pad ging. Naar Madrid en Toledo en ook naar Berlijn. Over Madrid schrijft hij wat de vrouwen er voor kleding dragen en in Berlijn, dat hij de eerste stad van Midden Europa noemt en lelijk in  vergelijking met Parijs,  roemt hij de bierlokalen die paleizen zijn met flikkerende spiegels en veel, veel, veel goud. Op de wanden zijn naakte vrouwen geschilderd: ‘Enkelen zelfs pronken met bordeelachtige wansmaak.’ Het vloeiende brood, zoals de Duitsers het bier noemen (Prins Bernhard deed dat ook) groeit steeds in macht, noteerde Erens, en Frankrijk begon ook al die kant op te gaan. Mogelijk zou Italië volgen. Dat er twee Wereldoorlogen over Berlijn heen zouden gaan en dat het bier er nog steeds vloeit, kon Erens, die in 1935 stierf, niet voorzien. Een saai schrijver was hij in ieder geval niet. In Berlijn gaat hij naar het toneelstuk Die Weber van Hauptmann. Het publiek kon het nauwelijks kon verstaan omdat het goeddeels is geschreven in het dialect van het plaatsje waar de handelingen zich afspelen. Dat zou de reden zijn geweest dat de regering het ondanks de revolutionaire strekking niet verbood. Het apathische publiek was er volgens Erens trouwens alleen maar heen gegaan om te kunnen zeggen dat men er geweest was. Dat gevoel had ik ook die enkele maal dat ik naar een klassiek concert ging in het Concertgebouw in Amsterdam. Frans Erens schreef dat soort dingen op.

Over het stadje Damme in Vlaanderen heeft hij aardige opmerkingen. En niet alleen omdat daar het ‘zeer verdienstelijke’ standbeeld staat van de in Damme geboren Jacob van Maerlant. Erens is zeer vriendelijk over Damme. Wij kunnen daar verder niet op ingaan omdat wij zelf plannen hebben met Damme. En Damme met ons. Erens vermeldt in zijn levendige literaire reisverslag dat er mooie likeuren en jenevers worden geschonken. Dat moet in de nabije toekomst worden gecontroleerd. En het schijnt dat men er ook onbekommerd oesters kan eten. En daar hebben de beide antiquaren van ‘t Wasdom wat mee.


Erens, F. (1906). Litteraire wandelingen. Amsterdam: Van Looy. Afgeschreven bibliotheekexemplaar. Matig; voor- en achterin enkele losliggende pagina's (herstelbaar). Verder prima. Oorspronkelijke omslag meegebonden. 345 pp., 1e druk. Uit de collectie Igor Cornelissen. Zeldzaam € 22.50 (incl. pak- en verzendkosten). Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong