in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
maart 14th, 2021 by Jaap de Jong

“Hoe verder ik er vanaf raak, hoe dichter ik er bij kom.” Igor Cornelissen (1935-2021)

Toen ik Igor Cornelissen op een zomeravond in juni 2018 voor het eerst ontmoette – we keken uit op zijn tuin – vertelde hij mij dat er geen onkruid bestaat: “alles heeft een doel en er groeit niets voor niets, al is het maar om de luiwammesen onder ons aan het werk te zetten.” Ik kreeg een reprimande na mijn opmerking dat er toch wel erg veel onkruid in zijn tuin stond. We raakten die avond niet uitgepraat. Later vertelde ik hem mijn jongensdroom: een eigen antiquariaat. “Doe het nu” zei hij, “ik zal je op alle mogelijke manieren steunen.” Nog geen jaar later zaten we samen op het Dominicanenklooster in antiquariaat ’t Wasdom.

Igor droomde stiekem van een antiquariaat in de Thomas à Kempisstraat met een echte winkelbel en mooie houten boekenkasten – liefst uit de jaren dertig. Een etalage ook, boordevol met boeken. De keuze voor de Thomas à Kempisstraat was, denk ik, niet toevallig. Op loopafstand van Igor en ooit woonde daar de bakkerszoon Meindert Boss, de Zwolse schrijver J.K. van Eerbeek [pseud.], over wie Igor een prachtig boekje schreef: Borgtochtelijk lijden. Van Eerbeek, die in zijn boeken door nauwkeurig observatie van anderen de eigen innerlijke strijd op tafel legt: voor of tegen de waarheid? Wat betekent waarheid of het woord eigenlijk nog als het niet wordt waargemaakt? Meer nog, wat gebeurt er met mensen als de twijfel toeslaat, twijfel aan het systeem waarin hij eerder woonde? Igor was mateloos geïnteresseerd in mensen die in de marge geraakten. Die interesse hadden wij gemeen en we reflecteerden er ook graag over. Igor citeerde in dit verband met regelmaat Jaap Meijer: “hoe verder ik er vanaf raak, hoe dichter ik er bij kom.”

Dat antiquariaat waar Igor van droomde mocht ook wel in de Sassenstraat staan, op loopafstand van cafe De Hete Brij van Elles. Hij zou dan op woensdag- of vrijdagmiddag de scepter slaan. Op de achtergrond misschien wat jazzmuziek of Bach of helemaal niets. Dat laatste was eigenlijk wel het beste: een mens komt in een boekhandel voor boeken en in het café om te praten en wat te drinken, niet om onder de muziekvoorkeuren van anderen te lijden.

Vorige week vrijdag, tijdens een wandeling in de tuin van het Dominicanenklooster noemde hij me de namen van de bloemen, wees met zijn stok naar de nectar en vertelde me dat hij de hommel miste. Igor had oog voor het detail. Ik hou daar van: “der Herr Gott steckt im Detail.” Igor zag uit naar de lente. Na onze wandeling sprak hij in antiquariaat ’t Wasdom enthousiast over Marinus van der Lubbe (1909-1934): hij had beet, hij had een nieuw spoor te pakken. “Ik ben het aan hem verplicht. Vanaf 1966 ben ik al met zijn dossier bezig. Misschien komt er nog een nieuw boek. Als ik de tijd krijg en jij weet wel van wie en hoe.”

Volgende week zouden we weer een nieuwe opname maken, een vlog. Dit keer zou het gaan over Jaap Meijer en zijn bundel Golgotha met rente. joodse jezus-poëzie. Een terugkerend thema bij Igor en in onze gesprekken. Ook Jaap Meijer had een scherpe pen en dat geldt niet alleen voor de titel van deze bundel.

We kregen onlangs te horen dat we weg moeten uit het klooster, net als vijf andere ondernemers in t’ Wasdom. We droomden over een nieuwe locatie. Eergisteren, op de avond voor zijn overlijden, mailde Igor mij hoe het staat: “Ik ben aan het bloggen. Wat is het laatste nieuws? Verkoop? Al zicht op een nieuw onderkomen met ouderwetse deurbel en etalage?”


De afbeelding betreft een schilderij van de Zwolse kunstenares Rana Berends: "Muurleeuwenbekje bij Bethlehemskerk". Olieverf op doek, 30 x 50 cm, 2014. Ik zag het werk bij Igor tijdens een ontmoeting bij hem thuis en werd getroffen door het detail en de focus op het 'onkruid'.