in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
januari 28th, 2021 by Igor Cornelissen

Blue Note – Alfred Lion en Francis Wolff. Geraakt door ‘negermuziek’

Jazz is muziek en naar muziek moet je (leren) luisteren om er iets van te begrijpen, het daarna te kunnen waarderen en ten slotte met je gespaarde zakgeld naar de winkel te gaan om de begeerde platen te kopen. Wij begonnen met de breekbare 78-toerental platen, daarna kwam LP en nu, ook al weer verouderd, de CD’s.

Twee joodse jonge mannen, eind jaren dertig nog net op tijd uit nazi- Duitsland naar Amerika gevlucht, zorgden voor een extra dimensie. Misschien is de uitdrukking een gat in de markt wat overtrokken, maar de visuele reclame die ze maakten, sloeg aan. Die beide mannen,  Alfred Lion (1908-1987) en Francis Wolff (1907-1971), hadden in Berlijn al orkesten gehoord die wat toen heette negermuziek speelden. Ze waren er door geraakt.

Eén van hen had de sopraansaxofonist Sidney Bechet (1897-1959) al in Duitsland horen spelen. Bij een weerzien in New York leidde dat tot een contract. De Summertime die Bechet op de plaat zette is naar mijn mening nooit overtroffen. De klassieke jazz (dixieland!) volgde met o.a. de pianist Art Hodes die wars was van de moderne vormen van jazz die zich omstreeks 1942 begon te ontwikkelen. Bebop. Meer techniek en ingewikkelder akkoordenschema’s.  Lion en Wolff begrepen dat ze met hun tijd mee moesten gaan en ze gaven de jonge knapen van de Bebop alle ruimte. Voorspelbaar misschien, maar toch opmerkelijk is dat de oprichters en medewerkers van Blue Note allen behoorden tot het linkse, progressieve deel van de Amerikanen. Een minderheid dus, want de meeste Amerikanen beschouwden de segratie als iets vanzelfsprekend. Bij Blue Note werden de zwarte muzikanten als heren behandeld en overeenkomstig betaald.

Het dikke en loodzware boek over de geschiedenis van Blue Note is uiterst rijk geïllustreerd met foto’s van de kunstzinnige hoezen waarin de LP’s verpakt waren plus de afdrukken van de photo shoots die tijdens en na de opnamen werden gemaakt.

Een stukje onbekende Amerikaanse geschiedenis met namen en afbeeldingen van knapen, altijd cool, die soms al op hun 21ste of nog jonger een kans kregen. Zij grepen die kans bij die twee uit Duitsland gevluchte joden: Wolff en Lion. Zij hadden in elk geval in de States voldoende vrijheid voor hun baanbrekende werk, waarover jazzkenners nog steeds niet zijn uitgepraat.

Havers, Richard (2014). The Finest in Jazz Since 1939. Blue Note. Z.pl.: Lannoo|Terra. I.z.g.st., als nieuw en zonder gebruikssporen, 399 (+ 1) pp, met index, illustraties (foto's in zw./w. en kleur), verantwoording illustraties en discografie. Uit de collectie Igor Cornelissen. Niet meer leverbaar.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong, wij doen ook aan muziekgeschiedenis.