in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
september 7th, 2020 by Igor Cornelissen

De straathonden in de Zwolse dichterswijk: Winnie, Ike en Stalin

Hitler en Stalin. Twee massamoordenaars. Toch lees ik de redevoeringen van de tweede nog met een zekere aangename opwinding. Ik zie mijn vader nog de vlaggetjes prikken op de kaart van Europa. Het Rode Leger rukte op naar Berlijn en dat betekende dat onze bevrijding ook dichterbij kwam. We hielden onze adem in op de Zwolse Vondelkade.

De eerste dagen na Hitlers aanval op de Sovjet Unie was Stalin van slag. Hij was, populair gezegd, de kluts kwijt, hoewel zijn spionnen hem hadden gewaarschuwd. Hij geloofde en vertrouwde ze niet. De eerste radiorede na de inval werd gehouden door Molotov, de minister van Buitenlandse Zaken die het niet-aanvalsverdrag met Ribbentrop in 1939 had ondertekend. Toen Stalin op 3 juli 1941, tien dagen na de inval van Duitsland, op de radio te horen was richtte hij zich tot: Kameraden! Burgers! Broeders en zusters! Strijders van ons leger en vloot!

Hij verheelde niet dat de toestand ernstig was. De Wehrmacht sneed als een mes door de boter. Hitler was een bloeddorstige agressor. De hele wereld kan dat nu zien. Na Stalingrad en andere overwinningen kon Stalin zich wat optimistischer tonen.

Wie nu Redevoeringen en legerorders, 1941-1945 leest (Pegasus, Amsterdam, 1946), begrijpt beter waarom 11 procent van de Nederlanders in 1946 op de communisten stemde. In Amsterdam was de CPN zelfs de grootste partij. De overwinningen van de Russen hadden overal diepe indruk gemaakt. In het boek is een krantenknipsel geplakt met een merkwaardige inhoud. Het stamt uit de laatste dagen van Stalins ziekte, pal voor zijn dood op 5 maart 1953. Volgens het bericht zouden de kerkleiders van alle geloven voor zijn zieleheil bidden. Ook de opperrabbijn van Moskou riep zijn volgelingen op om te bidden voor het herstel van de zieke Stalin. Die stierf evenwel toch, zodat zijn plannen om de joden massaal te vervolgen geen doorgang vonden.

Nog even terug naar de bevrijdingsdagen van mei 1945 aan de Zwolse Vondelkade. Er liepen ineens veel honden in de buurt rond die de naam Winnie (ter ere van Churchill) of Ike (Eisenhower) werden genoemd. Ik noemde mijn hondje Stalin en beval hem bij het uitlaten op de stoep te blijven en bij thuiskomst in zijn mand te gaan liggen. Ik had toen niet eens Stalins redevoeringen en legerorders gelezen. Dat laatste geheel terzijde.

Meer nieuwe oude boeken en meer Stalin.