in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
oktober 1st, 2021 by Jaap de Jong

De ruige duivelbokspoot van tante Alida

Vanmorgen kwam ik tussen de boeken een bundel met de herinneringen van een eenzelvig man tegen: de memoires van de dichter Jan van Nijlen (1884-1965), een man die in gezelschap een hartstochtelijk zwijger was en behalve E. du Perron, Jan Greshoff en Arthur van Schendel, weinig vrienden in het literaire milieu had. In gezelschap van zijn vrienden lurkte Van Nijlen aan zijn onafscheidelijke pijp en verder schreef hij af en toe een gedicht, maar wel genoeg om verzameld te worden.

Ik zocht in zijn Verzamelde gedichten die, anders dan veel moderne dichtsels, wel leesbaar zijn en ook nog eens te begrijpen voor een eenvoudige geest als ik ben. Eigenlijk was ik op zoek naar een gedicht over zijn familie. Liefst was ik iets tegen gekomen over tante Alida, de tante met de wonderschone naam, getrouwd met zijn oom Frans. Zij werd na de geboorte van haar eerste kind getroffen door een kwaal die haar het lopen belette. Daarna was zij “nooit meer in de lucht geweest” en bracht het grootste deel van de dag op de divan door. Tante Alida werd vroom, maar niet alleen vroom, ze leed ook nog eens aan een, wat van Nijlen noemt, “zachtzinnige godsdienstwaanzin” en deed bovendien aan voorspellingen. Die dingen houden vaak verband met elkaar, zo meen ik te weten. Ik ben overigens dol op verhalen over wat in de volksmond “godsdienstwaanzin” heet en al helemaal als het om de zachtzinnige variant gaat.

Ondanks de kwaal met haar voet kreeg Alida nadien nog zes kinderen. Een van hen, haar zoon Pascal, werd door de docenten aan de tekenacademie als een wonderkind beschouwd. Op een dag kwam Pascal thuis met door hem nagetekende naakten, reproducties van Italiaanse kunstenaars. Ze werden door moeder Alida verscheurd en in de kachel geworpen. Bij het zien van de prenten sloeg haar de schrik om het hart. De Heer had haar zoon weliswaar met een bijzondere gave begunstigd, maar dit ging toch wel erg ver. Pascal kon voortaan maar beter bloemstukken schilderen.

Ik bladerde wat in de Verzamelde gedichten van Jan van Nijlen, maar vond niet wat ik zocht. Wel iets anders. Het is bijna altijd prettig iets te vinden dat je niet zocht. In mijn geval vond ik het gedicht Wulpsheid. Misschien handelt dit gedicht toch over tante Alida. De laatste regel kan een aanwijzing zijn. Met nadruk op kan wat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid betekent dat het niet zo is. Maar het is wel een aardig gedicht en je ziet het gebeuren. En zeg nu zelf: die ruige duivelbokspoot is toch echt het einde!

Wulpsheid

In slanke naaktheid rijst zij voor de spiegel op, / omwolkt met gitten krans van losgewoelde haren; / haar ogen zijn als vreemde bloemen waar zij staren / waaruit bij elke blik ‘t vergif leekt, drop na drop.

En sidderend van koel en ongewenst genot, / spant zij uitdagend juichend haar volronde borsten, / wier marmerschoonheid niet een duivel, niet een god / noch mensen in aanbidding ooit aanstaren dorsten.

Haar naakt en ijskoud lichaam kan het hart niet warmen / van wie omhelsde die versteven schoonheidslijn – / Zie nu: ze lacht! En heffend lelieblanke armen

snoert zij met rode strik haar zwarte haren vast, / en treedt voorzichtig in een gulden schoen, zo klein / dat net haar ruige duivelbokspoot er in past.

Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong, waaronder literatuur en poëzie.