In 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
maart 14th, 2022 by Jaap de Jong

De verschijning van Eurydice en Rilke’s onvertaalbare grafdicht

Zo’n twintig jaar geleden bezocht ik de laatste rustplaats van Rilke. Het graf ligt boven het Rhônedal. Het is er altijd winderig. Op die dag regende het onophoudelijk. We schuilden in een klein museum waar wat foto’s van Rilke lagen. Men kon er zijn dichtbundels kopen.

Rilke woonde de laatste jaren van zijn leven in het Zwitserse Muzot waar hij aan de Sonnetten aan Orpheus werkte. Het werk dat hij nog voor zijn dood voltooide. Gisteren zag ik met de geliefde een uitvoering van de Sonnetten, het grote dichtwerk dat onder meer door Wessel ten Boom werd vertaald. Er zijn er overigens veel meer die zich er aan waagden. Het was een prachtige uitvoering met mooie decors, zoals dat van de veerboot die over de doodsrivier voer. Een tocht die onontkoombaar leidde tot de verschijning van Eurydice aan Orpheus. Eurydice, die in de dood, het niet-zijn, eindelijk de koningin (Neen, alle denkbare koninginnen) was geworden en wilde blijven, “offerde” Orpheus daaraan op: “Niemandes Schlaf zu sein”. Ze zei het niet en het libretto schrijft het niet voor, maar ik dacht er aan.

Zojuist bladerde ik bij toeval – maar wat is toeval anders dan dat het je toevalt – door een bundel van tien studies over Rilke (Bassermann, 1947). Dieter Bassermann begint bij het einde: bij het grafdicht van Rilke. Het gedicht dat de dichter zelf had uitgezocht voor de winderige plaats boven het Rhônedal. Toen ik het indertijd las – in mijn herinnering stond het op een bord tussen rode rozen – begreep ik er weinig van, ook al trok ik er indertijd een intelligent gezicht bij toen ik het “vertaalde” voor mijn kinderen. Tieners nog.

Rose o reiner Widerspruch | Lust, niemandes Schlaf zu sein unter so viel Lidern.

Het grafdicht is voor mij, meer nog dan toen, een onvertaalbare zin geworden. Soms denk ik er dichtbij te zijn, maar kom er toch niet bij. Het beeld van de roos, die zoals de puntdichter Angelus Silesius ergens opmerkt, zonder waarom bloeit en bestaat, ja louter is – is een krachtig beeld. Een roos reflecteert niet. En wat is de slaap zolang hij iemands slaap is? Rilke formuleerde geen leer en zijn gedichten zijn niet bedoeld als levensfilosofie, hooguit een spiegel van zijn Zijn, schrijft Bassermann. Terecht. Vertalen is ook, net als de flirt, een vorm van toe-eigening en dat is hier wellicht net een stap te ver. Juist of zeker ook bij de poëzie van Rilke.

Misschien gaf Eurydice gistermiddag – in die laatste verschijning – wel de meest dichtbij komende vertolking van het grafdicht van Rilke: Rose, o reiner Widerspruch, Lust, Niemandes Schlaf zu sein unter so viel Lidern.

Orpheus kwam haar niet méér naderbij dan bij zijn omkering waarna hij haar verloor. Maar zag haar in die ondeelbare seconde, in die punt des tijds, wel op het allergrootst en zo moet het zijn of beter: zo is het.

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com