in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
juli 4th, 2021 by Jaap de Jong

Over Faust, de frisse waterstromen en ‘der Geist der stets verneint’.

Op een donderdagmiddag, ergens in oktober 2019, hoorde ik in café De Hete Brij iemand een gedicht declameren. Het was de stem van Igor Cornelissen die aan het hoofd van de houten tafel zat en uit het hoofd de Faust van Goethe citeerde:

Ich bin der Geist der stets verneint! / Und das mit Recht; denn alles was entsteht / ist werth daß es zu Grunde geht; / Drum besser wär’s daß nichts entstünde. / So ist denn alles was ihr Sünde, / Zerstörung, kurz das Böse nennt, / Mein eigentliches Element.

Later (of was het eerder?) deden we dat nog eens over, ook in dezelfde kroeg. Igor zong bij die gelegenheid de Internationale en ik psalm 42. Over het ontwaken der verworpenen en een jong hert dat verlangt naar frìsse waterstromen.

Die herinnering schoot me te binnen toen ik zojuist Vijf eeuwen Faust uit de doos haalde om te beschrijven. Het boek bevat een aantal opstellen over de ontvangst van het Faustmotief in de literatuur en de beeldende kunst (o.a. bij Rembrandt [zie afbeelding hierboven] en de dichter Paul Valery).

In diezelfde doos zit De immoralist van André Gide. De roman werd vertaald door Hendrik Marsman en in 1935 door Querido op de markt gebracht. Het boek kreeg als motto een tekst uit Psalm 139 mee: Ik loof u, o Heer, omdat gij mij zo wonderbaarlijk gemaakt hebt. Gide gebruikte nogal eens bijbelteksten in zijn werk. De psalmist heeft inderdaad een punt: nooit ontmoette ik een wonderbaarlijker wezen dan de mens of het moet de eenhoorn zijn. Het punt dat Gide in De immoralist maakt, moet ik nog achterhalen.

Het Dossier Marinus van der Lubbe 1933 / 1934 is typisch Igoriana en onmisbaar voor de connaisseur. De titel openbaart veel: Dossier Marinus van der Lubbe – 1933-1934 – Brochures, vlugschriften en artikelen over Marinus van der Lubbe en de brand in de Rijksdag uit radencommunistische, anarchistische, antimilitaristische en anarcho-syndicalistische hoek.

In het register van laatstgenoemde bundel kon ik het gedicht dat Willem Elsschot bij de dood van Marinus schreef niet vinden. Ik sprak eerder met Igor over Van der Lubbe (het item staat tot mijn verrassing op YouTube). Enfin, hier het gedicht:

Jongen, met je wankel hoofd / aan den beul vooruit beloofd / toen je daar je lot verbeidde / stond ik wenend aan je zijde. (…) Moog je geest in Leipzig spoken / tot die gruwel wordt gewroken / tot je beulen, groot en klein / door den Rus vernietigd zijn.

Dan ligt hier ook nog een biografie van Domela Nieuwenhuis op tafel. De man die eigenlijk nergens bij hoorde, “ook niet bij de proletariërs, al noemde hij ze honderd keer zijn broeders”. Domela Nieuwenhuis bleef wat hij was: een heer van stand. Wat ik heel aardig vond is de aantekening van Igor bij de rijkdom van Domela. Of hem dat een schuldgevoel bezorgde? De historici Romein & Verschoor verklaarden de rol van de profeet en revolutionair Domela Nieuwenhuis uit een onbewust schuldcomplex. Jan Meyers stelt dat het een slag in de lucht is en hij voegt er aan toe dat het net zo oncontroleerbaar is als abstracte kunst. Igor hield niet van abstracte kunst.

Ik begrijp dat.

Ik heb ook liever een Rembrandt aan de muur, desnoods de ets die Rembrandt van Dr. Faustus maakte. Maar dit terzijde.

De oogst van zondagavond. Interesse? Neem contact met ons op. Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com