in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
juni 25th, 2021 by Jaap de Jong

De dichter en het slechte meisje. Over Beversluis en Van Meegeren

In juli 1945 meldt de journalist Jan Spierdijk (1919-1997) aan de redactie van De Waarheid dat in Hitler’s bunker een bijzonder boek was gevonden; een boek met tekeningen van Han van Meegeren (1889-1947) en gedichten van Martien Beversluis (1894-1966). De gedichten werden eerder uitgegeven bij de firma L.J.C. Boucher (Den Haag, 1942). In de bibliografie bij de bundel Het Zaad. Een sonnettenkrans (Amsterdam, [1944]) maakt Martien Beversluis inderdaad melding van twintig gedichten bij het schilder- en tekenwerk van Han van Meegeren. Onder de tekeningen die aan Hitler werden gestuurd – “Dem geliebten Führer in dankbarer Anerkennung gewidmet von H. von Meegeren” – zat het portret van het echtpaar Beversluis-Verstraate dat ook als omslagillustratie van Het Zaad dient. Dat boekje werd uitgegeven ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Martien Beversluis.

In ‘De collaborateur en de vervalser. Over de schilder Han van Meegeren en de dichter Martien Beversluis’ (De Parelduiker, jrg. 25, nr. 4) vertelt Lo van Driel het verhaal van het illustere tweetal. Daarin wordt duidelijk dat er een intensieve samenwerking tussen van Meegeren en Beversluis bestond: de gedichten waren aanleiding voor de kunstwerken van Van Meegeren en schilderijen/tekeningen van Van Meegeren zouden weer door gedichten worden geïnterpreteerd.

Eén van die schilderijen draagt als titel Barmeisjes. Helaas kon ik niet tijdig achter de tekst van de twintig gedichten komen, maar uit een column van Mario Molegraaf (Provinciale Zeeuwse Courant, 20 oktober 2020) weet ik dat Martien Beversluis bij Barmeisjes een scabreuze tekst verzon: Mocht ik die kelk zijn van kristal/die vonkt en zingend breken zal. Volgens Molegraaf is het een sadomasochistische tekst waarbij Beversluis alvast van de pijn genoot die de “slechte vingers” van het meisje hem zouden toebrengen. 

Het is niet vreemd dat de boeken van Martien Beversluis deel uitmaken van de collectie Cornelissen. Igor was dol op dit type mensen dat – door tijd en omstandigheden – gedwongen was een keuze te maken. Beversluis maakte vele keuzes: hij werd groot in een protestants gezin – zijn vader was hervormd predikant – werd lid van de SDAP en kwam in dienst van de VARA. In de beginjaren dertig vertaalde hij linkse Duitse poëzie. Daarna werd hij orangist en publiceerde als christelijk dichter bij Opwaartsche Wegen). Nog weer later voegde hij zich bij het Nationaal Front van Arnold Meijer. Kort na de bezetting in 1940 werd hij lid van de NSB, brak er mee en sloot zich vervolgens met zijn vrouw Johanna Verstraate [schrijfsterpseudoniem: Dignate Robbertz] aan bij de Nederlandsche SS.

In Brandende woorden uit Duitschland (Hilversum, 1934), de Duitse poëzie die Beversluis vertaalde en bewerkte, zijn twee illustraties opgenomen van de kunstenares Käthe Kollwitz (1867-1945), terwijl de omslagillustratie van Melle Oldeboerrigter (1908-1976) is.

Zag Führer Alois Schicklgruber de schrijfsels en schilderijen/tekeningen van het illustere tweetal Van Meegeren en Beversluis en wat vond hij er van? Ik vraag maar, al weet ik dat een eventueel antwoord van geen enkel belang is.


Martien Beversluis (z.j. [1944]). Het zaad. Een sonnettenkrans. Amsterdam: "De Gulden Ster". I.g.st., lichte schade bovenzijde rug, 44 pp., met bibliografie. Op het omslag een portret van het echtpaar Beversluis-Verstraate door Han van Meegeren (4 mei 1942).

Martien Beversluis (1934). Brandende woorden uit Duitschland. Hilversum: De Boekenvrienden. Matige omslag, verder goed. Met twee tekeningen van Käthe Kollwitz, omslagillustratie van Melle Oldeboerrigter.

Beide boeken – uit de collectie Igor Cornelissen – voor € 33,00 (incl. pak- en verzendkosten binnen Europa). Interesse? Neem contact met ons op. Méér nieuwe oude boeken bij antiquariaat Cornelissen & De Jong