in 't Wasdom

antiquariaat Cornelissen & De Jong – Zwolle
januari 3rd, 2021

Over Jan Hanlo, een liefdevol surrealist

Ik vind Jan Hanlo een liefdevolle surrealist, al hebben deskundigen hem ongetwijfeld beter, laten we zeggen wetenschappelijker getypeerd. Met liefdevol bedoel ik bijvoorbeeld zijn korte verslagje hoe hij ‘s morgens vroeg om vijf uur, om en om met een merel een lied fluit. Jan is dan één met de natuur.

Hij werd tot de vijftigers gerekend en dat gold zeker voor wat zijn leefwijze en drankzucht betreft, maar hij kon of wilde niet leven zonder zijn katholieke god. Zo was hij opgegroeid. Als hij in Ierland ‘s morgens vroeg naar zijn goedkope hotel loopt na een vermoeiende nacht informeert hij bij een omstander waar een roomse kerk is. Hij moest immers zijn zondagsplicht vervullen. Dat hij zich in de dag vergist, maakt het verhaal nog komischer. En al heb ik dan nooit in een Iers kippenhok de nacht doorgebracht ik herkende de door Hanlo opgeroepen sfeer van dat land. Hetzelfde merkte ik toen ik zijn korte verhalen las over Sevilla. Ook daar was ik eens, vele jaren later, maar het leek of ik dezelfde Spanjaarden en zigeuners had ontmoet.

Als hij in tien regels uitlegt waarom het zo moeilijk blijft non-figuratieve kunst mooi te vinden (‘het stelt immers niets voor’) en opmerkt dat hij aan avondlucht of zonsopgang niets aan vindt, maakt hij voor één gewaarwording een uitzondering. Bij een zonsopgang meende hij één keer ‘ergens in de vorm van zo’n wolk de neus van mijn grootmoeder te onderscheiden en toen vond ik het ineens mooi.’

Ik had het moeten zeggen: Je hebt gelijk Jan, het hoeft allemaal niet zo ernstig, maar nou net die ene keer dat ik Jan Hanlo ontmoette en met hem de stad introk, werd hij in korte tijd zo straalbezopen dat hij mijn woorden niet gehoord zou hebben.


Hanlo, J. (1966). In een gewoon rijtuig. Amsterdam: G.A. van Oorschot. I.g.st., omslag licht beschadigd (bovenzijde rug). Paperback/softcover met flappen, 279 pp., € 15,00 (incl. pak- en verzendkosten). Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong

december 11th, 2020

Jan Hanlo was een vreemde kerel

Jan Hanlo was een vreemde kerel. En dat niet alleen omdat hij op jonge jongens viel, veel te hard op zijn motor reed (en zo verongelukte), al vroeg straf kreeg en gecastreerd werd en ook niet omdat hij in Limburg in een poortwachtershuisje woonde en bij mijn weten de katholieke kerk op zijn manier trouw bleef. In zijn biografie staat nog veel meer.

Hanlo verzamelde gemberpotjes en die wilde hij wel aan een goede vriend laten zien. Het bleef bij één potje. De vriend vroeg waar de rest van de verzameling was. Die was er niet. Hanlo had maar één potje. ‘Ik ben net begonnen met verzamelen,’ verduidelijkte hij. Hanlo is een van de weinige dichters die het tot kamervragen bracht. het ging om zijn spraakmakende ‘oote oote boe’ gedicht. Het zal wel een christelijke afgevaardigde zijn geweest die aan de minister vroeg waarom dat nu gesubsidieerd moest worden.

Hanlo gold als een groot jazzliefhebber en hij maakte een mooi gedicht over de St. Louis Blues. Maar had hij er ook verstand van? Ik betwijfel dat want in een stukje in de AVRO Bode noemde hij de Jazz Me Blues gespeeld door Jelly Roll Morton de mooiste jazzplaat die hij kende. Morton heeft dat nummer misschien wel gespeeld, maar het is door hem nooit op de plaat gezet.

Ik ben eenmaal met Hanlo in Amsterdam op pad geweest. Ik huurde toen een kamer bij Frieda Koch, de ex echtgenote van Bert Schierbeek en vroegere geliefde van Lucebert. Jan Hanlo die, ook blijkens zijn brieven, vaak bij dichters en kunstenaars in Amsterdam op bezoek ging, was in de Van Eeghenlaan nummer 7 te gast bij Frieda Koch en haar nieuwe vriend de vertaler uit het Frans Nico Lijssen. Toen bij hen het gesprek op jazz kwam, zei Frieda dat hij beter naar haar kamerhuurder boven kon gaan. Die wist er veel van. Ik draaide platen voor Hanlo die hem erg bevielen. Dat de door hem beluisterde Morton plaat niet bestond, verbaasde hem zeer. Omdat Jan Hanlo dorst kreeg en ik niets in huis had, kwamen we snel terecht in café Pieper op de Prinsengracht. Toen en nu nog een uiterst prettig café. Ik heb nog nooit iemand zo snel dronken zien worden. Na een uur sloeg Hanlo alleen nog maar wartaal uit over een sneeuwgans, volgens hem een stom beest. Hoe wij (of bleef hij nog?) thuis zijn gekomen, weet ik niet meer.

Veel interessantere ontmoetingen zijn te lezen in de zorgvuldig uitgegeven Brieven. Hij schrijft in 1963 dat hij bij Frieda en Nico langs zal gaan en daar waarschijnlijk zal overnachten. Over de sneeuwgans vond ik helaas geen verdere sporen. Jan Hanlo zal waarschijnlijk de enige gedundrukte schrijver/dichter blijven die ik heb ontmoet.


Hanlo, J. (1989). Brieven [2 dln. 1931-1962, 1963-1969]. Amsterdam: G.A. van Oorschot. I.z.g.st., prachtexemplaar. Gebonden in blauw linnen met diepblauwe belettering. Met stofomslag, 1e druk. Met bibliografie, register en noten. € 37,50 (incl. pak- en verzendkosten). Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong

december 2nd, 2020

Zo meen ik dat ook jij bent – Carola Kloos over Victor van Vriesland en Jan Hanlo

Druk doende om een paar prachtboeken in de database van het antiquariaat Cornelissen & De Jong in te voeren, zoals: Maäsiejoht (Gomperts), Ondergang (De Jong) Oproerige krabbels (Kleerekoper), Onderzoek en Vertoog (Van Vriesland), de Brieven van Jan Hanlo en nog veel meer.

Die laatste combinatie – Victor van Vriesland (1892-1974) en de schrijver-dichter Jan Hanlo (1912-1969) – triggert iets bij mij. Een vriendin, Carola Kloos, stuurde mij een paar maanden terug haar herinneringen aan Jan Hanlo. Met hem wisselde zij vele brieven (die van hem zijn opgenomen in de tweedelige brievenuitgave van Van Oorschot, Amsterdam, 1989). Carola leerde Hanlo kennen door plannen binnen het klassieke dispuut aan de Leidse universiteit, het Collegium Classicum cui nomen MF. De betekenis van de letters MF ken ik niet en degene die dit aan een buitenstaander vertelt is gewaarschuwd: hij of zij haalt bij verraad de vloek over zich. Carola Kloos, classica en theologe, zegt geheel van God los te zijn, maar vreest desalniettemin de vervloeking. Dit geheel terzijde. In haar dispuut ontstaat beginjaren zestig het plan tot uitgave van een nieuw werk. Men zoekt bijdragen van verschillende mensen en er wordt contact gelegd met de literatuurpaus Victor van Vriesland.

Het gaat mij hier om haar prachtige sfeerbeschrijving rond de eerste ontmoeting met Van Vriesland. In verband met de uitgave van een nieuw werk wendde Carola zich in 1962 met Marinus Wes tot Victor van Vriesland. Hij was tot in de jaren zestig een invloedrijk man in de literaire scene; de literatuurpaus. Over Van Vriesland deed in de undergroundscene, ondanks zijn status, een toch wel wat oneerbiedig rijmdicht de ronde. Ik verklap het hier, maar u moet het niet verder vertellen: “Stik zei de pik van Victor van Vriesland / en schoot met een plof van de naai- in de piesstand”.

Terug naar Amsterdam en het bezoek van Carola Kloos met Marinus Wes aan Victor van Vriesland: “Ons bezoek aan Victor van Vriesland, bij hem thuis in Amsterdam, was zo hilarisch dat we na afloop, op de stoep voor de deur, een langdurige aanval kregen van de slappe lach. We waren om vier uur ’s middags ontboden. `Toen was hij zeker net op,’ zei onze hoogleraar Van Groningen. Inderdaad, las ik later over zijn leefwijze. Ook de vertaler Evert Straat was uitgenodigd. Victor van Vriesland zat aan zijn bureau, met een uitgeschoven plankje waarop een fles jenever. Wij om het bureau heen. De drie heren dronken non-stop door, ik kreeg tijdens het twee uur durende bezoek twee glaasjes (gender-discriminatie, zogezegd). Victor van Vriesland nam met Evert Straat de ledenlijst van de Pen-Club door. Hun vernietigende commentaren maakten dat Marinus en ik elkaar geregeld zaten te schoppen. `Maar dat en dat heeft ze toch heel aardig gedaan’ – over iemand die eerst in de grond was geboord. Dit laatste zinnetje deed natuurlijk de deur dicht.

We gingen naar huis met een lijst met namen, die we onderling verdeelden. Tot mijn groep behoorde Jan Hanlo, de tot de Vijftigers gerekende dichter, bekend geworden door experimentele gedichten als Oote boe (`Oote oote oote/ Boe/ Oote oote/ Oote oote oote boe’, etc.).” Na deze gebeurtenis rond het bureau van Van Vriesland begint het brievenavontuur tussen Carola Kloos en Jan Hanlo, wellicht later meer daarover. Nu alleen nog het gedicht dat mij door het hoofd schoot toen ik de naam van Jan Hanlo zag. Dat is niet Oote boe. Zeker niet, maar wel: Zo meen ik dat ook jij bent. Ik word daar vreselijk melancholiek van, sentimenteel ook en alles wat ik niet moet zijn; volgens sommigen dan, onder hen enkelen van mijn eigen ik-ken.

Zo meen ik dat ook jij bent

zoals de koelte ‘s nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent

als melk
als leem
en ‘t bleke rood van vaal gesteent
of porselein
zoals wat ver is en gering
en lang vergeten voor het oud is

zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent

Jan Hanlo (1970). Verzamelde Gedichten. Amsterdam: G.A. van Oorschot


Vriesland, V. van (1958). Verzameld critisch en essayistisch proza. Onderzoek en vertoog [2 delen]. Amsterdam: Querido. I.z.g.st., resp. 710 en 697 pp. Gebonden in linnen met stofomslag, 1e druk. Uit de collectie Igor Cornelissen, € 24,50. Interesse? Neem contact met ons op.

Méér nieuwe oude boeken bij Cornelissen & De Jong