in 't Wasdom

Antiquariaat Cornelissen & De Jong
september 25th, 2020 by Jaap de Jong

Lichtbrenger in het jeugdwerk – Frits Huijsman

Frits Huijsman (1892-1954) was geen groot theoreticus of abstract denker, maar een man met een praktische instelling die hielp waar hij kon. Zijn leven was er een in dienst van de zorg voor het kind, schrijft Hagedoorn. In zijn biografie over Huijsman schetst de Zwolse historicus Jaap Hagedoorn – die met regelmaat publiceert over Zwolle en joodse geschiedenis – man en context. Hij neemt de lezer mee naar de omgeving waarbinnen Frits opgroeide – een redelijk gegoed Utrechts milieu – en zijn opleiding volgde: het christelijk gymnasium en de universiteit van Utrecht. In november 1917 voltooide Frits zijn opleiding rechten met een promotie op stellingen waarin hij al volop aandacht geeft aan zijn levensmissie: het jeugdwerk. Interessant  om te lezen over het Utrecht in het fin de siècle, zeker omdat ik er 25 jaar woonde en mijn kinderen de school bezochten, waarvan de begintijd bij Hagedoorn uitgebreid aan de orde komt.

Ook de Zwolse stadsgeschiedenis komt in het boek van Hagedoorn ruim aan bod, met name de Zwolse scouting Huysmangroep III, waarvan Frits Huijsman hopman (ook wel: scoutingleider) was. Hij liet zien dat het niet goed kan gaan in de groep als één van de groepsleden  problemen heeft. Hij greep dan in en ontstak in de scoutingroep het vuur van de vriendschap. Zijn succes als padvindersleider dankte Frits niet in het minst aan zijn liefde voor de natuur (geïnspireerd door o.a. Jan Pieter Heije) en de Nederlandse geschiedenis. Sowieso, een mooie combinatie. Na het lezen van de biografie van Hagedoorn, denk ik niet dat Huijsman zijn leven en werk zag als dat van Sisyphus. Eerder wilde hij het licht brengen. Dat deed hij om daarna, en nu citeer ik de dominee aan zijn graf, “het hoge licht tegemoet” te gaan. Mooi om te lezen hoe Frits tegen de achtergrond van zijn tijd – en in vredes- en in oorlogstijd – vorm en inhoud geeft aan zijn drijfveren en christelijke idealen.

Jaap Hagedoorn (2019). Jeugdwerk is mijn levenskeuze. Het leven van Frits Huijsman (1892-1954). Zwolle: Scouting Huijsmangroep III. Nieuw, 172 pp., foto’s in zwart/w en kleur. Met bibliografie, noten, archivalia. Prijs: 25 euro (incl. verzendkosten). Gesigneerd door de auteur. Mail of bel ons voor de bestelling, zie contactpagina.
september 25th, 2020 by Igor Cornelissen

Zoete broodjes van Meyer Sluyser

De herinneringen van Meyer Sluyser (1901-1973) aan vooroorlogs joods Amsterdam werden destijds als zoete broodjes verkocht. Overal lovende recensies. Een van de weinigen die destijds een zuur woord liet valen was dr. Jaap Meijer die van ‘het versluyseren’ sprak. Jaap Meijer bedoelde ermee dat het joodse Amsterdam te veel werd volgepropt met weliswaar arme, maar toch vooral lieve, solidaire mensen.

Later bleek dat Sluyser er soms historisch naast zat. In een verhaal over de geheim agent Oreste Pinto (1889-1961), als Portugese jood in Amsterdam geboren, laat hij Pinto vertellen hoe hij de ene na de andere Duitse spion bij het verhoren tot een bekentenis wist te dwingen. Dat mag in een aantal gevallen waar zijn geweest, wat Sluyser niet vertelde is dat Pinto zich soms aan oplichting schuldig maakte, na de oorlog liefdesbetrekkingen met gedetineerde, foute dames onderhield en in het algemeen zijn werk voor de diverse geallieerde geheime diensten danig overdreef. Maar dat alles neemt niet weg dat Meyer Sluyser een geweldige verteller was en dat ik bij het lezen van sommige van zijn verhalen de ogen niet droog kan houden.

Sluyser heeft mij, enkele jaren voor zijn dood, nog eens ontboden in zijn huis in Bussum. Of ik zijn biografie wilde schrijven. Dat heb ik niet gedaan. Er was te weinig documentatie over zijn vooroorlogse jaren en ik vermoedde (wist wel zeker) dat Sluyser zich nadrukkelijk met mijn schrijverij zou gaan bemoeien. Twee kapiteins op één schip zijn drie stuurmannen te veel. Maar deze zelfbedachte zegswijze geheel terzijde.

Meyer Sluyser (z.j.). Als de dag van gisteren … [Amsterdam]: Het Parool/De Nieuwe Pers. 252 pp., illustraties  van Wim Bijmoer, goed, hardcover, met originele stofomslag (ietwat rafelig). Uit de collectie Igor Cornelissen, € 13,50 (incl. verzendkosten).

Méér judaica bij Cornelissen & De Jong

september 24th, 2020 by Igor Cornelissen

Het bloed en het zweet van Winston S. Churchill – de redevoeringen

Het kon niet missen. Ook het standbeeld van Churchill in Londen moest besmeurd worden. De man was immers een racist, een vrouwenhater, alcoholist, een antisemiet en een kolonialist.

Ik heb jaren geleden eens vol bewondering voor een standbeeld van hem gestaan aan de rand van Londen. In het kiesdistrict Epping dat hij twintig jaren in het parlement vertegenwoordigde. Een bosrijke omgeving waar nog iets over was van de wouden waaraan Engeland vroeger rijk was. Ik vond zelfs een pub die naar hem was genoemd. Binnen allerhande foto’s van de man die niet voor Hitler boog. Anders gezegd: de aanvoerder die als enige door vocht en stand hield. Amerika en Rusland vochten pas een jaar later mee tegen Hitler.

Hij was inderdaad een kolonialist die er geen vrede mee had dat India zelfstandig werd, hij noemde Ghandi een “half naked fakir”, maar een antisemiet was hij niet. Een vrouwenhater? In ieder geval beminde hij zijn vrouw vurig en zij wist hem, als hij door de nederlagen die de Britten in het begin van de oorlog leden neerslachtig was, moed in te praten. Hij had humor en wist van zich af te bijten. Hij was inderdaad een forse innemer en betrad het Lagerhuis soms niet geheel nuchter. Bessie Braddock, een weinig charmante, uiterst stevig gebouwde vrouw die Liverpool voor de Labour Party vertegenwoordigde, zei hem eens dat hij dronken was waarop Churchill antwoordde: ‘Yes, but I’ll be sober tomorrow.’

Churchill is en blijft als redenaar en schrijver (hij kreeg terecht een Nobelprijs) onovertroffen. Aan zijn speeches besteedde hij veel aandacht. Hij ging er tot diep in de nacht mee door soms tot wanhoop van zijn secretaresses. Terwijl hij zich eens uitkleedde om te gaan slapen, bleef hij door dicteren. De secretaresse moest hem er op wijzen dat hij halfnaakt rondliep. Hij verontschuldigde zich.

In zijn beroemdste redevoering, kort na zijn aantreden op 10 mei 1940 als premier, zegt hij over de radio dat hij zijn volk weinig anders heeft te bieden dan bloed, zweet en tranen. Maar dat ‘wij’ door zullen vechten op de stranden en de velden als het nodig is. Zover kwamen de Duitsers niet. Maar het was wel in het jaar dat groot Brittannië er alleen voor stand. Nederland had na vijf dagen gecapituleerd, België vocht wat langer door en het Franse leger bood evenmin veel tegenstand. Churchills boodschappen aan het volk werden nooit brallerig. Nederlagen en tegenvallers werden niet verzwegen. De redevoering met het bloed, zweet en tranen is op een CD uitgebracht. Ik kan er niet met droge ogen naar luisteren. Zonder Churchill zou ik deze regels niet hebben kunnen schrijven.

De Engelsen konden ondanks hun groot en goed gevoel voor traditie niet verhinderen dat de Churchill pub in Epping tegen de grond is gegaan. Projectontwikkelaars verwoesten overal alles wat van waarde is.


War Speeches by Winston S. Churchill (5 dl., London, Cassel & Company, 1943-1946). Into Battle (11th ed., 1945) – The Unrelenting Struggle (fourth ed., 1946) – The End of the Beginning (second ed., 1943) – Onwards to Victory (second ed., 1945) – The Dawn of Liberation (1th, 1945). Gebonden in blauw linnen (zonder stofomslagen), geïllustreerd (ca. 5 foto’s per deel). Met wat roestvlekjes. Uit de collectie Igor Cornelissen. Het laatste deel bevat het ex libris van de vorige eigenaar: G.J. Jordaan-Ebbinge (1900-1984), gemaakt door Anton Pieck. Zeldzaam: 75 euro (incl. verzendkosten). Neem contact met ons op.

Méér boeken van en over Churchill bij Cornelissen & De Jong.

september 22nd, 2020 by Jaap de Jong

Johan Theunisz en de Oostkolonisatie. Over een boek dat ik niet verkoop.

Het was afgelopen zondag een prachtige septemberdag. Een mooie gelegenheid om naar de IJssel te wandelen en onderweg het voormalige huis van de dichter, historicus en geograaf Johan Theunisz (1900-1979) te bekijken. Theunisz was tussen 1934 en 1941 docent aan het Celeanum en woonde aan de Sophiastraat 35, op loopafstand van het gymnasium en de Willemsvaart, de vaarroute naar de stad. In de wijk staan veel huizen met kenmerken van de Jugenstil, maar niet uitsluitend. Het eclecticisme is dominant in het Zwolle buiten de oude, niet meer bestaande, middeleeuwse stadsmuren: overal wat van, een allegaartje. Staat dat voor de aard van de Zwollenaar? Theunisz was getrouwd met de docente Engels & vertaalster Mildred van Neck (1896-1979). Dochter Patricia (1896-2005), één van de zes kinderen van het echtpaar Teunisz, herinnert zich haar vader – die zij in haar terugblik steevast “Opa” noemt – als de man die altijd gelijk had.

Johan Theunisz rolde bij wijze van spreken vanuit zijn bedstede zo het Celeanum in; het categorale gymnasium aan de Veerallee en kweekvijver van de Zwolse elite. Johan Theunisz was bevriend met Johan Schotman (1892-1976). Schotman, een man met veel talenten, werd in de jaren vijftig directeur van het Provinciaal Overijssels Museum (het latere Stedelijk Museum van Zwolle). Op de verdiensten van Schotman kom ik later nog eens apart terug. Theunisz en vooral Schotman werden in 1931 door Du Perron op de hak genomen, nadat Schotman het waagde om het tijdschrift Forum, de heilige graal van Ter Braak en Du Perron, te bekritiseren.

Johan Theunisz, die in 1941 lid werd van de NSB, kreeg van prof.dr. J. van Dam, secretaris-generaal van het genazificeerde departement van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen, opdracht onderzoek te doen naar de Nederlandse Oostkolonisatie. Dat thema – dat natuurlijk in het geheel geen thema  was – maar wel als zodanig werd “geframed” en ideologisch op fascistische leest geschoeid: de zgn. “Oostkolonisatie” werd verbonden met de geschiedenis van de doopsgezinde emigranten uit de Lage Landen. Mennonieten uit Vlaanderen, na 1580 merendeels naar Nederland gevlucht, emigreerden later weer naar Polen. Eerst naar Dantzig (op oudere begraafplaatsen tref je daar veel Nederlandse namen aan) en in de 18e eeuw naar Rusland. Voertaal was het Plautdietsch, een reden waarom de mennonieten ook wel verward werden met de Volksduiters met alle problemen van dien (uitsluiting, discriminatie). Vanuit Siberië vertrokken de mennonieten in de 20e eeuw (in de jaren twintig en na 1945) naar Noord-Amerika, Canada en Mexico. Daar voegden zij zich bij verschillende groepen onder de Amish (behorend tot de familie der mennonieten, maar oorspronkelijk afkomstig uit Zwitserland) of vormden hun eigen facties.

Theunisz kreeg bij zijn onderzoek naar bronnen m.b.t. de zgn. Oostkolonisatie hulp van de doopsgezinde predikant J.S. Postma (1910-1995), die een bibliografie samenstelde (zie foto). Die bibliografie behoort tot mijn Mennoniticaverzameling, een collectie die ik niet verkoop. De bibliografie van Postma werd in 1941 door Johan Theunisz uitgegeven bij de nationaal-socialistische uitgeverij Hamer, opgericht door door de beruchte Henk Feldmeijer (1910-1945) die organisatorisch beter onderlegd was. Theunisz bezocht voor zijn eigen onderzoek, in SS-uniform en gewapend met revolver, buitenlandse archieven tot in Wenen toe. In 1943 gaf Theunisz bij uitgeverij Hamer een vervolg uit van het onderzoek naar de Oostkolonisatie: De Nederlandse Oost-kolonisatie. Meer in het bizonder die in Brandenburg in de 17e eeuw tijdens de regering van den Groten Keurvorst. Het is buitengewoon interessant materiaal, bijvangst van een onderzoek dat ik ooit begon, maar dat nu al jaren stilligt.

Johan Postma kwam net als Johan Theunisz in fascistisch vaarwater terecht. Hij vluchtte na de oorlog met zijn zwager Jacob Luijtjens (1919-) naar Paraguay en kwam later terug. Zijn zwager werd uiteindelijk in Nederland berecht. Na zijn vrijlating woont Luijtjens tot op de dag van vandaag in Friesland. Johan Theunisz en zijn echtgenote kwamen in 1979 om bij een brand in hun woning in Valencia. Er zijn er die stellen dat de brand door menselijk toedoen is ontstaan.

Onze wandeling, die langs het ooit door Johan Theunisz bewoonde huis ging, was nog maar net begonnen. Langs de Veerallee en de oude Veerweg lopen we naar de IJssel. De zon schijnt prachtig en gaat volop los op de oude sluizen bij Het Katerveer. Even waan ik mij als Nescio’s Bavink uit Titaantjes en hunker ik naar het allerhoogste: “Naar de zon loopen wilde-i over de lange, lange schitterende streep.” Even maar, want van alle titaantjes viel Bavink het diepste en dat wil ik dan weer niet. Enfin, buitengewoon jammer dat Zwolle niet meer via de Willemsvaart te bevaren is. Het zou een mooi project zijn om die oude vaarweg – al een wens in de Middeleeuwen (maar verhinderd door Kampen en Deventer), toch uitgevoerd in het begin van de 19e eeuw – opnieuw begaanbaar te maken: weg met de betonnen gruwel der parkeerhavens bij de Willemskade, het grauwe blik van het gemotoriseerd verkeer en ruim baan voor het water & het groen tussen IJssel en gracht rond de oude stad: een alternatief Engelenpad ernaast, maar dan beter. Dit alles terzijde natuurlijk.

Nijkeuter, H. (2001). De "pen gewijd aan Drenthe's dierbren grond". Literaire bedrijvigheid in de Olde Lantschap, 1816-1956 (dissertatie RUG). Groningen: RUG.

Perron, E. du (1932). Panopticum. Aandacht voor Schotman! Forum, jrg. 1, 267-270.

Postma, J.S. (1941). Bibliographie van Mennonitica. In verband met de Nederlandse Oostkolonisatie uitgegeven door dr. Johan Theunisz. Den Haag: Hamer.

Theunisz, P. (z.j.). Hoe het was aan de andere kant. Een 'oorlogsverslag' van Patricia Teunisz. Zwolle: St. Werkgroep Herkenning.
september 9th, 2020 by Igor Cornelissen

Willem Kloeke en de Zwolsche sketsies: “chien Ollans, maer Zwols”

In Zwolle wordt nog steeds het plaatselijke dialect gesproken, al hoor ik het minder vaak. Niet vreemd, omdat zoveel inwoners van elders komen. Er is zelfs een jaarlijks dicteewedstrijd waarbij je winnaar kunt worden.

Willem Kloeke (1852-1934) kende het dialect heel goed. Hij was opgegroeid in de Zwolse binnenstad, werd onderwijzer en verhuisde naar Haarlem. Daar schreef hij zijn aardige Zwolsche sketsies die speelden in het midden van de 19e eeuw onder het gewone volk. In zijn vrije tijd was Kloeke kaartenmaker. Hij was een erudiet onderwijzer, waar er in zijn tijd meer van waren. Ik weet wel zeker dat hij het eens zou zijn met de bewering dat kennis een vorm van liefde is: om te bekennen moet je iets kennen.

Het Zwols is niet zo moeilijk, maar voor enkele woorden (boezekerel=boeman) geeft hij in voetnoten (dus onderaan de bladzijde) een verklaring. Ik spreek en versta Zwols, maar het eerste doe ik met tegenzin. Ik vind het een lelijk dialect en als ik daar voor uit kom, zijn boze blikken mijn deel. Twents vind ik bijvoorbeeld lieflijker klinken, zachter, melodieuzer. Maar na lezing van Kloeke’s boek uit 1931 dacht ik daar toch wat genuanceerder over. Het Zwolse kan zeer direct zijn. Gasterig=vuil. In Zwolle wordt iemand nog wel voor “voele gasterd” uitgemaakt. Dan ben je een smeerlap. Ik heb altijd gedacht dat het woord gasterd van het Hebreeuwse chazzer afstamt wat onrein betekent. Zoals bijvoorbeeld een varken. Maar bewijs voor die afleiding heb ik tot op heden niet gevonden. 

Kloeke geeft aardige details. We komen bij hem aan de weet dat als minister Thorbecke voor zaken weer  eens in zijn geboorteplaats moest zijn waar hij dan logeerde. Er waren in zijn tijd veel logementen en herbergen in Zwolle, een tijd waarin spoorwegen en auto’s ontbraken. 

In de Zwolsche Courant van 9 april. 1925 staat een mooi citaat van Kloeke. Hij spreekt met warmte over de schoonheid van de taal waarmee hij opgroeide, “chien Ollans, maer Zwols”. Taal en dingelijkheid vloeien in elkaar over, zou mijn kompaan zeggen.

De tael, die ‘k ‘t eerste eb eleerd was chien Ollans, maer Zwols, de tael van miej moeder, van miej vaeder en van zoo wat alle mensen, die ‘k in de eerste joeuren van miej léven te zien en te euren krege. Is ‘t dan wonder da-‘k die tael graeg in eere olle? ‘k Wonne now al meer dan fieftig joeur in ‘n eel andere oek van ‘t land, maer ‘t Zwols bin ‘k toch nog lange niet vergeten en doeur bin ‘k bliej umme, want ‘t is toch zo’n ekfetieve mooie tael; ‘t ef zokke mooie, zachte klanken; jö, ‘t is miej vaeke of’t selde vertelseltien in ‘t Zwols mooier is as in ‘t Ollans

De zoon van Willem Kloeke, Gesinus Kloeke (1887-1963), viel net als de appel niet ver van de boom. Hij werd taalwetenschapper (taalgeograaf en historisch taalkundige) en hoogleraar in Leiden. Dit terzijde uiteraard.

Kloeke, W. (1931). Zwolsche sketsies. Zutphen: W.J. Thieme & Cie. 1e druk, XII, 148 pp. Omslag en rug kwetsbaar (licht beschadigd). Binnenwerk goed, geïllustreerd (Sassenpoort, Lemelerberg etc.). Meerdere opstellen (in het Zwols dialect) over schooltijd, kosthuis, scheldnamen, reizen etc.). Collectie Igor Cornelissen. € 16,50 (incl. verzending). Bel of mail ons.
september 8th, 2020 by Igor Cornelissen

De annexatie van de geschiedenis en de vrouw met de schaar in haar hand

De staking in Amsterdam en omstreken uit 1941 was, zeggen sommige geschiedschrijvers, de eerste en enige staking door niet joden tegen de vervolging van hun stad- of anders gezegd klasse genoten. Ieder jaar werd de staking herdacht. Maar door wie en hoe?

De communisten eisten de staking voor zich op. Het proletariaat had zich geweerd. Het was een sein geweest voor het nationale verzet. De gemeente Amsterdam wilde het graag algemeen houden. De communisten, jarenlang een grote factor in de gemeenteraad (met wethouders), eisten niet het alleenvertoningsrecht op, maar wel de erkenning dat hun staking was geweest.

Annet Mooij schrijft over de onsmakelijke kanten van de intriges rondom de herdenking. Een foto waarop Paul de Groot en Gerben Wagenaar samen een krans leggen is veelbetekenend. Verzetsstrijder Wagenaar werd oppositioneel binnen de CPN, geroyeerd en vervolgens weggezet als klassevijand en handlanger van de Engelse geheime dienst. Hoe moest dat nu verder? Konden ze daarna nog een krans leggen? In ieder geval niet samen. Het Amsterdamse gemeentebestuur moest daar doorheen zeilen. Of er omheen. En dan waren er nog de joden. De CPN legde het accent op de antifascistische strijd. Dat het een protest was tegen de anti-joodse maatregelen kwam op de achtergrond.

Annet Mooij beschrijft hoe iets heldhaftigs en inderdaad unieks, bij herdenkingen iets naargeestigs kreeg. Zelfs onsmakelijk. Niet in de laatste plaats doordat allerhande linksradicale groepen de herdenking wilden annexeren. Er kon, vonden ze, ook geprotesteerd worden tegen Biafra en tegen de bezettingspolitiek van Israël.

Niet voor het eerst had Henriëtte Boas (1911-2001) een afwijkende mening. Zij las de krant met de schaar in de hand en had misschien wel de potentie de Geschiedenis zelf te corrigeren. Zij was beroemd in krantenlezend Nederland, en niet alleen vanwege haar ingezonden stukken. Volgens haar was de staking een eenmalige gebeurtenis en er was geen enkel joods leven door gered. Men kon volgens haar maar beter stoppen met de herdenking. Zo barmhartig, heldhaftig en vastberaden was de houding van de Amsterdammers tijdens de rest van de bezetting nu ook weer niet geweest.

Geen vrolijke, wel nuttige lectuur. Niet alleen voor mensen die, zoals ik, wel eens meeliepen in de herdenkingsoptocht.

Méér geschiedenis bij Cornelissen & De Jong.

september 7th, 2020 by Igor Cornelissen

De straathonden in de Zwolse dichterswijk: Winnie, Ike en Stalin

Hitler en Stalin. Twee massamoordenaars. Toch lees ik de redevoeringen van de tweede nog met een zekere aangename opwinding. Ik zie mijn vader nog de vlaggetjes prikken op de kaart van Europa. Het Rode Leger rukte op naar Berlijn en dat betekende dat onze bevrijding ook dichterbij kwam. We hielden onze adem in op de Zwolse Vondelkade.

De eerste dagen na Hitlers aanval op de Sovjet Unie was Stalin van slag. Hij was, populair gezegd, de kluts kwijt, hoewel zijn spionnen hem hadden gewaarschuwd. Hij geloofde en vertrouwde ze niet. De eerste radiorede na de inval werd gehouden door Molotov, de minister van Buitenlandse Zaken die het niet-aanvalsverdrag met Ribbentrop in 1939 had ondertekend. Toen Stalin op 3 juli 1941, tien dagen na de inval van Duitsland, op de radio te horen was richtte hij zich tot: Kameraden! Burgers! Broeders en zusters! Strijders van ons leger en vloot!

Hij verheelde niet dat de toestand ernstig was. De Wehrmacht sneed als een mes door de boter. Hitler was een bloeddorstige agressor. De hele wereld kan dat nu zien. Na Stalingrad en andere overwinningen kon Stalin zich wat optimistischer tonen.

Wie nu Redevoeringen en legerorders, 1941-1945 leest (Pegasus, Amsterdam, 1946), begrijpt beter waarom 11 procent van de Nederlanders in 1946 op de communisten stemde. In Amsterdam was de CPN zelfs de grootste partij. De overwinningen van de Russen hadden overal diepe indruk gemaakt. In het boek is een krantenknipsel geplakt met een merkwaardige inhoud. Het stamt uit de laatste dagen van Stalins ziekte, pal voor zijn dood op 5 maart 1953. Volgens het bericht zouden de kerkleiders van alle geloven voor zijn zieleheil bidden. Ook de opperrabbijn van Moskou riep zijn volgelingen op om te bidden voor het herstel van de zieke Stalin. Die stierf evenwel toch, zodat zijn plannen om de joden massaal te vervolgen geen doorgang vonden.

Nog even terug naar de bevrijdingsdagen van mei 1945 aan de Zwolse Vondelkade. Er liepen ineens veel honden in de buurt rond die de naam Winnie (ter ere van Churchill) of Ike (Eisenhower) werden genoemd. Ik noemde mijn hondje Stalin en beval hem bij het uitlaten op de stoep te blijven en bij thuiskomst in zijn mand te gaan liggen. Ik had toen niet eens Stalins redevoeringen en legerorders gelezen. Dat laatste geheel terzijde.

Meer nieuwe oude boeken en meer Stalin.

september 6th, 2020 by Igor Cornelissen

Over Theodor Herzl en het ex libris van Verdenius-Bense uit Noordwolde

Er bestaat veel literatuur over de journalist Theodor Herzl (1860-1904) die vanwege het proces en de gevangenschap van de Frans joodse kapitein Alfred Dreyfus zionist werd. Met andere woorden: de joden konden assimileren wat ze wilden, ze zouden toch nooit door ‘de anderen’ worden aanvaard. Een eigen staat was de oplossing. Herzl bekeek vele plannen, o.a. een in Oost Afrika. Palestina leek hem de beste plek. En zo gebeurde het.

Theodor Herzl werd eerder begraven. In 1903 stierf hij door een hartziekte, maar op 17 augustus 1949 werd hij in Israël herbegraven. In het boekje staat een foto van die gebeurtenis met, als tweede van links, Ben Goerion Israëls eerste premier.

Wat mij echter het meeste bezig hield was het ex libris van Verdenius-Bense dat voorin het boekje is geplakt. Zoekwerk op internet bracht me nader bij Maria Verdenius-Bense (1903-1990), weduwe van Thomas H. Verdenius (1901-1945), huisarts in Noordwolde. De hervormde dokter Verdenius was de spil van het verzet in zijn woonplaats. Hij zorgde voor onderduikadressen en kende veel andere illegalen. Op 29 december 1944 werd hij, na verraad, gearresteerd en gruwelijk gemarteld. Hij gaf geen namen prijs. Toen een tweede verhoor dreigde brak hij zijn bril en sneed met het glas een slagader door. Hij wilde voorkomen dat hij bij marteling namen prijs zou geven.

In Noordwolde wordt de naam van dokter Thomas Verdenius in ere gehouden: er werd een straat naar hem vernoemd en er vindt ieder jaar een Verdenius wandeling plaats met het doel oorlog, bezetting en verzet te herdenken. Zijn vrouw Maria Bense, maatschappelijk werkster, werd na zijn dood een vriendin van de staat Israël. Dat was toen normaler dan nu. Zij was van 1946-1958 het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid in Steenwijk. Zij zette zich in voor de gezondheidszorg, kinderbescherming en jeugdhulpverlening.

Zo brengt Herzl ons in Noordwolde. Boeken hebben een geschiedenis. Een ex libris maakt dat duidelijk.

Meer biografieën bij Cornelissen & De Jong

september 4th, 2020 by Igor Cornelissen

Alles komt samen bij het vertalen: onkunde, fatsoen en (zelf)censuur

De bundel De lage landen en de Sovjetunie heeft een gevarieerde inhoud. Architectuur, schrijvers, politiek. Heel leerzaam en boeiend vond ik de studie van Jos van Damme, ooit lector aan de universiteit van Gent. Een slavist met brede belangstelling. Hoe vertaalde men Vlaamse schrijvers in het Russisch? Alles komt bij het vertalen samen: onkunde (door gebrek aan goede woordenboeken), politieke (zelf) censuur en fatsoensnormen. Van Vestdijk wordt de zin ‘Hij was 76 en een jood.’ vertaald in ‘Hij was 76 en bankier.’ Van een andere schrijver wordt een klap ‘die aardig aankomt’ in de vertaling ‘een klap die prettig aandoet.’ Van Willem Elsschots proza werd helemaal gehakt gemaakt.

Interessant vond ik de beschrijving van de Nederlandse architecten die naar het beloofde Land trokken om daar te gaan bouwen. Mart Stam zou een openluchttheater bouwen ergens in de Oeral. Het is nooit bekend geworden waar dat was en evenmin of het ooit van de grond kwam. Het meeste bleef bij luchtkastelen.

Waarin een groot land klein, dom en misdadig kon zijn. En, helaas, bleef.

Gesigneerd door een van de schrijvers met opdracht voor Igor Cornelissen met een herinnering aan een stormachtige ontmoeting waarvan ik mij niets herinner. Was het in een cafe?

Meer nieuwe oude boeken

september 3rd, 2020 by Igor Cornelissen

Foute mensen en goede boeken & films

De filmregisseur Fritz Lang (1890-1976) is dankzij de televisie, die af en toe een klassieker van hem vertoont, nog niet vergeten. Bijvoorbeeld de film M. (1931) die gaat over de stad die een moordenaar zoekt. In de intensiteit van die zoektocht wordt de gehele onderwereld platgelegd. Of zijn films over de tijger in India of over een enge vorst die een mooi blank meisje verovert en haar tegen haar wil wil houden.

Fritz Lang begon in de jaren twintig te filmen, de beginjaren van de Weimarrepubliek waarmee het zo slecht afliep door de massa die Hitler achter zich aan kreeg. Die dreiging is volgens de kenners in de eerste films van Lang herkenbaar. Met dr. Mabuse de misdadiger die de speelzalen onveilig maakt had Lang stof voor enkele films. Het verhaal werd geschreven door de Luxemburger Norbert Jacques, zelf ook al weer een geheimzinnig mens, die een dubbelleven leidde als kleine boer/visser en journalist in Hamburg.

Als ik het me goed herinner was die Norbert Jacques een beetje fout tijdens WO II, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de roman Dr. Mabuse, de speler. Volgens de flaptekst overigens een vroege waarschuwing tegen het fascisme.


Méér nieuwe oude boeken in ‘t Wasdom, ook de dissertatie Der Fall Norbert Jacques. Über Rang und Niedergang eines Erzählers (1880-1954). Zeldzaam. In combinatie met de roman Dr Mabuse de speler € 45,00. Bel of mail ons.

september 2nd, 2020 by Igor Cornelissen

Een psychoanalyticus over het antisemitisme

Liefst zou ik er zelf een boek over schrijven. Maar zoveel anderen hebben het al gedaan. Dit is een psychoanalytische studie, wat het volgens geleerde mensen extra waarde geeft. Of de waardering in Nederland voor de psychoanalyse nog steeds zo groot is als in de jaren zestig betwijfel ik, maar laat ik dat voor mij houden. Rus van geboorte, studeerde Rudolf Loewenstein in Zürich, Berlijn en Parijs om in New York te eindigen als voorzitter van het Internationale Psychoanalytische Genootschap. De titel van het eerste hoofdstuk is direct helder en duidelijk: Antisemitisme en geestesziekte.

Is het antisemitisme, of eenvoudiger gezegd de jodenhaat, van blijvende aard? Er staat tegen het einde van zijn boek een eenvoudige zin die eigenlijk het antwoord geeft: ‘Het spreekt vanzelf dat een kind dat geïndoctrineerd wordt met de opvatting dat de dood van Christus op de joden van nu moet worden gewroken, antisemitische trekken gaat vertonen.’

Hoe lang is het geleden dat in christelijke kerken deze opvatting uitgedragen werd? Als u het niet weet, kunnen uw buren wellicht uitkomst bieden. En nu die kerken dat niet meer verkondigen zijn er andere leerhuizen waar tegen de joden wordt gefulmineerd. Daar hebben ze de dood van Jezus niet eens bij nodig.

Het boek bevat een uitgebreide bibliografie. In een voetnoot schrijft Loewenstein over de positieve houding van de meerderheid der Fransen tijdens de bezetting tegenover de joden. Daar zet ik een groot vraagteken bij.

Meer nieuwe oude boeken bij ‘t Wasdom van Cornelissen & De Jong

september 2nd, 2020 by Jaap de Jong

Tussenmens-zijn. Over Shtisel, Chaim Potok en de mens op het vlot

De prachtige Netflixserie Shtisel thematiseert de positie van de tussenmens, een wezen dat zich beweegt tussen twee extremen. Een relatief beschermd bestaan binnen de schil van de traditie waarin je de eigen marge dan wel comfortzone kiest of verzuipt in een oceaan van duizend en één mogelijkheden. Het vernieuwen van de traditie is weinigen gegeven en eiland-zijn bij stijgend water valt niet mee. Misschien kun je een schiereiland zijn, zoals Jozef Waanders betoogt in een interessant essay (op longlist Joost Zwagerman Essayprijs).

Schiereiland-zijn of tussenmens. Dat is het thema waarin de schrijver, schilder, filosoof en rabbijn zonder gemeente Chaim Potok (1929-2002) excelleert, met name in zijn vroege werk (o.a. Uitverkoren, Mijn naam is Asher Lev). In Shtisel speelt Akiva de rol van de jonge talentvolle schilder die worstelt met zijn gaven en positie. De schilder Akiva is typisch de tussenmens die de trekken vertoont van Asher in Mijn naam is Asher Lev. Een grappig detail is dat Chaim Potok zijn derde kind Akiva noemde.

Chaim Potok – die eigenlijk Herman Harold Potok heet – besloot rond 1943, na het lezen van Brideshead Revisited. The Sacred and Profane Memories of Captain Charles Ryder, schrijver te worden. Dat is tenminste wat hij vertelt aan de interviewster Connie Martinson (Martinson, 1991). Maar eerst studeerde hij filosofie om in 1965 te promoveren op een dissertatie over het rationalisme en scepticisme bij Salomon Maimon (1753-1800). Het was geen willekeurig onderwerp dat Potok koos. Ook Maimon was een tussenmens. In een interessant opstel concludeert Gideon Freudenthal dat een echte ontmoeting met Maimon productieve onzekerheid veroorzaakt. Ik citeer: “Moreover, the encouter with his philosophy – speculative and yet skeptic, sensitive to tradition and yet inter-culturally oriented, a philosophy which suffers strong tensions and paradoxes without enforcing their reconcilation may prove as thought-provocking as ever.” (Freudenthal, 2003, p. 17).

Ik herinner mij de opwinding toen ik in de jaren tachtig en negentig de boeken van Potok las. Het was de literaire evenknie van de sociologische analyses van C.S.L. Janse (Bewaar het pand. De spanning tussen assimilatie en persistentie bij de emancipatie van de bevindelijk gereformeerden) en Jan Zwemer. Goed geschreven en spannend. Existentieel zelfs, vooral de dialogen, zoals tussen Asher en leermeester Jacob Kahn: “Begin je te begrijpen wat je jezelf gaat aandoen? Je begrijpt nu wat Picasso deed, ja? Zelfs Picasso, de heiden, moest dit doen. Af en toe is er geen andere mogelijkheid. Begrijp je me, Asjer Lev? Dit is geen speelgoed. Dit is geen kindergekrabbel op een muur. Dit is een traditie; het is zelfs een religie, Asjer Lev (…) Alleen hij die zich een traditie meester heeft gemaakt, heeft het recht om iets aan die traditie toe te voegen of om ertegen in opstand te komen. Begrijp je me, Asjer Lev?”.

Het cijfer zeven opent met een autobiografisch essay waarin Potok de metafoor van het vlot gebruikt waarmee hij de positie van de Zwischenmensch schildert: “Een Zwischenmensch te zijn betekent je tegelijkertijd overal en nergens thuis te voelen, met argwaan bekeken te worden door degenen op de oevers, wanneer je op je vlot voorbij drijft. Mijn Missisppi heeft geen monding, geen delta. Hij stroomt steeds maar verder. Wij zijn het meest menselijk wanneer we op creatieve wijze communiceren via de Hannibals die we voor onszelf maken.”

Ik ontmoette Chaim Potok op 12 november 1992 in het toenmalige boekenpaleis Broese Kemink in Utrecht waar hij mijn exemplaar van De troop-leraar signeerde. We wisselden wat woorden. Ik stotterde vooral bewondering uit. Hij keek mij wat peinzend aan en schreef na onze korte kennismaking “Best wishes, Chaim Potok.”

Gebruikte bronnen - Voor een meer volledige en klikbare lijst met geraadpleegde bronnen en databanken, zie de literatuurlijst, gemaakt met het programma BOLAS, ook een product uit 't Wasdom ;-)

Freudenthal, G. (2003). A Philosopher between Two Cultures. In G. Freudenthal (red.), Salomon Maimon: Rational Dogmatist, Empirical Skeptic (pp. 1-17). Dordrecht: Kluwer.

Martinson, C. (1991, mei). Connie Martinson Talks Books, Interview met Chaim Potok. Geraadpleegd van https://ccdl.libraries.claremont.edu/digital/collection/cmt/id/828

Potok, Chaim (1992). Mijn naam is Asher Lev. 's-Gravenhage: BZZTôH

Potok, H.H. (1965). The rationalism and skepticism of Solomon Maimon (phd thesis Graduate School of Arts and Sciences). Philadelphia: University of Pennsylvania.

University of Pennsylvania (2011). Chaim Potok papers - Ms. Coll. 730. Geraadpleegd van http://dla.library.upenn.edu/dla/ead/detail.html?id=EAD_upenn_rbml_MsColl730

Waanders, J. (2020). De mogelijkheid van een schiereiland. Geraadpleegd van https://www.nederlandseboekengids.com/20200831-jozef-waanders/

Meer nieuwe oude boeken, w.o. het werk van Chaim Potok

augustus 31st, 2020 by Igor Cornelissen

Arthur Taylor – Notes and Tones in Zwolle

Ik was amper twee jaar terug in Zwolle toen de drummer Art Taylor (1929-1995) daar kwam spelen. Hij had met alle groten gespeeld (Dizzy Gillespie, Charlie Parker, Mingus, Bud Powell). Hij woonde en werkte al enkele jaren in Europa. In zijn thuisland was geen droog brood te verdienen. Hier was het beter, maar ook geen kaviaar en tarbot. Ik kon dat zien omdat naast zijn drumstel een stapeltje boeken lag. Het door hem zelf geschreven Notes and Tones; interviews met collega’s uit de jazz. Ik kocht een exemplaar en hij zette er wat aardigs in.

Het zijn openhartige vraaggesprekken waarin de musici dat zeggen wat Taylor graag wil horen. Vaak nogal blank of wit, zoals ze vandaag zeggen. Het verhaal had ik vaker gehoord. De blanken hadden hun muziek gestolen, en witte recensenten, impresario’s en anderen verdienden dik aan hun muziek. Er valt meer over te zeggen. Bij voorbeeld over de impresario Norman Granz (blank en joods) die de mensen die hij inhuurde voor Jazz at the Philharmonic allemaal evenveel en goed betaalde. en wars van van segregatie, ja daar lijfelijk tegen optrad.

Maar ik kwam niet om met Arthur Taylor te debatteren. Ik had zijn boek nog niet gelezen. Ik kwam om te luisteren naar fijne muziek. Dat was in de Librije. Toen een galerie voor (beeldende) kunst (jazz viel daar blijkbaar ook onder), lang daarvoor een synagoge en nog weer veel later het restaurant van Jonnie Boer.

Wat Taylor die avond verdiende, weet ik niet. Honderd gulden? Dan zal de jazz stichting die hem hierheen haalde wel een subsidie gekregen hebben van de gemeente Zwolle, want meer dan zestig man kon er niet in het zaaltje. Met wie hij toen speelde, weet ik niet meer. Het valt op te zoeken op Delpher kranten. De datum was, volgens de signatuur van Taylor, 13 januari 1978. Twee jaar later ging Taylor terug naar Amerika. Europa was het blijkbaar ook niet helemaal.

Arthur Taylor (1977). Notes and Tones. Musician to Musician Interviews. Liege, Belgium: eigen beheer. 1e druk, 301 pp., excl. register. Interviews met o.a. Miles Davis, Hampton Hawes, Nina Simone, Randy Weston en 23 anderen. Met opdracht en signatuur, met krantenknipsel, (necrologie De Volkrant, 8 febr. 1995). Jazzcollectie Igor Cornelissen. € 47,50. Zeldzaam.

Meer muziekgeschiedenis en andere nieuwe oude boeken

augustus 25th, 2020 by Igor Cornelissen

To van Hille-Gaerthé en de Zwolse buxushaagjes

Veel schrijvers heeft Zwolle misschien niet opgeleverd. A. den Doolaard (1901-1994) woonde er maar even of beter: hij werd geboren in een huis aan de Rhijnvis Feithlaan als Cornelis Johannes George Spoelstra, maar woonde in Heino waar zijn vader predikant was. E.J. Potgieter (1808-1875), landelijk bekend als oprichter van De Gids, woonde er ook maar kort en het duurt wellicht nog jaren voordat er een straat of plein naar de geheel volbloed Zwollenaar Meindert Boss (1898-1937) (schrijversnaam J.K. van Eerbeek) wordt vernoemd. Een Zwollenaar die een leven lang in de Thomas à Kempisstraat 69 woonde, vlakbij de slager Walter Stern (nr. 93) die in de jaren dertig vanuit Duitsland naar Nederland vluchtte, maar dat is een ander verhaal.

De schrijfster To van Hille-Gaerthé (1881-1958) heeft wel een straat in de schrijverswijk van Zwolle (ten noorden van Wipstrik. Ze werd geboren in 1881 en schrijft heel liefelijk over haar jeugdjaren in een bevoorrecht milieu. Haar vader was huisarts en To zou trouwen met een leraar die conrector werd aan het gymnasium (Celeanum). De Zwolsche Courant nam haar stukjes met herinneringen over Zwolle graag op en ze werden verzameld en herdrukt. In haar korte verhalen, zoals in Tuintjes, is zij op haar best. Het boek werd meerder malen herdrukt bij Nijgh & Van Ditmar.

In Tuintjes – een bundel met drie verhalen – deze mooie zin over iemand die een huis met een hofje erft dat precies zo moest blijven als het was. Er stond een kruisbessen boompje met hoge blauwe riddersporen langs de kant. ‘En rondom de stamroos, pal in ‘t midden was een perkje viooltjes, omgeven door een rand van frisch-glanzende buks, als een ondoordringbaar, groen muurtje.’

Zwolle mag dan intussen onherkenbaar veranderd zijn, de buxushaagjes rukken steeds meer op. Is dat vooruitgang?

Méér nieuwe oude boeken

augustus 19th, 2020 by Jaap de Jong

Steden van Pandora. Drie vertellingen – Paul Gellings

In de serie signalementen & Zwolse schrijvers aandacht voor Paul Gellings die een nieuwe bundel publiceerde bij uitgeverij Passage (Groningen, 2020): Steden van Pandora. Drie vertellingen. Twee verhalen zijn eerder gepubliceerd, maar nu samen met een derde vertelling opgenomen in een drieluik.

Paul Gellings – oud-docent aan de Thorbecke Scholengemeenschap, dichter, schrijver en vertaler – is in Zwolle geen onbekende. In de jaren tachtig en negentig bezocht hij het Zwolse literair café In de Sinnepoppen, een zeer geheim en samenzwerend genootschap van Zwolse schrijvers & vereerders van Dionysius, maar over dat laatste weet niemand het fijne. Bijna niemand en het ook is goed dat dit deksel van Pandora dicht blijft, opdat ons hoop en nieuwsgierigheid restere. Het literair café ging ter ziele, maar verdient – natuurlijk in alle beslotenheid – opnieuw te worden opgericht. Dit terzijde.

De opgenomen verhalen van Gellings spelen in een Groningse stadswijk en twee steden: Beijum, Manchester en Enschede, het Enschede waar de vuurwerkramp op 13 mei 2000 een enorm stuk braakliggend land braakte: “een vlakte in de stad waar een wonderlijke stilte hangt, iets wat zijn adem inhoudt, al waait het er, maar de wind maakt het nog stiller.” schrijft Paul Gellings. Inderdaad, goede luisteraars horen het ruisen van een zachte stilte en scherpe kijkers zien meer dan braakliggend braakland.

Naar aanleiding van: Paul Gellings (2020). Steden van Pandora. Drie vertellingen. Groningen: Passage. Nieuw. Gesigneerd door de auteur, 192 pp. € 17.90 (excl. verzendkosten). Bel of mail ons.

 

augustus 18th, 2020 by Jaap de Jong

De omgevallen boekenkast

Toen de boekenkast van Hans van Straten (1923-2004) op een koude, maar gelukkige nacht omver werd geworpen, dwarrelden er honderden vellen met aantekeningen in zijn kamer rond. Het waren papiertjes met grappen, herinneringen, dagboekfragmenten en aforismen. Dit alles was voor hem aanleiding tot De omgevallen boekenkast (Amsterdam, 1987), dat in de Privé-domeinreeks verscheen.

Het is een amusante collectie, maar tegelijk ook een portret van de lezer, verzamelaar en boekenliefhebber Van Straten. Die gebeurtenis en de daaropvolgende actie van Hans van Straten bracht mij een half jaar geleden op het idee dat ik nu uitvoer: ik breng mijn ganse boekenbezit in kaart. Ieder boek dat ik bezit of aanschaf wordt betast, bevoeld en op waarde geschat. Al mijn bedrukt papier in een database.

Afscheid nemen van een boek is minder erg als er ergens in het digitale heelal een volstrekt unieke collectie bewaard blijft, een verzameling waar mijn naam op past. Die Platoonse kijk op de boekverzameling vergemakkelijkt de verkoop: het concreet aangeboden exemplaar is slechts een grotexemplaar. Het nadeel is dat ik nog gemakkelijker boeken koop dan ik al deed. Het blijft aanmodderen in dit ondermaanse.

Mocht ook u een interessante collectie in kaart willen brengen en/of verkopen. Wij doen dat graag in overleg met u. En leveren er bovendien een geschreven biografisch portret bij: van u of de erflater & boekenliefhebber. Dat deden wij eerder (zie interviews). Vragen? Neem contact met ons op.

augustus 12th, 2020 by Jaap de Jong

Igor Cornelissen signeert a.s. vrijdagmiddag in ‘t Wasdom: online

Zojuist kwam de boeklading binnen. Een volle doos met de memoires van Igor Cornelissen. Afgelopen mei 85 jaar geworden, maar nog niet lang niet moe: Mijn opa rookte ook een pijp. Joodse wortels en ander (on)gemak is de titel. Opgelucht, want natuurlijk is het spannend of de boeken op tijd zouden arriveren.

Het is een mooi boek geworden met grootse verhalen: over het onderzoek van Igor Cornelissen naar het doen en laten van de arts-psychiater Hans Grelinger die sympathiseerde met het communisme, over de ontmoeting met ds. C. Hogchem, de predikant van de Genemuidense gereformeerde gemeente – Igor mag inmiddels Cees zeggen – maar ook over de bezoeken van rabbijn Samuel Spiero, die in het hele land langs afgedwaalde joden gaat. En natuurlijk over de tentoonstelling over het werk van de kunstcritica Mathilde Visser die de Fundatie & Ralph Keuning nog in portefeuille heeft. Het houdt niet op.

A.s. vrijdag, 14 augustus, is er van 15.00-16.00 een online signeersessie in ’t Wasdom, het antiquariaat van Cornelissen & De Jong. Het boek wordt a.s. vrijdagmiddag door Igor Cornelissen genummerd en gesigneerd en gaat diezelfde dag op de post. Vergeet niet om eerst het boek bij ons te bestellen (€ 24,50, gratis verzending).

Igor Cornelissen vertelt tijdens de digitale bijeenkomst kort iets over zijn nieuwste boek en er is gelegenheid tot het stellen van vragen. We maken contact via het programma Zoom. Heeft u géén Zoom op uw computer? Klik dan vrijdag op deze link en vul daarna de meeting ID en de passcode in (zie hieronder).

Online signeersessie in ’t Wasdom op vrijdagmiddag (14 augustus, 15.00-16.00, via Zoom): Meeting ID: 772 6932 6979 / Passcode: rF3Sw6

Is dit alles omslachtig? Bestel dan het boek en mail ons met verzoek tot signeren + evt. opdracht. Mail: wasdom@cornelissenendejong.nl

Het is zoals de oudvader Reve zei. Uiteindelijk komt alles goed en als het nog niet goed is dan is het einde er nog niet. Ik wens u veel moois vandaag en een goede lunch. Als het kan met een lekkere kop kippensoep en als het mag met spekjes erbij. Tot vrijdagmiddag!

augustus 12th, 2020 by Igor Cornelissen

Opkrabbelen

Hij had zijn magnum opus voltooid. Al die dikke delen stonden in  heel veel huizen op de boekenplank. Hij wilde Nederland leren herdenken en beschrijven wat er in die vijf jaren was gebeurd. Hij was in mei 1940 op tijd naar Engeland gevlucht. Zijn tweelingbroer, zusje en ouders waren vermoord. Hij was nu 75 en had een schitterende loopbaan achter de rug. Veel succes. Hij had vier operaties, o.a. hart en prostaat, achter de rug. Glorieuze terugkomt.  Er was nog werk genoeg. De bezetting zou opnieuw worden uitgezonden, aangepast, met hem: Loe de Jong.

Ineens viel hij weg. Er was iets in zijn hersenen geknapt. Afasie.

In Opkrabbelen beschrijft De Jong kort en ingetogen de oorlog die hij nu in zijn eentje, maar met hulp van een begripvolle en zeer geduldige logopediste, moest voeren om zijn spraakvermogen terug te krijgen. Een moeizame strijd met al die moeilijke letters en woorden. Het lukte hem. De Jong was altijd al een uiterst gedisciplineerde doorzetter. Dat maakte hij in dit boekje, een nauwkeurige reconstructie, duidelijk. Toen ik hem na zijn genezing ontmoette en sprak, merkte ik niets van zijn tijdelijke uitschakeling.

Jong, L. de (1990). Opkrabbelen. Met een nawoord van prof. dr. B.J. Ansink [over afasie].  's-Gravenhage: SDU. Uit de collectie Igor Cornelissen, 94 pp. Gebonden in linnen met stofomslag. Goed. € 12,00, (incl. verzendkosten)

augustus 11th, 2020 by Igor Cornelissen

Lust for life – Salvador Hertog

Salvador Hertog (1901-1989) is de meest avontuurlijke en levenslustige schrijver die ik ooit sprak. Het gegeven dat hij als jood werd geboren in Maastricht maakte hem anders dan iedereen. Met een zo grote belangstelling voor de wereld dat hij de wereld wilde bereizen. Hij was zeeman en kok. Woonde in Frankrijk en voor de oorlog (hoe en waarom weet ik helaas niet) in Finland. Hij sprak de taal en heeft nog uit het Fins vertaald. Een van de lastigste talen van Europa. Het schijnt dat hij de Finse componist Jean Sibelius heeft geïnterviewd.

Hij zat tijdens de oorlog in het verzet, was links, zonder communist te zijn. Na de bevrijding vroeg men hem te komen werken bij het Bureau Nationale Veiligheid, een voorloper van de BVD. Daarover ging mijn gesprek met Salvador Hertog die heel wat wist te vertellen over de Duitse oorlogsmisdadigers die hij aan de tand voelde, maar ook over de tegenstellingen binnen het BNV die tot enorme conflicten hebben geleid. Dat BNV was geen blijvertje. Salvador Hertog gingen schrijven en bij De Bezige Bij, ontstaan in de illegaliteit, kwamen zijn boekjes uit. Zijn werk werd geprezen, maar bestsellers kwamen er niet uit zijn bedrijvige handen. Hij trouwde (of hertrouwde) met een veertig jaar jongere vrouw die hij vreugdevol drie kinderen schonk. Tot op hoge leeftijd had hij plezier in het leven. Jan Willem Holsbergen schrijft in de flaptekst terecht dat zijn verhalen ver af staan van ons Nederlands provincialisme. ‘Hertog zou een Sade kunnen zijn, indien de vrouw hem niet te lief was.’ Een nadenkertje.

Ik zou graag Hertogs levensverhaal willen lezen, uiteraard inclusief zijn Finse avonturen. Het zal er wel niet van komen. Hans van Mierlo is nog maar net dood, maar die heeft al wel zijn biograaf. Maar dit terzijde.

Op de DBNL is een interessant biografisch interview van Jules Dister (met Salvador Hertog) beschikbaar. 

Naar aanleiding van: Salvador Hertog (1965). De rode deken. Verhalen Amsterdam: De Bezige Bij. Literaire pocket. Omslag: Karel Beunis, pp. 149. Gesigneerd door Salvador Hertog. (Nog) niet te koop
augustus 10th, 2020 by Igor Cornelissen

Verraad, lafheid en bedrog. Intriges rondom de tsaar

Wil Poetin een nieuwe Stalin zijn of trekt hij zich omhoog aan de in Rusland nog altijd vereerde tsaar? De Oostenrijkse slaviste Elisabeth Heresch dook in de archieven en reconstrueerde het leven van de laatste tsaar Nikolaas II en diens Duitsgezinde vrouw en hun kinderen. De goudroebel was tijdens hun bewind een van de veiligste valuta ter wereld. Ook vanuit Nederland werd belegd in aandelen ‘Russische spoorwegen’. Dat stortte allemaal ineen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Romanovs werden ten val gebracht tijdens de Maartrevolutie en later onder de bolsjewiki afgeslacht. Heresch reconstrueerde de intriges nauwgezet. We lezen opnieuw, of voor de eerste keer, over de complotten door en tegen de enge monnik Raspoetin die invloed aan het hof kreeg omdat hij genezende kracht leek te hebben over de aan een bloederziekte lijdende zoon van de tsaar.

Na lezing weten we ook hoe het moordcommando eruit zag dat de opdracht kreeg de keizerlijke familie te vermoorden. Heresch maakte een fout: de Hongaarse Imre Nagy die deel uitmaakte van dat commando was niet de man die in 1956 de geschiedenis inging als de vrijheidslievende communiste die Hongarije wilde losweken uit het Warschaupact. Bij verschijning van het boek in 1992 is veel aandacht besteed aan die fout. Vrij vertaald is Imre Nagy zoiets als Willem de Groot. Veel Hongaren heten zo.

Boeiend vond ik de passages over graaf Witte, ooit minister van Financiën die veel deed aan de modernisering van Rusland. Hij was een fel tegenstander van Ruslands deelneming aan de Eerste Wereldoorlog. Moest Rusland nog groter worden? Onzin. In Siberië, Toerkestan en de Kaukasus waren nog genoeg gebieden die niet eens ontsloten waren. De hele oorlog was waanzin, meende Witte die Nederlands-Duitse voorouders had. Maar naar graaf Witte werd in 1914 niet meer geluisterd. De Balkan is geen oorlog waard, had hij in 1908 al gezegd. Ik zou wel eens een biografie over graaf Witte willen lezen.

Meer biografieën